17.263
11

Schrijver

Arthur Japin (1956) bezocht het Gymnasium in Haarlem en studeerde enkele jaren Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam om daar vervolgens de theaterschool te doorlopen, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij speelde diverse rollen voor radio en televisie en op toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie. Ook zong hij een kleine rol bij de Nederlandse Opera.
In 1987 ontdekte hij het historische, maar tot dan toe onbekende verhaal van twee Afrikaanse prinsjes die in het negentiende-eeuwse Nederland als Hollanders werden opgevoed. Hij stopte met acteren en begon te schrijven. Ondertussen schreef hij diverse korte verhalen, hoorspelen, toneelstukken en televisiefilms en debuteerde hij in 1996 met de verhalenbundel Magonische verhalen. Zijn debuut werd veelgeprezen in de literaire kritiek, maar hij brak pas bij een groot publiek door met zijn tweede boek, het verhaal van de twee prinsjes: de roman De zwarte met het witte hart, die wereldwijd vertaald werd en die hem internationale roem bezorgde. Japin publiceerde dit boek pas na tien jaar onderzoek in Afrika, Weimar en Indonesië.
Na De zwarte met het witte hart publiceerde Japin in 1998 een tweede verhalenbundel, De vierde wand. Het volgende boek had alles te maken met de verfilming door Ineke Smits van enkele van zijn magonische verhalen onder de titel Magonia. Onder diezelfde titel verscheen een reprise van de magonische verhalen, vermeerderd met het filmscenario en stills uit de film.
Voorjaar 2002 verscheen zijn tweede roman, De droom van de leeuw, een exuberante literaire verbeelding van de jaren die Japin zelf doorbracht in cinematografische kringen in Rome. Anderhalf jaar later verscheen de derde roman van Japin, Een schitterend gebrek, die het succes van De zwarte met het witte hart in de Lage Landen nog overtrof. Het boek werd bekroond met de Libris Literatuurprijs en vond al honderdduizenden lezers.
In 2006 schreef Arthur Japin het Boekenweekgeschenk, De grote wereld, over de liefde tussen Lemmy en Rosa, twee kleine mensen. Dit geschenk werd in een recordoplage door de boekhandel besteld om cadeau te kunnen geven aan de klanten.
September 2007 verscheen De overgave, het op historische feiten gebaseerde, aangrijpende verhaal van een pioniersvrouw die in het gevecht om haar kinderen en kleinkinderen uiteindelijk het machtigste wapen moet leren hanteren: vergeving. In acht maanden tijd werden er al 175.000 exemplaren verkocht van deze historische roman.
In augustus 2008 verscheen Zoals dat gaat met wonderen. Al vele jaren houdt Arthur Japin een dagboek bij waarin hij - aanvankelijk uitsluitend voor zichzelf - met grote regelmaat noteert wat hem bezielt. Zoals dat gaat met wonderen bevat een keuze uit de dagboeken geschreven tussen 2000 en 2007.
In het najaar van 2010 verscheen Vaslav, een roman over de legendarische balletdanser Vaslav Nijinski.Vaslav werd genomineerd voor de NS Publieksprijs en er werden al 150.000 exemplaren verkocht.
In de zomer van 2012 stond Arthur Japin voor het eerst sinds 26 jaar weer op de planken, in Veel gedoe om niks van William Shakespeare, door gezelschap De Utrechtse Spelen.
In september 2012 verscheen de roman Maar buiten is het feest, met als thematiek roem, liefde en de krassen op de ziel van iemand die ogenschijnlijk voor het geluk geboren is. In oktober 2013 is De man van je leven verschenen, een sprankelende comedy of errors over liefde, trouw, overspel en wraak. Japin schrijft niet alleen romans maar ook toneelstukken. In oktober 2013 is Absinthe in première gegaan onder regie van Gerardjan Reijnders, een stuk over De Tachtigers. Vanaf maart 2014 is in het DeLaMar in Amsterdam de toneelvoorstelling Vaslav te zien.

