7.757
21

Journalist

Erwin Lamme heeft HBO-communicatiesystemen gestudeerd. Daarna heeft hij diverse banen gehad, onder andere als redacteur bij Veronica Magazine. Tegenwoordig werkt hij voor de Gooi- en Eemlander.

Links en rechts zijn eigenlijk beide progressief

Progressief-links legt de nadruk op een sociale staat. Progressief-rechts gaat uit van de kracht van individu en samenleving. Het is nog geen uitgemaakte zaak welke stroming nou beter is

Onderstaand bekende model van politicoloog André Krouwel toont de positie van de politieke partijen in de politieke ruimte van 2012 in Nederland. Dit model lijkt volgens de gangbare definitie van progressiviteit aardig te kloppen: GroenLinks is de meest progressieve partij, en alle linkse partijen zijn redelijk progressief en de rechtse partijen zijn redelijk behoudend.

De gangbare opvatting van progressieve politiek is vooral dat de overheid de welvaart herverdeelt om de inkomensverschillen te verkleinen en om collectieve welvaart te scheppen via een sociaal stelsel en een progressief belastingstelsel. Dit noemt men sociale politiek. Een andere klassieke progressieve opvatting is het streven naar een grote mate van individuele vrijheid door het afschaffen van religieuze en traditionele regels. Hierbij valt te denken aan het recht op abortus, homohuwelijk, drugsgebruik en euthanasie. Ook progressief is zorg voor dier, natuur en klimaat, waardoor bijvoorbeeld het ritueel slachten onder druk is komen te staan.

Bovenstaande schets van progressieve politiek is redelijk links. Vooral het herverdelen van de welvaart is typisch links-progressief. De huidige PvdA ziet het ‘eerlijk delen’ dan ook als voornaamste pijler onder de hedendaagse progressieve sociaal-democratische politiek. De huidige PvdA wil de welvaart eerst verdienen om vervolgens een deel te gebruiken voor het organiseren van een goede publieke sector van onderwijs, zorg, wonen en sociale zekerheid zodat iedereen een kans heeft om omhoog te klimmen op de maatschappelijke ladder en niemand buiten de boot hoeft te vallen. Dit lijkt een verstandige progressieve ideologie door de combinatie van een goede economie en een sociale overheid. GroenLinks en SP hebben een vergelijkbare ideologie, waarbij GroenLinks het accent legt op een duurzame overheid terwijl de SP het accent legt op een sociale overheid.

Het is echter de vraag of de linkse partijen als enige te bestempelen zijn als progressief. De definitie van een progressieve partij is een partij die is gericht op vooruitgang. Wie denkt aan vooruitgang die denkt waarschijnlijk aan een samenleving waarin geen armoede is, waarin men gelukkig is, waarin weinig milieuvervuiling is, waarin ieder individu een grote mate van vrijheid heeft, waarin veel mooie natuur is, waarin weinig criminaliteit is, en waarin er sprake is van een humane en rechtvaardige rechtsstaat.
Bovenstaande schets van vooruitgang  is natuurlijk een beetje utopisch en doet op het eerste gezicht redelijk links aan. Maar volgens deze schets van vooruitgang zijn ook D66, VVD en CDA progressief. Ook deze drie partijen streven naar een welvarende, veilige, milieuvriendelijke en rechtvaardige samenleving waarin ieder individu een grote mate van vrijheid heeft. Het huidige CDA is allang niet meer tegen homohuwelijk en euthanasie. Het woord God komt in het CDA-programma niet meer voor. De huidige VVD is ook voor goede voorzieningen en sociale zekerheid. Het verschil met de linkse partijen is dat deze rechtse partijen meer uitgaan van de kracht van individu, gezin en samenleving en minder de staat als middel tot progressie zien. De rechtse partijen leggen meer de nadruk op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid.

