3.251
32

Kunstenaar

TINKEBELL is kunstenaar. In 2005 studeerde zij af aan de afdeling design van het Sandberg Instituut te Amsterdam. In 2004 verkreeg ze landelijke bekendheid met een handtas die zij gefabriceerd had van het bont van haar eigen kat. Begin 2008 deed ze opnieuw van zich spreken met de tentoonstelling Save the pets, waarbij ze in galerie Masters in Amsterdam, 95 hamsters tegelijk liet rondlopen in zogenaamde hamsterballen. Zij wilde hiermee laten zien hoe mensen omgaan met hun huisdieren. Haar werk leverde meermalen een storm aan publiciteit en kritiek op, inclusief haatmail en doodsbedreigingen. Een deel van deze haatmail en doodsbedreigingen werden gepubliceerd in het boek Dearest TINKEBELL uit 2009. Ook publiceerde zij het boek 'De Duitsers zijn uitgeschakeld'. In 2018 publiceerde ze een boek over haar ervaringen in het Japanse kernrampgebied: Het gevaar van angst – hypochonderen in Fukushima.

MANGO, Benetton en de horror van Rana Plaza

Op 24 april is het vijf jaar geleden dat de Rana Plaza-ramp plaatsvond, die grote impact zou hebben op de veiligheid in de kledingindustrie.

Deze maand, op 24 april om precies te zijn, is het vijf jaar geleden dat het bekende ‘Rana Plaza’ gebouw in Savar, vlak bij Dhaka, in Bangladesh instortte. Het gebouw had elf etages: acht omhoog en nog drie onder de grond en huisvestte verschillende kledingfabrieken.
Er kwamen 1138 mensen om en honderden mensen raakten gewond. Sommige van de slachtoffers zullen voor altijd gehandicapt blijven. Dit betekent in een land als Bangladesh een leven lang extreme armoede.

Maar hoe vreselijk afschuwelijk ook. Deze ramp bracht ook iets goeds teweeg. Voor het eerst ontstond er meer dan ooit daarvoor een bewustzijn binnen de kledingindustrie dat het ánders moest. Er werd voor het eerst op écht grote schaal gesproken over veiligheid in textielfabrieken.

De basisvoorwaarden van waar een veilige fabriek aan moest voldoen werden opgetekend in het ‘Bangladesh akkoord‘, Een bindende afspraak tussen kledinglabels en ngo’s zoals de Nederlandse stichting Schone kleren campagne. Labels die het akkoord tekenden moesten zich in Bangladesh houden aan de veiligheidsafspraken in dit akkoord. Een goede zaak dus.

Ik moest hier vanmorgen aan denken doordat ik een tentoonstelling voorbereid die volgende week opent bij TORCHGallery in Amsterdam. Ik laat daar een serie relikwieën zien uit kunstprojecten van de afgelopen 20 jaar. Een van die relikwieën bestaat uit een serie van zeven menselijke botten van slachtoffers van deze ramp. Ik heb ze ingelijst samen met de labels van een aantal kledingmerken die ik tussen deze botten vond een jaar na de Rana Plaza-ramp, op de grond waar het gebouw was ingestort.

Nogal luguber, ja. Dat vind ik zelf ook.

Maar ik had een hele goede reden om deze botten mee naar Nederland te nemen.
Zoals gezegd was ik een jaar na de Rana Plaza-ramp in Bangladesh. Ik werkte daar aan een project ‘SAVE THE WORLD’ wat ik toonde in het Humanity House in Den Haag. Hiervoor bezocht ik de rampplek meerdere malen en maakte en plaatste ik uiteindelijk een grafsteen voor de slachtoffers. De film die ik daarover maakte is hier te zien.

Die rampplek was op dat moment afgezet met hekken, maar je kon door een gat kruipen om te kijken hoe de boel ervoor stond. Niet best, concludeerde ik. Om te beginnen liepen er allemaal mensen, soms huilend, met bordjes en foto’s van hun nabestaanden in de handen. Deze mensen waren hier om te rouwen en ze hoopten op aandacht voor de situatie. En hulp. Sommigen waren zelf slachtoffer en gehandicapt, anderen verloren familieleden wiens lichamen nooit onder het puin vandaan waren gekomen. De overheid had namelijk drie weken na de ramp besloten dat er toch geen overlevenden meer waren en heeft toen opdracht gegeven de grootste brokstukken af te voeren. Dat wat over was gebleven aanschouwde ik hier: een grote lap grond bezaaid met puin, resten textiel, onderdelen, kledinglabels, radeloze mensen en… de resten van ongeveer 400 lichamen die nooit geborgen waren.

