4.436
18

Onderzoeksjournalist / programmamaker VARA

Sinan Can is onderzoeksjournalist bij de Vara

Lof der menselijkheid

Zolang we de Armeense genocide niet erkennen en ons niet distantiëren van de mensen die deze misdaden hebben gepleegd, zullen we deze last nog een hele tijd moeten dragen als Turken en Koerden

Het is vandaag precies een eeuw geleden dat het startsein werd gegeven voor een groot menselijke drama in het Ottomaanse Rijk. De genocide op de Armeniërs; een eeuw lang verdriet, ontkenning en haat. Ik vind een eeuw ontkenning en haat veel te lang. Toen we de serie Bloedbroeders maakten, heb ik van tijd tot tijd getwijfeld of er een vooropgezet plan was om alle Armeniërs te vernietigen. Ik zocht naar argumenten om te verklaren waarom het was gebeurd en dat het vooral een samenloop van omstandigheden zou zijn geweest. Bij alles zei ik “ja maar”. Na een tijdje kwam ik erachter dat ik bezig was om mijn eigen boodschap te brengen en dat ik niet meer luisterde naar wat de ander, in dit geval de Armeniër, zei.

Zolang we niet erkennen wat er is gebeurd en ons niet distantiëren van de mensen die deze misdaden hebben gepleegd, zullen we nog een hele tijd deze last moeten dragen als Turken en Koerden. En het lijkt erop dat de last met het verstrijken van de tijd alleen maar zwaarder wordt, want de last geven we door van generatie op generatie.

Weggevaagd
De plekken die we voor de documentaireserie Bloedbroeders hebben bezocht waren het stille bewijs dat de Armeniërs in het gebied hebben gewoond, generaties lang, nog voordat de Turken er kwamen in de elfde eeuw na Christus. De ruïnes, de gebroken chatsjkars (traditionele Armeense gedenktekens), de Armeense tekens op de muren van Turkse huizen, dorpsnamen die zijn veranderd, geassimileerde Armeniërs of Turken, die niet weten dat ze een Armeense voorouder hebben. Tussen al die grote en kleine brokken heeft zich een grote en dramatische geschiedenis afgespeeld. De Armeniërs zijn weggevaagd uit dit gebied, uitgewist, alsof ze hier nooit hebben gewoond. Maar onder elk stuk puin schuilt een schat aan informatie, ook al zijn zij er fysiek niet meer.

Niet alle sporen zijn uitgewist. Kijk bijvoorbeeld naar de belangrijkste architectonische gebouwen in Turkije, het prachtige Dolmabahçe-paleis gebouwd door de Armeense familie Balyan, die uit de geboortestreek van (bloedbroeder) Ara’s familie komt. Maar ook in de muziek: welke Turk kent het klassieke lied Bu aksam gün batarken gel niet? Mijn opa zong het altijd uit volle borst mee als het op de radio gedraaid werd. Ik heb nooit geweten dat de componist van dit alom bekende lied de Armeense muzikant Tatyos Efendi was. Ook wist ik niet dat juist de Armeniërs heel bedreven waren in het maken van de befaamde Turkse salami, pastırma. Dat het goede ambachtslieden waren, daar twijfelde niemand aan in het Ottomaanse Rijk. De beste tulum-kaas (traditionele geitenkaas) die ik ooit heb gegeten, at ik in Armenië. Ik heb zelfs een stukje kaas meegenomen naar Nederland en het laten proeven aan mijn familieleden, die dachten dat ik de kaas had meegenomen uit Erzincan. Ik hoor mijn vader nog zeggen: “Een onvervalste tulum-kaas, precies zoals het hoort.”

Krampachtig
In al die jaren dat ik in Turkije ben geweest en ook in het jaar dat ik er heb gewoond heb ik dit allemaal niet geweten en ook niet gezien. Maar als je met een andere blik naar de geschiedenis kijkt en naar het land van je ouders, dan opent zich een soort derde oog. In het soefisme hebben ze het over het oog dat zich in het hart opent, waardoor je dingen veel helderder ziet. Dan zie je ook hoe sommige mensen met een grote en overtuigende zekerheid gebeurtenissen rechtvaardigen. De Armeniërs zouden de Turken hebben verraden, in de rug hebben gestoken. Zo staat het in onze Turkse geschiedenisboeken en zo gebruiken we het, of beter gezegd, misbruiken we het.

