1.584
6

Europarlementariër D66

Gerben Jan Gerbrandy is sinds 2009 Europarlementariër voor D66. Hij begon zijn carrière als politiek assistent van Joris Voorhoeve, toenmalig directeur van Instituut Clingendael. Van 1994 tot 1998 was hij persoonlijk medewerker van Doeke Eisma, D66 Europarlementariër. Na de functies van secretaris van de Tweede Kamerfractie van D66 en Senior politiek adviseur bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, werd Gerbrandy in 2009 verkozen tot Europarlementariër.

Luchtvervuiling kent geen grenzen

Samen hebben de gemeenten, het Rijk en Europa de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat we allemaal schone lucht kunnen inademen

Als we schonere lucht zouden inademen, zouden Nederlands langer leven. Laat dat even op je inwerken. Je hebt geen invloed op welke lucht je inademt, maar luchtvervuiling zorgt er wel voor dat je eerder overlijdt. De laatste jaren verbetert de kwaliteit van de lucht gelukkig – mede dankzij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit – maar er blijven hardnekkige problemen over, met name in de grote steden. Van de twintig meest vervuilde straten in Nederland, liggen er achttien in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Al sinds de jaren zeventig is de EU zich er van bewust dat luchtvervuiling een grensoverschrijdend probleem is. Hart- en longziekten en kanker zijn maar een paar van de gevolgen voor de volksgezondheid, om van het verlies aan kwaliteit van leven maar niet te spreken. Daarom zijn er Europese normen voor bijvoorbeeld fijnstof. Die normen bieden echter niet voldoende bescherming. De Wereldgezondheidsorganisatie hanteert op basis van eigen onderzoek strengere richtlijnen. De Europese normen lijken als doel te hebben om een haalbaar streven te bieden in plaats van een schone en gezonde lucht te garanderen. Het wordt daarom tijd dat de grote steden, de Rijksoverheid en de EU gezamenlijk echt werk gaan maken van de luchtkwaliteit.

Verminder vuile roet
Hoewel veel steden nog niet aan de Europese normen voldoen, is het zaak om die normen toch aan te passen. Het minimaal haalbare mag nooit het uitgangspunt zijn. We moeten de ambitie verhogen om onze kinderen en kleinkinderen ook een gezonde toekomst te bieden. Daarom maakt D66 zich er bijvoorbeeld sterk voor om de uitstoot van roet mee te nemen in de Europese normen. De impact van roet op onze gezondheid en op het klimaat is nog groter dan van andere deeltjes fijnstof. In een stad die zich aan de Europese normen houdt, kun je echter nog flinke hoeveelheden roet inademen.

Wie denkt dat het verbeteren van luchtkwaliteit veel geld kost, vergeet dat we in Nederland volgens het Europees Milieuagentschap zo’n 4 miljard euro uitgeven aan zorgkosten die het gevolg zijn van uitlaatgassen. Strengere Europese normen zorgen bovendien voor eerlijke concurrentie. Als we alleen in Nederland meer maatregelen gaan nemen om uitstoot te verlagen, blijven andere Europese landen achter. Luchtvervuiling kent geen grenzen, maar oneerlijke concurrentie ook niet. Daarom hecht D66 eraan, dat de nieuwe Europese regels ambitieus worden. Op die manier krijgen Nederlandse bedrijven een gelijk speelveld en hebben wij minder last van vervuiling uit het buitenland.

Aanpakken bij de bron
Normen alleen zijn echter geen oplossing. Concreet beleid is vooral op lokaal niveau nodig. Daarom maakt D66 er in de grote steden werk van om luchtkwaliteit beter te meten en om inzichtelijk te maken wat de actuele luchtkwaliteit is. En aangezien oude diesels evenveel roet uitstoten als 25 benzineauto’s bij elkaar, heeft D66 in veel steden voorstellen gedaan om de meest vervuilende voertuigen uit binnensteden te weren of het gebruik van schone voertuigen aan te moedigen. Ondertussen geven we juist meer ruimte aan de fiets en het OV als serieuze alternatieven. Daardoor blijven binnensteden makkelijk en goedkoop bereikbaar en wordt het aantrekkelijker om er te winkelen of een terrasje te pakken.

Het Europees Parlement stelt de normen voor luchtkwaliteit en uitstoot van voertuigen vast. De Nederlandse gemeenteraden stellen vervolgens het beleid op om die normen te halen. Samen hebben de gemeenten, het Rijk en Europa de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat we allemaal schone lucht kunnen inademen. Dat kan, als we ook bereid zijn om daar echt werk van te maken.

Dit artikel wordt mede onderschreven door Tobias Dander, raadslid in Den Haag, Bram Fokke, raadslid in Utrecht,  Jan-Bert Vroege, kandidaat-raadslid in Amsterdam,  Alexandra van Huffelen, wethouder in Rotterdam, Stientje van Veldhoven, Tweede Kamerlid en  Gerben-Jan Gerbrandy, Europarlementariër voor D66

Geef een reactie

Laatste reacties (6)