693
6

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Mama, ben jij verdrietig?

Job heeft een nieuwe fascinatie: emoties raden

De 10-jarige Job is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. Zijn moeder Annemarie schrijft regelmatig over hun leven.

Een enkel keertje heeft hij het fout.
Sla ik mijn handen voor mijn gezicht tijdens het lachen: ‘Mama, ben jij verdrietig?’
‘Nee joh, ik ben blij!’

Job heeft een nieuwe fascinatie: emoties raden.
Hij is er verrekte goed in.
Observeert (Tranen? Tandvlees? Frons?), luistert (Gesnif? Gehinnik? Stemverheffing?) en trekt dan meestal de juiste conclusie.

Het is een geinig spelletje. Sociale ontwikkeling zou je het kunnen noemen. Job leert.

Voor mij betekent het dat ik aan mijn acteerprestaties moet werken. Want ik wil niet dat hij altijd weet wat ik voel.

De associatie ziekenhuis – verdriet mag hij nooit maken. Terwijl die er natuurlijk oorverdovend is. Vertelt een arts dat de ouders van Job zich zorgen moeten maken, dat hun kind, zeg, ondervoed is en dat hij, daardoor, te kwetsbaar wordt en ze moeten waken voor, bijvoorbeeld, doorligplekken of infecties omdat het jongetje, op dit moment, geen reserves heeft, dan leidt dat tot emoties bij die ouders – vooral bij moeder in dit specifieke geval.

Job wordt juist blij van het ziekenhuis. Hij verheugt zich op de bezoekjes. Vindt het grappig als dokters aan hem voelen. Geniet van de complimentjes dat hij ‘een grote jongen is’. En als de iPad mee mag, is het uitje helemaal geslaagd.

Die onbevangenheid koester ik en dient gekoesterd te worden. Job moet nog zo vaak naar het ziekenhuis. En het zal niet alleen maar leuk zijn. Operaties doen gewoon pijn. Dus moet ik er samen met Jobs vader voor zorgen dat er geen angstig gewicht drukt op het thema ‘ziekenhuis’.

Maar hoe doe je dat als je zelf je tranen zit te verbijten bij zo’n arts? Hard zingen werkt, maar dat is raar tijdens een slecht nieuwsgesprek. Op z’n vroegst kan ik mijn lied inzetten op de gang. Job let niet altijd op wat er in spreekkamers gezegd wordt, gelukkig. Te druk met spelen. Dus ontgaan hem veelzeggende stiltes.

‘Normaal doen’, prent ik mezelf in. Kom Job, we gaan naar huis. Geef de dokter maar een handje. Jas aan. Onhandig gedraai met rolstoel in te klein kamertje.

Op de fiets naar huis – Jobs vader gaat linksaf, richting Albert Heijn – denk ik dat Job vrachtwagens kijkt. Heel even laat ik me gaan. Mijn zoon zit op de rolstoelfiets met zijn rug naar me toe, op zeker een meter afstand. Dan gooit hij zijn hoofd in zijn nek en probeert mijn gezicht te zien.

‘Mama, ben jij verdrietig?’

Deze column staat ook op de website van Annemarie Haverkamp

Het laatste boek van Annemarie Haverkamp is Dolgelukkig zijn wij


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Job gaat viral

    November 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (6)