Laatste update 17:12
6.563
25

Lockdown werkt willekeur in de hand

Het is tijd voor moeilijke, maar noodzakelijke beslissingen

In onzekere tijden is het begrijpelijk en menselijk dat machthebbers ingrijpende middelen willen inzetten. Nu de effecten van de lockdown steeds beter in beeld komen, is het tijd voor bezinning. In het bijzonder dient daarbij aandacht te worden geschonken aan het gegeven dat de maatregelen in wezen een willekeurige behandeling van burgers meebrengen.

Screenshot persconferentie 31 maart 2020

Intelligente lockdown
Dat de lockdown de nodige grote consequenties zou gaan hebben, was al van meet af aan duidelijk. Toch besloot de regering ertoe over te gaan, daarbij wel beklemtonend dat het een ‘intelligente lockdown’ betreft. Het is de regering misschien ook niet kwalijk te nemen dat ze naar zo een paardenmiddel greep. In mum van tijd raakten de ziekenhuizen overbelast, het aantal doden bleef maar stijgen en de maximale IC-capaciteit kwam in zicht. En dan waren er nog de onheilspellende berichten uit Noord-Italië. Zo een situatie moest koste wat het kost hier voorkomen worden. De facto kregen de medici het voor het zeggen. Hun adviezen moesten ervoor zorgen dat het virus beteugeld werd. En waarachtig: de besmettingsgraad en het dodenaantal liepen terug. De maximale IC-capaciteit werd nimmer overschreden; al scheelde het op sommige momenten niet veel. Eind goed, al goed?

Nadelige effecten steeds duidelijker
Al vrij snel is duidelijk geworden dat de gevolgen van de lockdown nog ernstiger zijn dan gedacht. Nu is het van algemene bekendheid dat de mens belabberd is in het inschatten van risico’s op de lange termijn. Het grovelijke tekortschieten in de klimaataanpak is daar wel het bewijs van. Het mag dus geen verrassing heten dat er in het begin weinig aandacht zou zijn voor de vele nog komende faillissementen, de sterke stijging van de werkloosheid en de fors oplopende staatsschuld. Ook op de korte termijn zijn de gevolgen echter groot. De beperking van de vrijheid wijst ons er nog maar eens op dat wij zeer gelukkig mogen zijn met het gegeven dat de overheid zich normaliter in dit land niet al te veel bemoeid met ons leven. We missen ook onze familieleden en onze vrienden. ‘Huidhonger’ is een bekend fenomeen geworden. En zij die wij trachten te beschermen – de kwetsbaren – hebben misschien nog wel het meest onder de lockdown te lijden. Het ‘eenzaamheidsvirus’ woedt door de verzorgingstehuizen en is genadeloos. Een andere groep van kwetsbaren durft niet meer naar het ziekenhuis, terwijl dat wel noodzakelijk is. Soms kunnen ze zelfs niet naar het ziekenhuis, omdat de operatie is uitgesteld. Maar ook de ‘gezonde’ thuisblijvers ervaren gezondheidsproblemen door een sterke toename van stress en psychische klachten. Ondertussen komt heel voorzichtig licht aan het einde van de tunnel voor het fundament van onze samenleving: de educatie. Dat geldt althans voor het primair en secundair onderwijs. Het tertiair onderwijs moet nog maar even geduld hebben. Voor de sportcompetities betekende de lockdown het einde van het seizoen. Zelfs zonder publiek en met voorzorgsmaatregelen bleek het niet mogelijk te zijn om wedstrijden te laten doorgaan. En ook de pijlers van de rechtsstaat vertonen steeds meer krassen: zittingen die digitaal worden afgerond, rechtszaken die uitlopen en een wet die niet aan de grondwettelijke eisen voldoet. Het plan voor een corona-app, met alle mogelijke privacyschendingen van dien, is maar even terug in de ijskast gezet.

