1.712
19

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Maak beweging in het dagelijks leven vanzelfsprekend

Over de luiheid van de mens en de wet van het biologisch behoud van energie

Het Dikke Afvalboek schreef ik in 2006 (uitgeverij Nieuw Amsterdam) omdat ik liever iets anders wilde dan ik normaal deed. Ik had jaren geschreven over geneesmiddelen die gebruikt worden om problemen op te lossen die gedurende een leven van zittend werk en consumptie (van wat de makers van onze voeding bedacht hadden) waren ontstaan. Ik wilde me nuttig maken en meer betekenen aan het begin van de pijplijn van ziekte en dood.

Ik was na vijfendertig jaar bijhouden van mijn boek moe van het achter de feiten aanlopen. Niet weer een nieuw middel om de cholesterol te verlagen en niet weer een cyclus meemaken van een nieuw diabetesmiddel dat vijf jaar later een grote teleurstelling blijkt. Vijf jaar verprutst als je gewoon wat gedaan had om diabetes te voorkomen.
Ik herinner me de honderden artikelen die ik op de grond om me heen had uitgespreid. Hoe kon ik daarvan een boek over gezond gewicht en het voorkomen van chronische aandoeningen maken. Wat was mijn leidraad? Hoe kon ik er een zinvol geheel van maken? Ik wist heel goed dat ik niet weer iemand moest zijn die eenzijdig de oorlog tegen de bakker voert. Een veldslag tegen vetten begint, profeteert dat we terug moeten keren naar de woestijn en rauw en sprinkhanen moeten eten. Het gaat om het grotere plaatje: waarom worden we steeds ouder maar hebben we steeds langer chronische aandoeningen die ons even verzieken?
Ik moest terugkeren naar de basis van de biologie en ontdekken hoe je boven het landschap van al die onderzoeken op de vloer van een werkkamer vliegt. De basis van de biologie bestaat uit het overleven van bedreigingen. Soorten die daar niet in slagen redden het niet en alle verworvenheden (wat onze biologie geleerd heeft) moeten in een gevoelig afgestemd evenwicht opgeborgen zijn. Waardoor we zonder na te hoeven denken automatisch en onmiddellijk kunnen reageren op bedreigingen.
Zo kwam ik uit bij enerzijds de evolutietheorie (hoe heeft onze biologie zich in de loop der tijd ontwikkeld en op welke uitdagingen) en anderzijds de theorie van het milieu interne (hoe werkt dat evenwicht in ons lichaam van hormonen, boodschapperstoffen, neurotransmitters, stemmingen).
Enthousiast schrijvend kwam ik uit op een aantal biologische wijsheden waarvan ik, ondanks het feit dat er inmiddels tienduizenden onderzoeken bij zijn gekomen, nog steeds denk dat ze het belangrijkst zijn om de enorme toename van chronische aandoeningen te begrijpen: enerzijds de verandering van onze leefomgeving. Meer consumptie van voedingsmiddelen met veel vet en suiker. Steeds minder vanzelfsprekende beweging door automatisering. Grotere afstanden die afgelegd worden via auto, trein, lift. Hogere gemiddelde temperatuur waarin we leven. Voortdurende stress waardoor het glucosemetabolisme wordt verstoord enz. Daar tegenover staat onze biologie die gebaseerd is op hele andere uitdagingen. Er is sprake van een toenemende mismatch tussen aanleg en omgeving. En geloof me, met het simplistisch positivistisch idee dat we daar wel een oplossing (de gouden pil) voor zullen vinden, komen we gevaarlijk dicht bij magisch denken.
Een van de ideeën die ik daaruit ontwikkelde was: ‘de wet van het biologisch behoud van energie’. Energie is in de natuur altijd kostbaar en indien in overvloed is het er tijdelijk. Mensen kunnen niet onzorgvuldig omgaan met energie en het spaarzaam gebruiken. En als het er is, het snel naar binnen werken. De mens is van nature lui schreef ik maar de mensen die altijd hard langs rennen – en je op het fietspad met hun racefiets de berm insturen – vonden dat niet leuk. Bewegen is een feest volgens hen. Tot op zekere hoogte is het waar. Het is een cultureel fenomeen dat we in staat zijn ons beloond te voelen door beweging maar in werkelijkheid is onze biologie slimmer en die spaart energie, slaat het zo effectief mogelijk op. Ik betrapte mezelf erop dat als ik rende ik altijd schuin overstak. Waarom maakte ik nooit haakse bochten? Omdat de biologie mij de baas is. Het leuke is dat ik gisteren bevestiging tegenkwam van het idee dat de mens te slim is om zomaar te gaan rennen. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer we moeten bewegen, hoe slimmer we met energie omgaan. We passen vanzelf de snelheid aan zodat we zo weinig mogelijk energie verbruiken en ook onze pas wordt aangepast aan effectiviteit. Ook al bespaart het minder dan vijf procent van het energieverbruik. Het zit in ons. Zo behoeden we onszelf voor verlies aan energie en als we gaan sporten, dan is dat een bewuste beslissing en die heeft geen consequenties voor het beweegpatroon buiten het sportuurtje.
Moeten we dan nog wel gaan lopen als we met de bus kunnen? Jazeker, want we moeten voorkomen dat we te weinig bewegen. Iets dat enorme gevolgen heeft voor onze hartfitheid. Maar als we dan over leefstijlveranderingen nadenken moeten we wel bedenken dat hier sociale klasse en leefomstandigheden een flinke rol spelen. Hoger opgeleid, betere opleiding en meer geïntegreerd in de gezondheidscultuur zal bijdragen aan het maken van uitgaven en het doen van inspanningen om te bewegen. En als je dan ook nog mooi woont (in een groene omgeving) is een beweegomgeving gemakkelijk beschikbaar. En dan nog. We gaan we er een tijdje lang flink tegen aan omdat we dat besloten hebben maar de goede bedoelingen verdwijnen langzaam maar zeker. Dat komt doordat we van nature lui zijn en je om niet lui te zijn die eigenschap in je persoonlijkheid in moet bouwen. Ik ben een hardloper en ik heb dat aan iedereen verteld, dus nu moet ik wel. Inclusief van mezelf. Anders ben ik mezelf niet meer.
Wil je werkelijk bijdragen aan meer beweging (en dus minder zitten en naar saaie voetbalwedstrijden op de televisie kijken) dan is dat een maatschappelijke uitdaging. Maak daarvoor beweging in het dagelijks leven vanzelfsprekender. Dus zorg dat je er niet meer over na hoeft te denken en wel moet lopen omdat je bijvoorbeeld de lift niet kunt nemen. Tenzij je in bezit bent van een gehandicaptenverklaring. Dat je doordat de parkeerplekken bij je werk en bij je woning 500 meter van jou vandaan vanzelfsprekend een of twee kilometer loopt. Of dat je bijvoorbeeld een kilometervergoeding krijgt als je voor je werk de fiets neemt en hem niet krijgt als je met de auto gaat.
Dat is wat je leefstijlverandering noemt en dat doe je vooral goed als de wereld om je heen verandert zodat je niet lui kunt zijn. Als het om leefomgeving gaat is dat iets maatschappelijks en dus politiek. Onthoud hem: wet van Wolffers over het behoud van biologische energie.

Het Dikke Afvalboek van Ivan Wolffers belicht het afvallen van alle kanten 

cc foto: d26b73


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (19)