Mark Rutte, neem mij mee naar Sotsji

Ik bied mij aan, bij dezen, opdat ik straks met een gerust geweten kan roepen: Leve Sotsji!

Een open brief van schrijver Arthur Japin aan minister-president Mark Rutte om hem op te nemen in de zware Nederlandse delegatie die naar de Olympische Spelen in Rusland gaat.

Geachte minister-president Rutte, beste Mark,

Lang heb ik gewanhoopt over de Nederlandse houding in zake Sotsji. De zware delegatie die daarheen afreist, heeft me geschokt, gekrenkt en verontrust. Op de dialoog die er gevoerd gaat worden was ik allerminst gerust.

Dit is volstrekt anders nu u overweegt een homo in de delegatie mee te nemen. Ik stel voor, geachte minister-president: laat mij het doen!
Graag reis ik zelf met u en het koningspaar naar Sotsji om de dialoog daar persoonlijk te voeren met u en naast u. Niet alleen zou het de zwaarte van de delegatie aanzienlijk verluchtigen, ook kan ik dan een deel van de precaire dialoog op me nemen.
Ik bied mij aan, bij dezen, opdat ik straks met een gerust geweten kan roepen: Leve Sotsji!

Belofte maakt schuld
In 1964 werd Zuid-Afrika wegens het schenden van de mensenrechten uitgesloten van deelname aan de Olympische Spelen. Deze boycot, die Nederland van harte steunde, duurde totdat de Apartheid was afgeschaft en droeg ertoe bij dat de door het regime achtergestelde bevolkingsgroepen zich gesteund wisten door de wereldgemeenschap. Dit sterkte hen in hun strijd om gelijke rechten.

In 2000 mocht Afghanistan niet aan de Spelen meedoen omdat de Taliban met het discrimineren van vrouwen de mensenrechten schond. Deze maatregel, van harte gesteund door Nederland, was een hart onder de riem van de onderdrukte vrouwen van Afghanistan. Hij maakte duidelijk dat de wereld achter hen stond in hun strijd om gelijke rechten.

De Olympische Spelen hebben wereldwijd een belangrijke symboolfunctie. Daarom is het voor elk deelnemend land belangrijk tijdens de spelen kenbaar te maken waar het voor staat.

In het Olympisch handvest staat ook ondubbelzinnig: Elke vorm van discriminatie met betrekking tot een land of een persoon op gronden van ras, religie, politiek, geslacht of anderszins is onverenigbaar met het behoren tot de Olympische beweging.

In Rusland werd dit jaar een wet van kracht die in strijd is met de mensenrechten. Het is homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders nu verboden vrijuit te spreken over hun geaardheid.

Vanwege de heldere stellingname van Nederland en het Internationaal Olympisch Comité in voorgaande gevallen, had ik aanvankelijk dit keer een zelfde reactie verwacht: wie discrimineert speelt niet mee.

De Olympische gedachte
Het IOC nam echter een tegengestelde beslissing. Het koos de zijde van de overtreder, zelfs na verdere provocaties van de Russische machthebbers.
Rusland neemt niet alleen deel aan de Spelen maar organiseert die ook. Een complicerende factor, ongetwijfeld. Gevolg is dat ditmaal het schenden van de mensenrechten zonder gevolg blijft.

Het IOC negeert zijn eigen handvest en dreigt de deelnemers aan de spelen zelfs met diskwalificatie wanneer zij in Sotsji ook maar het minste protest laten horen tegen de Russische schending van de mensenrechten. Omdat de Olympische Spelen een belangrijke symboolfunctie hebben gaat hiervan een krachtige boodschap uit.
Een land dat de rechten van kleurlingen schendt wordt uitgesloten van de Spelen.
Een land dat de rechten van vrouwen schendt wordt uitgesloten van de Spelen.
Een land dat de rechten van homoseksuelen schendt kan gewoon meedoen.

De gedachte en de boodschap zijn eenduidig: de rechten van homo’s zijn van minder belang dan andere mensenrechten.