Het lijkt dus realistisch om bovenstaand model van Krouwel enigszins aan te passen zodat CDA en VVD minstens zo progressief zijn als de linkse partijen. Zo krijg je een progressief-linkse stroming van PvdA en GroenLinks en een progressief-rechtse stroming van CDA en VVD. In het midden zit D66. Het verschil tussen progressief-links en progressief-rechts komt duidelijk tot uiting in de aanpak van het begrotingstekort. Links wil het begrotingstekort deels wegwerken via meer staat door de belastingen te verhogen voor de rijken en door de HRA af te toppen. Terwijl rechts juist denkt dat minder staatsuitgaven de oplossing is. Beide kampen willen vooruitgang boeken, maar hun methode is tegengesteld. Deze discussie is waarschijnlijk eeuwigdurend, maar het lijkt in ieder geval gerechtvaardigd om ook CDA en VVD tot de progressieve partijen te rekenen.

Het model van Krauwel lijkt realistischer waneer de assen 45 graden (dus een achtste) naar rechts gedraaid worden. Zodoende worden CDA en VVD rechts-progressieve partijen. Zodoende blijven PvdA en GroenLinks links-progressieve partijen. Zodoende wordt D66 een progressieve middenpartij. En zodoende wordt de SP een links-conservatieve partij. Dit aangepaste model lijkt realistischer, ook met het oog op Europa. Op Europees gebied is de VVD immers progressiever dan de SP. De VVD wil vooruitgang boeken door de Europese economieën te versterken en de schulden terug te brengen, terwijl de SP vrijwel alles bij het oude wil laten en tegen elke Europese crisismaatregel gestemd heeft.

Ook op het gebied van binnenlandse politiek lijkt de VVD progressiever dan de SP. De VVD wil de verzorgingsstaat handhaven door haar betaalbaar te maken, terwijl de SP de huidige verzorgingsstaat grotendeels wil behouden en zelfs wil uitbreiden in de zorg door de marktwerking te verminderen. Verder maakt de VVD veel meer tempo met het stoppen van het oplopen van de staatsschuld dan de SP, dus ook op dit punt lijkt de VVD progressiever dan de SP.

Volgens EU-statistieken van 2011 kost de Nederlandse staat 50% van het BNP. Hiermee is Nederland een gemiddeld land in de EU, waarbij gezegd moet worden dat het gemiddelde van alle EU-landen flink gestegen is sinds de bankencrisis van 2008. Het is nu de vraag wat eigenlijk wijsheid is. Hoe groot mogen de overheidsuitgaven eigenlijk worden? Volgens geluiden binnen de Wereldbank moet de staat eigenlijk niet meer dan 40% van het BNP kosten om houdbaar te blijven en om de economie niet te veel te schaden. Dat kan overigens een rechts standpunt zijn, want Denemarken doet het met uitgaven van 58% ook prima. Toch zegt je gevoel dat het wijs is om de uitgaven in de hand te houden zo rond de 40%, het huidige niveau in Amerika. Dus het idee van de VVD voor een kleinere overheid lijkt zo gek nog niet.   

Het gaat er natuurlijk ook om hoe je het overheidsgeld besteedt. De PvdA legt het accent op het verbeteren van de publieke sector van onderwijs, wonen en zorg en het houdbaar maken van het sociaal stelsel door de AOW-leeftijd te verhogen. De VVD legt het accent op een kleinere overheid, betere wegen en lastenverlichting. En ook de VVD wil de AOW-leeftijd verhogen. Beide partijen zijn hiermee vooruitstrevend te noemen. Beide partijen willen een sterke economie. Beide partijen zijn ook sterk gericht op gezonde overheidsfinanciën, waarbij de PvdA het accent legt op het ontzien de lage inkomens en de VVD wil werkenden tegemoet komen. Verder zijn er nog een aantal grote verschillen van inzicht op het gebied van de HRA, versoepeling ontslagrecht en marktwerking in de zorg. Maar beide partijen zijn progressief ingesteld. Progressief-links legt de nadruk op een sociale staat. Progressief-rechts legt de nadruk op de kracht van individu en samenleving. Het is voorlopig nog geen uitgemaakte zaak welke progressieve stroming nou beter is. Misschien zit de meeste progressie wel in het midden.

Geef een reactie

Laatste reacties (21)