526
9

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Links is links, rechts is rechts

Franse stembusstrijd: De zaken waar het om draait zijn weer scherp omlijnd

Tijdens de verkiezingen van vijf jaar geleden, 2007, was het contrast minder scherp. Ségolène Royal toonde zich als een typische exponent van het verwaterde glossy-links dat in Engeland de New Labour van Tony Blair voortbracht en in Nederland het paarsige PvdA. Als je dan links bent, wees het dan goed. Dat komt ten goede aan het debat, en de brave burgers weten weer min of meer waar ze zich aan te houden hebben. Of van zijn kant de verkozen president zich aan zijn beloften zal gaan houden, dat is en blijft natuurlijk maar de vraag. Maar vooralsnog staan even de twee kampen weer scherp tegenover elkaar.

Waar gaat het voornamelijk over ? Mensen, we waren het vergeten – of nee, we waren het niet vergeten, maar als we erover begonnen, dan werden we voor achterlijk en naïef uitgemaakt, dan werden we ervan verdacht jaloers te zijn, anders gezegd ‘losers’ (want wat ‘losers’ zou kenmerken, is dat ze altijd kwaad en jaloers zijn, en dus zielig). Waar gaat het over? Over sociale gerechtigheid, anders gezegd over de vraag hoe groot het verschil mag zijn tussen wat rijke mensen hebben en/of verdienen en wat arme mensen hebben en/of verdienen. Uiteindelijk nogal een essentiële vraag. Een vraag die iedereen bezig houdt, hoezeer ze de vraag ook mogen verdringen – omdat ze denken dat dat moet.

Sociale gerechtigheid versus welvaart?

François Hollande heeft aangekondigd dat wanneer hij tot president wordt verkozen, hij de mensen die meer dan een miljoen per jaar verdienen voor 75% zal belasten. Tjonge zeg – zoiets hebben we in lange tijd niet meer gehoord! Wat we ervan moeten denken? De rijke mensen vluchten met hun kapitaal het land uit, dus er verdwijnt rijkdom uit het land, dus catastrofe voor de economie? Mocht het ‘trickle-down’ principe waar zijn (wat nog maar de vraag is), dan is dit inderdaad nadelig voor de algehele welvaart. Tja, wat willen we? En als er eens rijke mensen waren die zeiden: dit is democratisch besloten, ik leg me bij de beslissing neer. Mensen voor wie het democratische principe hoger staat dan het eigen bezit? Ik wil geloven dat die mensen bestaan, en dat er meer van hen bestaan dan we denken. Rijke mensen zijn niet per definitie asociale lieden. Echt niet. Enfin – ga zo maar door.

Het debat is geopend en de zaken waar het om draait zijn weer scherp omlijnd. Zelf hou ik mijn hart vast. Links en rechts hebben mooi piepen, beschikken ze wel over de mate van speelruimte die ze nodig hebben om hun plannen uit te voeren? Zolang de overheden in Europa niet meer van hun eigen centrale banken tegen rentestand 0 mogen lenen (anders gezegd, zolang de centrale banken geen gelduitgifte meer mogen regelen), en ze gedwongen zijn bij privé-banken aan te kloppen die wél rente vragen, zullen we nog lange tijd de wurggreep van de financiële wereld, en dus de drang van de ‘crisis’, blijven voelen. De staatsschulden worden een bodemloos vat, steeds meer schuld wordt renteschuld. Dit hebben we mooi bij het verdrag van Maastricht geregeld (het fameuze artikel 104 – en wat Nederland betreft, zie ook de bankwet van 1998). Het verbaast me dat hier zo weinig over wordt gerept. Enfin…

Een kwestie van cultuur

Links-rechts. Ach, het rechts van nu, dat is allang niet meer het rechts van weleer. Het klassieke rechts, het fiere rechts van De Gaulle in Frankrijk, het keurige rechts van de CHU in Nederland (die een zeker minzaam paternalisme, en vooral een verwijzing naar eerbaar ‘vaderlands’ erfgoed gemeen hadden). Waarom hebben ze het over New Labour, en niet over ‘nieuw rechts’ wanneer ze het over het hedendaagse gehaaide rechts hebben? Wat heeft het ultra-liberalisme dat sinds Thatcher en Reagan zijn duizenden schijnt te hebben verslagen, en dat gebaseerd is op het vrije markt-bijgeloof van mensen als Milton Friedman en Von Hayek, met het klassieke rechts nog te maken?

