5.566
180

Journalist, publicist

Uitgever en hoofdredacteur van www.amerika.nl

Maarten van Rossem en het populisme

Maarten van Rossem publiceerde vorige maand een boekje over ‘hedendaags populisme', onder de titel 'Waarom is de burger boos?'

Ik heb het met genoegen gelezen, zo gaat dat met alles wat Maarten opschrijft – al houdt hij zich in en zijn de bon mots waarmee hij soms op televisie de paljas uithangt eruit geëdit. Het boekje is vooral een kleine geschiedenis van het Nederlandse parlementaire systeem na 1945 met een grote nadruk op de reacties op Paars in de vorm van Leefbaar en Fortuyn. Die delen zijn vooral een vlot opgeschreven kleine geschiedenis van die jaren – maar dan enkel vanuit het populistisch perspectief. Niet veel nieuws onder zon en ook geen vernieuwende analyse.

Iedereen die de ontwikkelingen heeft gevolgd weet dat zo’n twintig procent van de kiezers boos is (overigens vind ik dat Van Rossem wel meer had mogen doorgaan op economische angst en ontworteling van de burger dan het standaardrepertoire waarmee populisten daar gebruik van maken). Boos op Den Haag, op de wereld, op Brussel, op nieuwkomers, op anders eruitziende mensen, op van alles en nog wat. Consistentie is niet vereist, anders zou een kale, hedonistische homo met een grabbelzak aan klachten en verzuchtingen niet hun leider hebben kunnen en evenmin een product van de zittende elite, de sinds 1990 in Den Haag werkzame Wilders. Die twintig procent doolt, van de SP naar de LPF, van holle TON naar PVV (dat is overigens het echte probleem van Agnes Kant). Laat maar dolen, zegt Van Rossem, ze doen geen kwaad (afgezien van de vervuiling van de politieke sfeer maar daarover later) en ze tellen niet echt mee. De consensus in Nederland is altijd redelijk breed geweest en ook het geneuzel na de gemeenteraadsverkiezingen als zou zich een rechts-links scheiding hebben voltrokken, lijkt me onzin. Al was het maar omdat Wilders in deze klassieke traditie ook van alles in zijn politieke rommelpotje stopt dat moeilijk in die categorieën valt te scheiden.

Het is meer zo, zou ik zeggen, dat geen enkele partij meer ideologisch helder is. Ik bedoel dan niet helder in de zin van een star, vast wereldbeeld waarin alles opgeborgen moet worden, maar niet helder in de zin dat partijen niet eens meer proberen om een mens- en maatschappijbeeld op te zetten waaruit hun ideeën als vanzelfsprekend voortvloeien. Ze zijn steeds aan het lobbyen, beschermen of belangenbehartigen, of kiezersvolk voor zich behouden, waardoor bijvoorbeeld de VVD allesbehalve liberaal is en de PvdA te weinig oog heeft voor zijn eigen sociaal democratische erfgoed. Alleen het CDA met een consequent kleurloos corporatisme is in elk geval een coherent geheel. De rest is vooral een leider die probeert mensen achter zicht te krijgen, meestal niet op programmatische basis.

Een uit de hand gelopen artikel is dit boekje dus. Maar ja, alles wat Maarten schrijft, verkoopt (zeg ik jaloers). Alleen de eerste twintig pagina’s over populisme in Europa en de laatste tien pagina’s over de effecten van Fortuyn en Wilders op het Nederlandse politieke klimaat voegen wat toe aan het debat, zou ik zeggen. Ik ben het helemaal met Van Rossem eens dat Fortuyn en zijn navolgers het vertrouwen in de parlementaire democratie ondermijnen – al mogen de andere politici zichzelf dat aanrekenen door niet als bakens van een goed werkende parlementaire democratie op te treden en veel te veel de oren te laten hangen naar wat ze denken dat het electoraat wil horen.

Inderdaad, de media dragen daaraan bij en helaas, op zijn meer gemakzuchtige laten-we-leuk-zijn-dat-is-goed-voor-de-kijkcijfers houding, Van Rossem zelf ook. Zijn commentaar is ook een vorm van populisme, niet altijd, maar soms houdt hij zichzelf ook niet in de hand. Nederland is boos. Dat geloof ik ook. Maar de mensen zouden door de politici een spiegel voorgehouden moeten krijgen. Ik hoorde ook veel de afgelopen dagen dat Nederland angst heeft. Niet alleen Wilders roept dat, ook de grachtengordel schijnt dat te menen. Lijkt me onzin. De wortel van de het populisme in Nederland is vooral ongenoegen, Boer Koekkoek in het kwadraat.

Van Rossem verwijt Fortuyn dat hij het waanidee van de islamisering in de bloedbaan van de natie heeft geïnjecteerd. En Van Rossem geeft leuk tegengif door de simpele vraag hoe een groepje dat een minimaal deel van de samenleving uitmaakt en in hoog tempo seculariseert een gevestigde cultuur kan overweldigen. Het Calimero syndroom dat Wilders ons probeert aan te praten moet worden ondermijnd. Was Fortuyn voor die islamofobie verantwoordelijk? Dat weet ik zo net nog niet. Bolkenstein kaartte de discussie voor het eerst aan en niet zonder reden. Fortuyn gebruikte hem voor zijn boekje in 1998 over islamisering en Wilders probeert nu groepen in de samenleving tegen elkaar op te zetten onder die vlag.

Wilders is een ziek man, daarover zijn Van Rossem en ik het eens. Hij lijdt aan allerlei vormen van paranoia. Maar zijn electoraat heeft een andere bron van inspiratie waar Van Rossem wel over praat maar die hij uiteindelijk te weinig laat spreken. Van Rossems laatste pagina’s over de vraag waarom Wilders met fluwelen handschoenen wordt aangepakt is typisch Van Rossem op zijn sterkst. Een goed begin, een sterk einde en een stukje ‘potted history’ ertussenin dat de mensen die het volgen allang kennen. Leuk boekje, had ook een pamflet mogen zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (180)