De Hollandse traditie
Traditioneel is Nederland een tolerant land. Die tolerantie heeft het mij mogelijk gemaakt in vrijheid te leven, te mogen zijn wie ik ben. Dankbaar ben ik voor het feit dat ik hier geboren ben en dat mij, hoewel ik niet ben zoals de meesten, toch gelijkheid is geboden.

Ik weet zeker dat ons land zeer weinig mensen telt die de Russische anti-homowetgeving een goede zaak vinden. Anders dan in Rusland, waar 74% van de bevolking fel gekant is tegen iedereen die niet heteroseksueel is, vindt juist een overweldigende meerderheid van de Nederlanders dat ieder mens moet kunnen en mogen houden van wie hij wil en dat liefde zwaarder weegt dan wetten. Ook wanneer mensen anders liefhebben dan de meesten, wordt dat hier getolereerd. Dit is een voortdurende maar nog lang niet gewonnen strijd waarin Nederland al meer dan een halve eeuw in de wereld voorop gaat.

En die traditie zetten we nu voort door als klein land de grootst en sterkst denkbare delegatie naar Sotsji te sturen om er met de Russische president de dialoog aan te gaan!

En dat terwijl ons land de kwestie tot nog toe vermeed. Bij het vorige koninklijk bezoek aan Poetin, afgelopen najaar, weigerde onze regering stelling te nemen, ondanks de mishandeling van een diplomaat. Economische en politieke belangen waren belangrijker. De boodschap die daarmee gegeven werd – homorechten wegen ons niet zwaar genoeg- was voor mij persoonlijk, pijnlijk en kwetsend, maar voor de bedreigde minderheid in Rusland dodelijk.

Even zag het er naar uit dat deze kwetsende en gevaarlijke boodschap ook tijdens de Spelen zou worden uitgedragen.
Nu echter heb ik nieuwe hoop.

Er is door u, premier Rutte namelijk een unieke en uitzonderlijk hoopgevende kans gecreëerd, nu wij niet, zoals vrijwel alle belangrijke landen, slechts een minister naar Sotsji sturen, maar ook onze premier en zelfs onze koning, met aan zijn zijde ons misschien wel machtigste wapen, koningin Máxima.
Vorig jaar, ik was erbij, hield koningin Máxima tijdens IDAHO, International Day Against Homophobia, in de Ridderzaal al een vlammend betoog voor de homo-emancipatie; een speech die zij in Sotsji misschien opnieuw zou kunnen uitspreken.
U heeft het immers al onomwonden gezegd: we gaan om dialoog te voeren. De mensenrechten zullen dus in Sotsji worden aangekaart door de zwaarst denkbare delegatie. Waar een klein land groot in kan zijn!

Uiteraard zijn er zaken waar een vorst vanwege zijn positie en een regeringsleider vanwege zijn diplomatieke verantwoordelijkheid niet zomaar over kunnen spreken. Dat zou de dialoog nogal kunnen belemmeren. Dit is waar ik om de hoek kom kijken!

Dergelijke restricties heeft een schrijver namelijk niet. Afgelopen najaar sprak ik in Moskou en Kolomna al twee zalen met jonge mensen toe over deze kwestie. Ik was er eigenlijk om over mijn werk te spreken, maar bracht, terwijl de politie achterin de zaal stond, de nieuwe wet ter sprake. Ik vertelde – naar aanleiding van Vaslav – de jongeren over mijn homoseksualiteit en die van veel van hun eigen Russische schrijvers en kunstenaars. Ik vertelde over mijn beleving van mijn geaardheid, over de Nederlandse tolerantie en acceptatie daarvan en wat het betekent in vrijheid lief te kunnen hebben.

Een soortgelijk pleidooi, stel ik voor, kan ik in Sotsji houden voor wie het daar maar horen wil en, beter nog, voor wie het er niet wil horen.