Overheid handelt willekeurig
Een belangrijk gevolg van de lockdown blijft echter nog vaak onderbelicht. Het huidige beleid leidt namelijk al vrij snel tot willekeur. De overheid dient in beginsel iedere burger op gelijke wijze te behandelen. Dat is een algemeen rechtvaardigheidsbeginsel. Wij vinden het ontoelaatbaar als de overheid de ene burger sterk bevoordeelt ten opzichte van andere burgers. Het is een prima uitgangspunt om een groep van kwetsbaren te willen beschermen. Het risico is echter dat je hier ook zover in kunt gaan dat deze groep van kwetsbaren veel meer wordt beschermd dan andere groepen van kwetsbaren. Je kunt niet iedereen volledige bescherming geven, omdat het zorgbudget op een gegeven moment ook op is. Schuiven met andere budgetten betekent dat er in andere belangrijke sectoren bezuinigingen zullen moeten plaatsvinden. Voor enkele van die sectoren, zoals onderwijs, geldt bovendien dat ze een zo belangrijke functie hebben dat bezuinigingen eigenlijk kapitaalsvernietiging teweegbrengen. Hogere belastingen kunnen een remmend effect hebben op de innovatie en daarmee dus ook voor kapitaalsvernietiging zorgen, waar de zorg op termijn eveneens last van gaat krijgen. En zelfs met een verhoging van het zorgbudget ontkomen we er niet aan dat het eindig is. We moeten dus keuzes maken en die keuzes moeten ook eerlijk zijn, waarbij we geen ongerechtvaardigd onderscheid mogen maken.

Als we de impact van de maatregelen in ogenschouw nemen en we vergelijken die met het potentieel aantal corona-slachtoffers, dan moeten we vaststellen dat we miljoenen uitgeven voor elk leven dat we redden. Maar de overheid geeft deze miljoenen niet uit aan mensen die ernstig ziek zijn en een dure operatie moeten ondergaan of een prijzig medicijn moeten krijgen. Deze patiënten zijn aangewezen op de coulance van hun verzekeraars, die niet zelden het verzoek afwijzen, omdat de ingreep het leven te weinig verlengt.

De overheid moet dus niet dit onderscheid maken. Een echt eerlijk beleid krijg je pas als de overheid iedere persoon op gelijke wijze behandelt. Je zou bijvoorbeeld kunnen afspreken dat in geval van noodsituaties als deze de overheid maximaal een bepaald bedrag per leven dat wordt gespaard, mag uittrekken. In de verzekeraarswereld wordt vaak uitgegaan van het bedrag van rond de drie miljoen euro. Het nadeel is echter dat je dan geen rekening houdt met het gegeven dat mensen een bepaalde waardering aan het leven toekennen en dus meer willen uitgeven indien iemands leven met meerdere kwalitatief goede jaren wordt verlengd. Je zou dus ook de methode van de QALY (Quality Adjusted Life Year) kunnen gebruiken. Meestal wordt dan uitgegaan van zo een 50.000 euro per kwalitatief extra jaar. Dan maak je dus wel onderscheid. Toch is dit verdedigbaar. In beginsel zal iedereen in de positie komen dat het aantal QALY’s beperkt is. Wanneer de jongeren van nu ouder zijn, geldt voor hen hetzelfde indien er zich een noodsituatie voordoet. In die zin is het onderscheid dus beperkt en toelaatbaar.

Het is tijd voor moeilijke, maar noodzakelijke beslissingen
Voor de duidelijkheid: ik betoog niet dat we alle maatregelen moeten opheffen. Wel dat we in ogenschouw moeten nemen wat alle kosten – inclusief bijeffecten – zijn per maatregel en hoeveel gezondheidswinst we hiermee behalen. We moeten ons niet blind staren op de huidige mortaliteitscijfers en IC-capaciteit. Zeker nu we steeds beter zicht hebben op de achtergrond van corona-slachtoffers en de effecten van maatregelen duidelijker worden, moeten we niet terugdeinzen voor het nemen van moeilijke beslissingen die het beleid rechtvaardiger maken.

Geef een reactie

Laatste reacties (25)