524
4

Hoogleraar Toegepaste Filosofie

Michiel Korthals is hoogleraar Toegepaste Filosofie aan de Wageningen Universiteit. Hij studeerde Filosofie, Sociologie en Duits aan de Universiteit van Amsterdam en de Karl Ruprecht Universität in Heidelberg (BRD). Zijn academische belangstelling richt zich op bioethiek (met name voeding, dieren en milieu), deliberatieve en democratische theorieën en Amerikaans pragmatisme. Hij heeft een verscheidenheid aan publicaties op zijn naam staan.
Korthals is tevens voorzitter van de Stichting FREE (Foundation for the Restoration of European Ecosystems), die ongeveer 1500 Hooglanders, Konikspaarden, Wisenten en Rode Geuzen beheert. De laatste jaren treedt hij veelvuldig op met gedichten over eten, landbouw en natuur.

Mag de burger-consument nog kiezen?

De discussie over de toekomst van de landbouw gaat niet over de 'waardenvrije' feiten maar over de verwevenheid van feiten en normen

Recentelijk hebben bepaalde insiders van de landbouw een pleidooi gehouden voor intensivering van de landbouw, met in achtneming van duurzaamheid, maar met een stevig gebruik van landbouw huisdieren als kip, koe, en varken. De plofkip, 38 dagen oud, 15% kan niet het voortijdig uitgegroeide vleeslichaam dragen en heeft gebroken poten, en de aangebonden varkens moeten de consumenten accepteren, want de duurzaamheid wil het. We sparen zo land uit, dat we kunnen gebruiken voor verwilderde natuur (en C02 opvang).

Zowel de voorzitter van Wageningen Universiteit en Research Centre, als Louise Fresco hameren op de noodzaak van wetenschappelijke intensivering, grotere opbrengst per hectare, zonder rekening te houden met dierenwelzijn. Dijkhuizen heeft actiegroepen als Varkens in Nood en supermarktketen Deen van zware kritiek voorzien, omdat ze diervriendelijk vlees propageren en duurzaamheid niet het volle pond geven.

Marianne Thieme van de Partij van de Dieren vindt juist dat de plofkip achterhaald is en dat de voedingsproductie zich helemaal moet concentreren op plantaardig voedsel. De wetenschap werkt daar hard aan.

Interessant is dat geen van deze auteurs enige nuance en voorzichtigheid in acht nemen. Ze stellen de consument voor één keuze: je bent of voor wetenschappelijke intensivering, of tegen; in het eerste geval volg je braaf de wetenschap, in het tweede geval ben je romanticus of stedeling (voor Fresco ongeveer het zelfde). Andere landbouw systemen zijn er niet; wanneer mensen daarmee aankomen is dat romantiek. Geen van deze mensen heeft een voorkeur voor experimenteren met verschillende systemen. Om uit te zoeken welke dan in bepaalde gebieden en onder bepaalde voorwaarden beter is dan anderen. Hun oordeel staat vast.

Er is nog een opvallend punt in de redenering van genoemde mensen. Hoewel ze duidelijk hun normatieve voorkeuren verbonden met een bepaald landbouwsysteem uitspreken, wordt de consument-burger hierbij geen enkele keuzevrijheid gegeven. Waarom mogen consumenten niet zelf beslissen of ze bij voedselproductie in bepaalde gevallen meer prioriteit aan dierenwelzijn willen geven dan aan duurzaamheid (of omgekeerd)?

Veel consumenten menen dat dierenwelzijn een bepaalde prioriteit heeft, en de voorkeur verdient ten opzichte van de vaak wensdroomachtige voorstellen van duurzaamheid van de intensieve landbouw. Dierenwelzijn is vaak makkelijker vast te stellen door leken dan duurzaamheid. Maar de consument-burger, net als de boer overigens, staat bij deze voorstanders van intensivering volledig buiten spel. Ook zou het kunnen dat consumenten de voorkeur hebben voor fair trade of voor goede bestaansvoorwaarden voor kleine boeren, en soms duurzaamheid of dierenwelzijn iets minder prioriteit willen geven. Deze ethische afwegingen zijn alleszins legitiem, en het is een raadsel waarom genoemde auteurs zo dwingend hun mening willen doordrukken. 

Consumenten die meer aandacht willen voor bijen, dierenwelzijn, of minder vlees, maken geen denkfout, zoals Fresco zou zeggen, maar hebben een andere waarden oriëntatie, een waarde oriëntatie die in beginsel even respectabel is als die van Fresco en anderen. De discussie over de toekomst van de landbouw gaat niet over de ‘waardenvrije’ feiten, en ook niet puur over de normen, maar over de verwevenheid van feiten en normen, en daarom kan niemand zich achter ‘waardenvrije’ feiten verschuilen. 

De discussie dient over de volle breedte van feiten, waarden en verantwoordelijkheden te worden gevoerd. Eén unieke oplossing voor de toekomst van de landbouw, hetzij intensivering te koste van dieren, hetzij een ander type intensivering, past daarin niet.

Michiel Korthals, Hoogleraar Toegepaste Filosofie, Wageningen Universiteit en auteur van Voor het eten

Geef een reactie

Laatste reacties (4)