2.723
148

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Maak van Nederland weer een huurdersland

Dat is een investering in de toekomst waar onze kinderen en kleinkinderen écht iets mee opschieten

Nederland is altijd een huurdersland geweest. Alleen de welgestelden kochten een huis. Je moest immers eigen geld meenemen voor de bank maar aan een hypotheek wilde dénken. Daar zat dan altijd een aflossingscomponent in. Bovendien had je een woonvergunning van de overheid nodig om je eigen bezit te mogen betrekken.

Te goedkoop gekochte woningen werden aan lager betaalden toegewezen. De nieuwe eigenaar moest zich tevreden stellen met het innen van de eveneens door de overheid vastgestelde maximale en dan ook nog belaste huur. Veel plattelandsgemeentes hanteerden wat dat betreft verschillende tarieven. Wie niet economisch gebonden was, moest aan strengere eisen voor een woonvergunning voldoen dan de localen.

Al die regelingen zijn in de loop van de jaren tachtig en negentig opgeheven. Bovendien verzonnen de banken allerlei hypotheekvormen die de renteaftrek maximeerden. Daarnaast hoefde je geen eigen geld meer mee te brengen. De hypotheek kon zelfs hoger zijn dan de waarde van de woning die als onderpand diende. En ook nog eens “aflossingsvrij” zijn zodat je alleen rente betaalde.

Nu werden huurders op feestjes en verjaardagen belachelijk gemaakt: zij waren dieven van hun eigen portemonnee. Zij verwierven zich in tegenstelling tot de kopers geen eigendom. Zij misten die aftrek. Zij zouden aan het eind van hun leven arm achter blijven. Dat Nederland net – onder de regeringen Lubbers – een ineenstorting van de vastgoedmarkt achter de rug had, was vergeten.

Zo kwam er een door de overheid actief bevorderde omslag tot stand. Nederland werd een land van huiseigenaren. De hele politiek juichte dit om tal van redenen toe. Het CDA was altijd al voor bezitsvorming door het gezin geweest en dan kom je al gauw bij het eigen huis terecht. Progressieven en liberalen meenden bovendien dat woningbezitters meer betrokkenheid bij de buurt toonden dan huurders, die immers van de ene op de andere maand konden vertrekken. Ook gaf de koopgolf blijk van de welvaart die de gouden jaren negentig kenmerkte. Huurder = sukkel.

Inmiddels is gebleken dat je – net als in de jaren tachtig – op een huis ook kunt verliezen, dat het van een aanjager van je welvaart ineens een blok aan het been kan worden, een verliespost, een – rare beeldspraak maar goed – een schip van bijleg. Jij werkt je een ongeluk en de woning van je dromen eet je verdiensten op.

Natuurlijk, de lui die in de begintijd van de huizenbubbel bij de zogenaamde gratis hypotheker langsgingen, zitten nog steeds vrij aardig, maar heel veel huizenkopers hebben geleerd dat wat zij deden, in feite het nemen van een zakelijk risico was, van speculeren. Opnieuw kun je de bank op de stoep verwachten maar dit keer niet om je een nieuwe lening voor te stellen. Die wil geld zien.

De huizenmarkt is dan ook weer terug bij af. Aflossingsvrije hypotheken zijn verboden. Banken mogen niet meer financieren dan de waarde van het huis. Een invloedrijke commissie onder oud-bankier Wijffels heeft zelfs geadviseerd om een huis niet meer voor 100% financierbaar te maken. Laat potentiële kopers eerst maar eens sparen.

Dat maakt Nederland opnieuw tot een land van huurders. Jonge stelletjes willen niet nog tien jaar bij hun ouders blijven wonen tot ze het benodigde eigen geld bij elkaar hebben gespaard. Velen zullen dan nog niet voor een hypotheek in aanmerking komen omdat vaste aanstellingen steeds zeldzamer worden. Een huis kopen wordt weer iets voor welgestelden. De massa is gedwongen om te huren net als in de jaren vijftig en zestig. Dat is – gezien de huizenbubbel en de rol van huizenbubbels bij de crisis van het kapitalisme die wij nu meemaken – helemaal niet zo’n gekke ontwikkeling. Je zou zeggen: de maatschappij heeft leergeld betaald.

Alleen: die huurhuizen zijn er veel te weinig. Voor een woningwetwoning moeten lager betaalden tegenwoordig net zo lang in de rij staan als in de jaren vijftig, mede omdat de woningbouwcorporaties zo ontzettend veel appartementen hebben afgebroken onder het mom dat er geen vraag naar zou bestaan. Tegelijkertijd maakt de regering Rutte II het huren onnatuurlijk duur, met allerlei krankzinnige maatregelen zoals die aan de bewoners doorberekende belasting van 2,7 miljard en dat gedoe met “scheefwoners”.

Wat wij nu nodig hebben is een groot nationaal programma voor het bouwen van huurwoningen, geëntameerd door de overheid. Daar waar de woningbouwverenigingen of de gewone projectontwikkelaars (wat is eigenlijk het verschil?) het laten afweten, kan de gemeente inspringen. Assen laat nu al zien hoe het moet. Zo komt er ook weer werk voor de bouw. En daarmee krijgen grote delen van de economie een enorme impuls.

Dat is een investering in de toekomst waar onze kinderen en kleinkinderen écht iets mee opschieten.

Nederland weer huurdersland! Zo komt de welvaart terug.

Volg Han ook op Twitter

Het laatste boek van Han van der Horst is: Nederland, de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (148)