8.857
79

Historicus / Socioloog

Bernd Timmerman (1965) is historicus en socioloog.

Maak van bontkraagjes de nieuwe plofkip

Stigmatiseer de drager van bont: laat de spuitbussen terugkomen, laat jongeren elkaar te woord staan op school, laat ouders walgen van hun bontdragende kinderen

Wie een stap buiten de deur zet krijgt flitsende steken zodra hij flink wat medemensen ziet. Maatschappelijk verantwoord leven is een farce door de confrontatie met anderen die het minder nauw nemen in hun keuzes. Bontdragers hoeven zich onder het mom van vrijheid van handelen en meningsuiting niet te storen aan het leed dat zij de dieren en de mensen aandoen. Het onethisch handelen van de bontdrager is namelijk nog geen onrechtmatig handelen. Hoe kunnen we toch de straten schoon krijgen is een brainer: of beter gezegd “hoe kunnen we er voor zorgen dat de bontkragendrager weer zelf gaat denken?”

Ze zijn geweldig, al die vrijwilligers van dierenbelangenorganisaties die uren lang posten voor bontwinkels met als enig wapen een folder en kennis. Daar loopt een groepje jongeren. Spijkerbroek en jack met bontkraag. Ze worden steeds groter. Niet alleen de jongeren, maar ook de bontkragen.

Was je 20 jaar geleden een grote loser als je met twee ringetjes in je oor en met een enorme bontkraag in je nek de straat op ging om te scoren, de laatste 10 jaar ben je dope, banish, relaxt en strak als je met je gruwelijk mooie jasje op zoek bent naar de asserix en boebelix van je spange chick. Hoe vaak zouden de actievoerders zo’n bontkraag er af krijgen? “Fok op” is waarschijnlijk een eerste en laatste reactie van de vmbo-er, al dragen nu ook de vwo-ers hun eigen dierenleedje om hun nek.

Het is een lost generation. Bont is, heel sneaky, terug geslopen in het straatbeeld. Waren het voor 2000 wat verdwaalde oma’s en vrouwen met heel veel make-up, aan de handen van hun gebruinde zonnebankzakenman, nu zijn het de tieners die ons de mentale pijn veroorzaken. De aanval op de geldlustige bontindustrie, de het-zal-mij-een-zorg-zijn modeontwerpers, de mooie handelspraatjes van ondernemers en de  “I got no brains, i just wanna have fun“-jongeren zullen met ander geschut worden gewonnen. Mag het actievoeren iets slimmer en guerrilla-achtig?

De dierenrechtenbeweging is zwak in het ontwikkelen en uitvoeren van strategieën. Natuurlijk zijn er de pareltjes. De verleidingstechnieken van de Dierenbescherming (Beter Leven Kenmerk) in combinatie met de prachtige marketingpesterijen van Wakker Dier (Plofkip) laten zien dat het ook anders kan. Al kan ook bij de vrijheidsaanval voor de dieren in de intensieve veehouderij het allemaal communicatief nog slimmer. Ook hier is te weinig focus, geringe samenwerking, en worden meerdere communicatiemiddelen te braaf en te weinig ingezet.

Laten we de foute bontdragers nou gewoon eens beter aanpakken, net zoals de winkeliers en de jongens en meisjes van de modewereld. Laten de dierenbelangenorganisaties de handen ineen slaan en niet, zoals politieke partijen, uit zijn op het dagelijks gewin van die euro’s aan fondsenwerving. Alleen de dialoog voeren met de dragers, zoals nu gebeurt, is praten tegen de dode wasbeer om hun nek. Voor de duidelijkheid, daar moeten we mee doorgaan, alleen het is onvoldoende. Laten we pijn bezorgen. Geen fysieke pijn natuurlijk, de dierenbeweging is netjes.

Alleen “Bont is dood” dringt als leus niet meer door tot de testosteronjongeren. Wees transparant, slimmer, harder en creatiever en zorg voor de pijn bij de jongeren. Laten we op zoek gaan naar de 20 mooiste vrouwen en 20 mannen van Nederland. “Je bent geen compadre als je bont draagt”. We hebben rolmodellen nodig die laten zien wat voor eikel je bent als je een dood dier aan hebt. Laat de onrust maar komen op de schoolpleinen tussen de mentaal dode bontdragers en de levende geesten.

De stigmatisering is nodig van de drager. Wie verzint de framing voor bont? We hebben nieuwe woorden nodig. Geen “bont is voor dieren”. Dat is gericht op het dier. Wat nodig is bij de nieuwe guerrilla-strategie is een aanval op de drager. Niet zo lief als “I rather go naked than wear fur“, daar komen de jongens met de kraagjes op klaar en de meisjes willen graag zo’n mooi lichaam als het model. De pijlen richten op de drager: “Zombies bestaan: de bontdrager” en “altijd gedacht dat je als vwo-er wél hersenen had”.

De aanval moet komen op de industrie, ontwerpers, verkopers. Geen witte lijsten van de goeden, maar de zwarte lijsten van de fouten. Ik wil een “plofkip-strategie” voor de “domkraag” van Nederland. Het is belangrijk om te komen van het rechtvaardigheidsframe, zoals deze al vele jaren wordt gehanteerd bij bont – de nadruk op het probleem en het leed – naar de actieframe in brede zin – a call to action for change.

Laat de spuitbussen terugkomen, laat jongeren elkaar te woord staan op school, laat ouders walgen van hun bontdragende kinderen, laat bedrijven de pijn voelen in hun portemonnee, laat de vrolijke ontwerpers huilen van ellende, laat de winkeliers zien dat hun omzet terug loopt. Laten we voor de bontfans gaan denken, omdat zij het zelf nog even niet kunnen.

Geef een reactie

Laatste reacties (79)