En dat doen niet alleen de Turken. Ook de Nederlanders doen nog steeds krampachtig over Nederlands-Indië en de slavernij, de Fransen over Algerije, de Japanners over de troostmeisjes, et cetera. Allemaal landen die zichzelf niet helemaal durven te confronteren met hun geschiedenis. Ik vind dat wij Turken de geschiedenis niet moeten gebruiken om ons gelijk te bewijzen, maar het verleden juist zouden moeten aangrijpen om onszelf beter te begrijpen en om de Armeniërs te begrijpen.

Vergeten
Wat mij tijdens de reis erg heeft bedroefd is dat er standbeelden zijn geplaatst van moordenaars, dat er straten naar hen vernoemd zijn, wijken en zelfs scholen en ziekenhuizen. De gewetensvolle Turken die zich hebben verzet en mensenlevens hebben gered zijn vergeten, niet alleen door de Turken, maar ook door de Armeniërs. Wie kent de gouverneur van Kastamonu of die van Konya nog? Weet men wat er is gebeurd? Maar ook waar deze mannen zich tegen hebben verzet?

De geschiedenis moet herschreven worden, deze geschiedenis is van ons allemaal. Het beste van Anatolië lag in de mooie diversiteit van het gebied, zoals in de hele wereld eigenlijk. Al die verschillende mensen, al die kleuren van het leven, de geuren, de levensliederen in verschillende talen, het verschillend denken of voelen, het eten, het verdriet, het liefhebben, het vieren van iets of juist lijden door iets. Anatolië was de wereld in het klein: kleurrijk en mooi door de Turken, Koerden, Armeniërs, Grieken, Arabieren, Assyriërs, Alevieten, Ezidi’s, Tsjerkessen en alle andere etnische en religieuze groepen. Wat is het een gemis dat een aantal van die kleuren is verdwenen. Dat de mooie Armeense ambachtsmensen verdwenen zijn of de vrolijke Grieken.

Keten van harten
Wij Turken zijn er echt niet beter van geworden. Onze ooit zo kleurrijke wereld is nu grijs. En dat zie je overal in het land, kijk alleen al naar de grauwe en lelijke architectuur van na 1915. Ik weet dat je niks hebt aan ‘als’-vragen, maar soms denk ik toch aan hoe kleurrijk het land van mijn ouders eruit had kunnen zien als de Grieken en de Armeniërs er nog hadden gewoond. Zoals de Perzische soefi-mysticus Rumi ooit zei: “We zijn allemaal met elkaar verbonden door een keten van harten.” Als en wanneer een van die schakels wordt verbroken, wordt er ergens anders weer een toegevoegd. Die keten tussen Armeniërs en Turken is honderd jaar geleden verbroken, maar ketens zijn er om hersteld te worden. Nog een eeuw met haat en nijd, naast en langs elkaar heen leven heeft geen zin – dat mogen en kunnen we de komende generaties niet aandoen.

Wij Turken zullen moeten erkennen dat er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd en de Armeniërs moeten ons kunnen vergeven. We mogen nooit vergeten, zodat de geschiedenis zich niet herhaalt. Laten we daarom elkaar omarmen, uit het hart, intens en liefdevol. Laten we de grenzen tussen Armenië en Turkije opengooien, zodat we opnieuw kennis kunnen maken met elkaar zoals in de elfde eeuw, toen de Armeniërs de deur naar Anatolië openden voor de Turken. Laten wij Turken nu in de eenentwintigste eeuw de deur voor de Armeniërs naar Anatolië en de berg Ararat openen. Muren, hekken, prikkeldraad en grensafscheidingen zullen ooit verdwijnen, die houden niet eeuwig stand.

Aflevering 6 van Bloedbroeders ‘Op zoek naar verzoening’ zie je zondag 26 april om 20.15 uur op NPO2


Laatste publicatie van SinanCan

  • De Arabische Storm

    Vijf jaar na de lente

    2016


Geef een reactie

Laatste reacties (18)