Dat laatste, dat die resten daar deels zichtbaar lagen, dat had ik eerst niet door. Totdat ik ergens een botje vond en me afvroeg of het menselijk was. Iets wat ik op dat moment nog niet durfde te geloven. Voor de zekerheid hield ik mijn vondst voor me. Maar mijn vermoeden bleek al gauw te kloppen. Niet lang daarna begonnen mensen naar me toe te komen en duwden ze me de gevonden resten van dode slachtoffers in mijn handen: “Please take this with you. The world must know.”

Wanneer mensen in al hun ellende, hun familieleden verloren en in armoede je smeken om alsjeblieft de resten van hun geliefden mee te nemen omdat de wereld moet weten wat daar gaande is, dan is nee geen optie. Weigeren zou dan misdadig zijn. Dus ik nam de botten mee. Samen met een tas verzameld textiel, labels van kledingmerken en nog wat spullen die ik vond op dit massagraf.

Een merk waarvan ik heel veel labels vond is MANGO. Het zal je dan ook niet verbazen dat wat mij betreft dit merk vanaf dat moment evil was. Maar dit werd nog erger toen ik hoorde dat MANGO heel lang weigerde om enige compensatie te betalen voor de slachtoffers. Samen met het bekende merk Benetton hebben ze eindeloos (ruim twee jaar) gewacht met het uitkeren van een compensatiebedrag. Het verschil is echter dat MANGO maar een schijntje betaalde (minder dan een ton in dollars) en Benetton nog met een ietsje serieuzer bedrag kwam. Maar nog erger is dat MANGO weigerde het besloten Bangladesh-akkoord te tekenen. Ze wilden dus geen afspraken maken om er voor te zorgen dat textielarbeiders in Bangladesh veilig konden werken.

Dit weigeren duurde tot begin dit jaar. Bijna vijf jaar hebben organisaties als stichting Schone kleren campagne dus moeten lobbyen om MANGO zo ver te krijgen. Een kritisch mens zou zich gaan afvragen waarom dan nu ineens wel?

Ik ben zo’n kritisch mens en ik durf het wel voor u op te schrijven. Zoals gezegd: op 24 april is het vijf jaar geleden dat deze ramp plaatsvond. En juist omdat de impact op de veiligheid in de kledingindustrie (in Bangladesh!) zo groot is zal er ongetwijfeld veel aandacht worden besteed in de media. Er zal worden teruggeblikt: vijf jaar na de ramp, hoe staat het er nu voor? MANGO kan het zich simpelweg niet veroorloven om dan dat ene label te zijn dat weigerde een veiligheidsakkoord te tekenen.

Dit heet greenwashing. Meedoen en het akkoord tekenen is goedkoper (rendabeler) dan de weigeraar zijn, vijf jaar na zo’n ramp.

Wat overigens nog los staat van de volgende constructie: (ik weet niet of MANGO dit doet, maar ze zouden niet de eerste zijn) het akkoord geldt voor Bangladesh. Met andere woorden, in Bangladesh moet een label dat heeft getekend voldoen aan veiligheidseisen. Maar dat geldt niet in landen als India of Myanmar bijvoorbeeld. Waar je prima kunt produceren zonder je al te veel bezig te houden met veilige branduitgangen etcetera.

Er is dus heus veel gewonnen. En je moet zeker aandacht geven aan alle positieve ontwikkelingen. Maar er moet nog heel erg veel gebeuren voor je van een schone kledingindustrie kan spreken.

Overigens, dat moet ook gezegd, heb ik geen labels van Benetton gevonden op de rampplek van Rana Plaza. Iets wat opmerkelijk is omdat ik echt goed gezocht heb en van getuigen heb gehoord dat die labels direct na de ramp wel overal lagen. Wat ik vermoed is dat Benetton zelf mensen heeft gestuurd om hun eigen labels daar weg te halen. ‘Greenwashing’ is hier, alweer, de juiste term. Je zou, als dit inderdaad is gebeurd, kunnen stellen dat Benetton iets betere imago-experts in dienst heeft dan MANGO. Verder zijn ze net zo evil en vergelijkbaar met een Primark.


Laatste publicatie van Tinkebell

  • Het gevaar van angst

    Hypochonderen in Fukushima

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (32)