189
6

Europarlementariër D66

Gerben Jan Gerbrandy is sinds 2009 Europarlementariër voor D66. Hij begon zijn carrière als politiek assistent van Joris Voorhoeve, toenmalig directeur van Instituut Clingendael. Van 1994 tot 1998 was hij persoonlijk medewerker van Doeke Eisma, D66 Europarlementariër. Na de functies van secretaris van de Tweede Kamerfractie van D66 en Senior politiek adviseur bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, werd Gerbrandy in 2009 verkozen tot Europarlementariër.

Luchtvaart moet meebetalen aan bestrijding klimaatverandering

De Chinezen en Amerikanen moeten hun verzet tegen het Europese handelssysteem voor CO2-emissies staken

Europa moet de luchtvaart laten meebetalen aan de bestrijding van de klimaatverandering en niet zwichten voor Chinese of Amerikaanse druk. Beide landen hebben aangegeven tegen Europese CO2-heffingen voor de luchtvaart te zijn.

Een wereldwijde oplossing voor het klimaatprobleem lijkt niet binnen handbereik te liggen. We kunnen het maar niet eens worden over de noodzakelijke mondiale aanpak. De Europese Unie heeft daarom een eigen systeem voor emissiehandel ontwikkeld waarin bedrijven op de markt gebaseerde prijzen betalen voor de uitstoot van CO2. Sinds januari moeten ook de luchtvaartmaatschappijen die van of naar Europese luchthavens vliegen, deelnemen aan dit systeem. De CO2-heffingen zijn voor elke maatschappij hetzelfde. Er is dan ook geen sprake van oneerlijke concurrentie.

De Chinezen en Amerikanen moeten hun verzet tegen het Europese handelssysteem voor CO2-emissies staken. Het leidt tot een directe en onnodige confrontatie en druist in tegen het streven naar een schonere wereld.

De uitstoot van de luchtvaart is over de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld en er wordt een aanzienlijke toename van de emissies verwacht. Bij gebrek aan een wereldwijde aanpak voor het terugdringen van de uitstoot hebben het Europees Parlement en de EU-lidstaten in 2008 besloten de luchtvaart op te nemen in het emissiehandelssysteem. Inmiddels is de nieuwe wet van kracht en moeten de luchtvaartmaatschappijen emissierechten gaan kopen, waarbij efficiëntere of zuinigere vliegtuigen goedkoper uit zijn.

De kosten voor een trans-Atlantische vlucht kunnen daardoor met € 2 ($ 2.6) per persoon omhoog gaan. Dit is minder dan een kopje koffie op het vliegveld en veel minder dan de belasting van $14 die elke passagier naar de Verenigde Staten moet betalen om het land binnen te komen.

Dit lijkt daarom veel meer een soevereiniteitskwestie dan een milieukwestie. De Amerikanen en de Chinezen zeggen niet te willen betalen voor de CO2 die zij buiten het Europese luchtruim uitstoten, maar in werkelijkheid willen zij überhaupt niet compenseren. Het Europees Parlement heeft echter altijd gezegd dat landen vrijstelling kunnen krijgen als zij zelf regelgeving invoeren die de milieuschade compenseert.

De EU heeft ook al herhaaldelijk aangegeven mee te willen werken aan een oplossing op mondiaal niveau en de Europese wetgeving aan te passen als een geschikte wereldwijde oplossing wordt gevonden.

De klimaattop in Durban heeft de impasse weer eens pijnlijk duidelijk gemaakt. In de zoektocht naar een eerlijk, wereldwijd systeem is het emissiehandelssysteem een goed instrument met relatief lage kosten. Laten we daarom samenwerken en effectief beleid maken om onnodige confrontaties te vermijden.

Gerben-Jan Gerbrandy, Europarlementariër voor D66

Geef een reactie

Laatste reacties (6)