Mocht links weer eens aan de macht komen, dan zie ik zeker, op z’n minst, één positief gevolg – of liever gezegd, dan hoop ik daarop: een verandering van trend, van sfeer, van stijl in de culturele uitdrukking. Ja, wat me zo opvalt wanneer ik in gedachten de klassieke Franse films, die ik ken, de revue laat passeren, dan is dat het volgende: verreweg de meeste ervan spelen zich af in volkse of althans kleine burgermilieus (Les enfants du paradis, Quai des brumes, Hotel du Nord, Le corbeau, de Fernandelfilms, de Gendarme de St Tropez-serie en ga zo maar door…). Hiermee weerspiegelen deze films een tendens die allang binnen de literatuur was aangesneden: Balzac, Hugo, Zola, Colette… Wat over gefortuneerde mensen werd geschreven, dat was al gauw kitsch en ‘keukenmeiderig’. Of je moest wel héél goed kunnen schrijven (Proust, Martin du Gard, Druon). In deze tendens zit beschaving. Impliciet schuilt hier de volgende boodschap: je hoeft niet rijk te zijn om een vol leven te leiden. Ja, hiertoe zijn kunst en literatuur geroepen – dit te doen beseffen. En dit hebben we de laatste tijd nogal gemist. Ja, want ik heb sterk de indruk dat het aantal films waarin de rijkdom zo niet wordt verheerlijkt dan toch als een vanzelfsprekende achtergrond dienst doet nu groter is dan voorheen. Villas met zwembaden, interieurs vol dure hightech, flitsende auto’s. Een te vanzelfsprekend glamour-decor. En als het over arme mensen gaat, dan alsjeblieft over arme mensen in andere, verre landen. Dan moeten we het van het exotische van de omgeving hebben. Dan krijg je films met zulke politiek correcte titels als ‘De kapper van Ispahan’, ‘De apotheker van Islamabad’, ‘Het weeshuis van Meneer Chen’ (ik persifleer)… Ja, dit is jammer – alsof het de karig verdienende meerderheid mensen bij ons aan iets essentieels ontbreekt (geld) waardoor het geen interessant leven zou kunnen leiden.

Ja, als de pendel de linkerkant op zwaait, dan zal zich dat niet tot enkel de politiek beperken. Het zal ook (hopelijk) het sein zijn dat de doodgewone man weer zijn plaats krijgt in de culturele expressie. De ongetrouwde vrouw die altijd bij haar ouders heeft gewoond, voor wie zij heeft gezorgd, en die alleen achter is gebleven. Het kan evengoed om een vrijgezel gaan. De man die tien jaar in de gevangenis heeft gezeten en die niet meer aan de bak komt. De alleenstaande moeder, die te bedeesd en onaantrekkelijk is om nog aan de man te komen – en dat is wat ze het liefste zou willen, ze behoort niet tot de elite van stoere feministen. Het oude vrouwtje wier enig dagelijks verzetje het voeren van de duiven in het park is. De berooide aristocraat die zich in zijn vervallen manoir bedrinkt. De pastoor die van eenzaamheid verkommert. De boer die aan zelfmoord denkt omdat zijn bank hem bedreigt, en omdat hij niets van dat gegoochel met cijfers begrijpt. In deze mensen, in hun levens, de parels op te diepen, die er zijn – in plaats van kwijlend achter rijk, vlot, jong, geaseptiseerd tuig aan te rennen – dat is cultuur. Ik zeg niet dat het er niet was, maar het was er de laatste tijd niet genoeg. Ja, de Fransen waren er altijd goed in. En denk ook eens aan hun chansons…

Dit artikel verscheen eerder op de website van Caspar Visser ’t Hooft


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (9)