2.298
92

Socioloog UvA

Laurens Buijs is socioloog en als promovendus werkzaam op de Universiteit van Amsterdam. Eerder gaf hij onder andere les bij de opleiding Politicologie en deed hij voor de gemeente onderzoek naar de motieven van daders van antihomoseksueel geweld. Hij is voorzitter van UvA Pride, het homonetwerk van de UvA. Momenteel doet hij bij het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS) onderzoek naar de invloed van vergrijzing en migratie op solidariteit in gemengde wijken.

Links laat zich wegdromen

Als de linkse politiek niet snel inziet dat verbeelding de politiek in de 21ste eeuw bepaalt, zal deze door een golf van dromerige en nostalgische rechtse kabinetten nog verder de marge in worden geduwd

Het was even slikken voor de regering-Rutte afgelopen dinsdag, toen de linkse oppositiepartijen PvdA, SP en GroenLinks een motie van PVV’er Ronald van Vliet onverwacht aan een Kamermeerderheid hielpen. De motie draagt minister van Financiën De Jager tot zijn ontsteltenis op om alle bonussen die vanaf 2008 zijn uitgekeerd bij instellingen die staatssteun kregen met 100% te belasten. In de bekende PVV-retoriek haastte Van Vliet zich om de motie tegenover de pers te brengen als een rechtse triomf op het grootkapitaal: “Nu weten de banken, die met het geld van Henk en Ingrid overeind zijn gehouden, dat het ons menens is.” En zo speelde links de zoveelste glansloze bijrol in de politieke superheldenfilm van de PVV.

Het feit dat de oppositie zich nota bene in de strijd tegen de doorgeslagen bonuscultuur (een thuiswedstrijd zou je zeggen) door radicaal rechts van de mat laat spelen is exemplarisch voor de crisis op links. Want hoe is het eigenlijk mogelijk dat de gedoogpartner, en niet de oppositie met deze motie op de proppen kwam? Volgens de Amerikaanse socioloog en onderzoeker Stephen Duncombe, die op 14 februari van dit jaar nog sprak in De Balie in Amsterdam, heeft dit alles te maken met het linkse gebrek aan dromen en verbeelding.

Waar radicale, bijna utopische dromen over een betere wereld vanaf de jaren ’60 leidden tot een linkse revolutie en marginalisering van de op de status quo gerichte rechtse politiek, gebeurt op dit moment het omgekeerde. In de huidige onzekere tijd van globalisering, migratie en neoliberalisme heeft links nog altijd geen overtuigend verhaal bedacht en krijgt rechts de ruimte om met racistische en nostalgische retoriek radicale vergezichten te schetsen waarbij veel angstige Nederlanders graag wegdromen. We leven in de jaren ’60 van rechts.

Het gebrek aan verbeelding op links bleek ook uit de eerste reactie van de Partij van de Arbeid op de PVV-motie. Ronald Plasterk gaf aan dat hoewel hij “de verontwaardiging die in deze motie is vervat” volledig deelt, hij toch geen ruimte zag om de motie te steunen vanwege zorgen over de juridische uitvoerbaarheid. Plasterks opstelling doet denken aan de Realpolitik, grootgemaakt door de Duitser Otto von Bismarck in de 19de eeuw: een zakelijke en hardvochtige vorm van politiek bedrijven die uitgaat van de feitelijke toestand en niet wordt geleid door enig ideaal. Pas toen de PvdA er niet in slaagde om steun te krijgen voor diverse minder ingrijpende moties om het beloningsbeleid aan te pakken besloot de fractie om de PVV-motie alsnog te steunen, maar de regie was toen allang uit handen gegeven.

Duncombe maakte een uitgebreide studie van de rol van fantasie in de hedendaagse populaire cultuur, van reclames tot Las Vegas en van computerspelletjes tot filmsterren. Zijn conclusie: als linkse politici een rol van betekenis willen blijven spelen in de 21ste eeuw, zullen zij de Realpolitik moeten verruilen voor een Dreampolitik en moeten leren denken en communiceren in de taal van de hedendaagse verbeelding. Alleen met de kracht van de radicale verbeelding kan de linkse politiek uit het dal klimmen en een vuist maken tegen de maar voortwoekerende rechts-populistische xenofobie.

Voor een van de laatste voorbeelden van politieke verbeelding van links moeten we alweer terug naar 1996, toen de PvdA en D66 geen genoegen namen met de door het kabinet voorgestelde partnerschapsregistratie. De partijen namen het initiatief tot een vergaande motie die het homohuwelijk zou legaliseren. Toen was het niet de PvdA maar de VVD die met juridische bezwaren kwam. Met name VVD-leider Frits Bolkestein verzette zich tot het bittere eind fel tegen het homohuwelijk, zelfs nadat de motie al was aangenomen door de Kamer. Hij zei te vrezen dat Nederland zich hiermee juridisch zou isoleren, wat ons imago en dus de handelsrelaties zou schaden. Maar het homohuwelijk kwam er toch, en door de politieke verbeelding van links vieren wij aanstaande vrijdag dat Job Cohen precies tien jaar geleden het eerste wettelijk geldige homohuwelijk ter wereld voltrok.

Natuurlijk zijn er ook allerlei juridische bezwaren aan te dragen tegen de PVV-motie die de bonussen belast. Het zou bijvoorbeeld nog een hele klus zijn geweest om de bonussen die de ING-top onlangs op de bankrekening kreeg bijgeschreven weer terug te vorderen. De toeslagen waren niet meer dan eenmaal het vaste salaris, werden niet alleen op financiële doelen vastgesteld en werden niet uitgekeerd in een jaar waarin ING verlies maakt. De bonussen waren kortom volledig volgens de Code Banken, en daarom ook gezegend door de aandeelhouders, DNB en Lodewijk de Waal (nota bene een PvdA’er). Maar dat maakt de motie niet minder waardevol: ook als terugvorderen niet lukt kunnen bonussen in de toekomst wel verder worden ingeperkt. Maar belangrijker: de kracht van de motie ontstijgt het juridische, en stuurt een sterk signaal naar de financiële instellingen met hun hardnekkige geloof in exorbitante beloningen.

Als de linkse politiek niet snel inziet dat verbeelding de politiek in de 21ste eeuw bepaalt, zal deze door een golf van dromerige en nostalgische rechtse kabinetten nog verder de marge in worden geduwd. Links moet weer leren dromen te formuleren. Dromen die soms zelfs best onmogelijk mogen zijn, want ook die kunnen de verbeelding in gang zetten. Of zoals Duncombe het formuleert: “Bismarck mag er dan op gehamerd hebben dat ‘politiek de kunst van het mogelijke is’, tegenwoordig kun je beter stellen dat politiek de kunst van het onmogelijke is.”

De lezing van Stephen Duncombe op 14 februari 2011 in De Balie in Amsterdam is hier terug te kijken. Hier meer over zijn boek Dreampolitiks. 

Geef een reactie

Laatste reacties (92)