Laatste update 11:32
2.322
83

taalkundige, hoogleraar

Ik ben senior-onderzoeker op het Meertens Instituut en hoogleraar Fonologische Microvariatie aan de Universiteit Leiden (en voorzitter van de onderzoeksmaster taalkunde aldaar). Ik heb een wekelijkse rubriek over taal op Radio Noord-Holland, verzorg de gratis nieuwsbrief Taalpost en schrijf over taal voor onder andere Onze Taal en Sargasso. Op Neder-L, het elektronisch tijdschrift voor neerlandistiek heb ik een bijna dagelijkse column.

Mag een hoogleraar zich ergens mee bemoeien?

Over de uitspraken van Paul Frissen over de PVV en het uiten van een mening door wetenschappers

Ineens had iedereen een mening over de vraag of wetenschappers hun mening mogen uiten. Ik discussieerde er bijvoorbeeld op Neder-L genoeglijk over met Hans Broekhuis, en toen bleek de PVV er ook ineens iets van te vinden: de Tilburgse hoogleraar Paul Frissen had beweerd dat de partij fascistisch was en moest daarom ontslagen worden! Daarover schreef de historicus Jona Lendering op zijn beurt dan weer een blog.

De kern van de vraag lijkt me deze. Als wetenschapper spreek je soms hopelijk met enige autoriteit: als het gaat over je vakgebied. Wanneer je bijvoorbeeld in DWDD aandacht wil besteden aan de vraag of het zinnig is om in het Nederlands onderscheid te maken tussen een bijwoord en een bijvoeglijk naamwoord, kun je dat beter aan Hans Broekhuis vragen dan aan Gerard Joling. De vraag is nu echter waar Broekhuis’ autoriteit ophoudt. Mag hij bijvoorbeeld ook iets beweren over het Duitse bijwoord? Over de teloorgang van de puntkomma? Over het eindexamen? Over de uit de klauwen lopende uitgaven in de zorg?

In zekere zin mag hij natuurlijk over al die dingen iets vinden en beweren. Tegelijkertijd heb je als wetenschapper ook de waardigheid van de wetenschap te dienen. Door allerlei controversiële zaken te gaan beweren uit hoofde van je professordoctorschap bezoedel je die waardigheid.

Ik denk dat Jona Lendering, Hans Broekhuis en ik het daarover eens zijn. Alleen: die zuiverheid is natuurlijk vooral een kwestie van wetenschappers zelf. Alleen zij kunnen bepalen wat precies ‘wetenschappelijk onderbouwd’ is, en ook wat er wel of niet tot de inhoud van hun vakgebied behoort. Je kunt het jammer vinden of niet, maar er is nu eenmaal geen objectieve maat om vast te stellen dat iets ‘goede wetenschap’ is, en ook niet wat je precies allemaal kunt begrijpen met de wetenschappelijke methode. (Er zijn natuurlijk wel ondergrenzen, zoals dat je niet moet plagiëren en geen gegevens moet verzinnen.)

Ik heb 13,5 jaar jaar geleden ook al over deze kwestie geschreven in Neder-L, maar tot mijn verbijstering blijkt telkens weer dat mensen zulke dingen niet uit hun hoofd hebben geleerd, hoewel ik ook toen al professor was. Ik schrijf zulke dingen toch niet voor niets, mensen!

Affijn, ik was indertijd geloof ik wat rechter in de leer dan nu. Ik heb het Taalkundig Manifest, dat opriep om het onderwijs in de allochtone levende talen (oalt) op de Nederlandse scholen te behouden, niet ondertekend, omdat ik vond dat een taalkundige (een taalwetenschapper) geen manifesten moest ondertekenen, maar voorlichting moet geven en feiten aandragen. Je kon wel laten zien dat uit onderzoek blijkt dat onderwijs in de taal die kinderen thuis spreken mits goed georganiseerd niet ten nadele gaat van het Nederlands, maar je mocht daar niet als wetenschapper de conclusie aan verbinden dat het goed was om dat oalt te behouden.

Inmiddels zou ik geloof ik een eventueel – in het huidige politieke klimaat waarschijnlijk volkomen kansloos geworden – oproep om dat oalt weer in te voeren wel tekenen. Er was van alles mis met de organisatie van dat onderwijs, maar inmiddels heeft het bijgedragen aan verschraling van het talenlandschap in ons land. Het zou gepaard moeten gaan met goede argumenten (ik kan het manifest van toentertijd niet meer vinden, maar ik vond dat er te weinig cijfers werden gegeven), maar ik zou er denk ik ook niet voor schromen mijn titels in te zetten. Ik vind niet dat mijn mening alleen maar vanwege mijn autoriteit onmiddellijk tot wet zou moeten worden verheven; maar hij mag natuurlijk wel meeklinken.

Er worden inmiddels genoeg op niets gebaseerde onzinnige meningen rondgebazuind dat ik vind dat we niet hoeven te schromen om die van een geleerde eraan toe te voegen.

Geef een reactie

Laatste reacties (83)