Grenzen aan de tolerantie
Resteert een aspect aan de zaak dat mij van begin af aan vele malen heviger verontrust heeft dan de opstelling van de regering.
Opvallend veel Nederlandse burgers lijken van geen protest te willen horen. Ze ergeren zich aan alle ophef. Toen de Britse schrijver/acteur Stephen Fry vorig jaar opriep tot een boycot van de Spelen, was dit in ons land direct onbespreekbaar. Het idee alleen al pikeerde velen. De reacties liepen uiteen van flink verontwaardigd, via verdedigend tot – ergst van al – verveeld. Ook nu nog roepen velen dat sport geen politiek is en dat zorg om de Russische homo’s ‘gezeur’ is.

‘Als je niet naar de Spelen gaat, kun je daar ook geen tegengeluid laten horen,’ is een populair argument, hoewel die houding in 1936 in Berlijn toch weinig zoden aan de dijk gezet heeft en bij mijn weten geen enkel leven heeft gered. Het meest gehoorde bezwaar is echter: ‘Onze sporters hebben jarenlang keihard getraind! Je kunt hun een boycot niet aandoen.’
Een veertigtal gezonde Hollandse jongens en meisjes spreken nu eenmaal directer tot de verbeelding dan honderdduizenden Russische homoseksuelen.

Uit veel reacties sprak ergernis, heftig soms, vaak zelfs vijandig. Een opgekropte woede leek het, die loskwam nu homoseksuelen, van wie immers al zo lang zoveel werd geduld, het wereldwijde plezier van een sportevenement proberen te verstieren. Op mij kwam de toon van talloze stukken in de media – ze moeten niet zo zeuren! – ijzingwekkend over.
Één ding vooral werd glashelder: er is een grens aan tolerantie.

Toch weet ik zeker dat dezelfde mensen die straks vrolijk voor de televisie zitten, zouden gruwen bij het zien de mishandelingen die Russische Neonazi’s, gesterkt door deze nieuwe wet, als heldendaad on-line zetten. Dat het ook hen met afschuw vervult dat lesbische vrouwen in Rusland ter ‘genezing’ worden verkracht en vele jonge Russen en Russinnen zelfmoord plegen nu voor hen met de nieuwe wet de kans op een menswaardig bestaan lijkt verkeken. Degenen die hun Olympische Spelen niet verstoord willen zien zijn gewone, vriendelijke, tolerante medelanders.

Dit is misschien juist wel het meest beangstigende.
Dat tolerantie een grens kent, komt voor iemand die tot een minderheid behoort niet als verrassing. Beangstigend is vooral dat die grens ligt bij een sportwedstrijd.

Verdragen of niet
Tolerantie is iets anders dan acceptatie. Eerder het tegenovergestelde. Iemand die je als gelijke aanneemt, omarm je onvoorwaardelijk, voor eens en voor altijd. Tolerantie komt van tolerare, verdragen. Door iemand te laten weten dat je hem verdraagt, suggereer je in één adem dat dit slechts een gunst is.

Wie tot een minderheid behoort wordt hieraan met grote regelmaat herinnerd: onder tolerantie schuilt een dreiging. Een gunst die wordt verleend, kan immers ook zo weer worden ingetrokken. De stemming kan omslaan zodra je gedrag tekortschiet bij de verwachting of die overschrijdt.

Iedereen die op welke manier ook anders is dan de meerderheid, Máxima weet dat het groepsgevoel het uiteindelijk altijd zal winnen van het mededogen met de buitenstaander. En niets dat het groepsgevoel zo aanwakkert als sport. Op zich is het dus niet verbazend dat de groep hier de streep trekt: wij laten ons sportplezier niet bederven enkel omdat het leven en de vrijheid van een aantal homoseksuelen in gevaar zijn.

Als mededogen zo moeiteloos verdwijnt, als de mensenrechten zo eenvoudig van de agenda gaan, wanneer regels die wij met zijn allen hebben opgesteld om voor ieders vrijheid op te komen bij nader inzien voor één minderheid toch niet blijken te gelden… welke zekerheid heb ik dan zelf nog?

Aan de Russische wet kan ik in mijn eentje niets veranderen. Het Internationaal Olympisch Comité kan ik onmogelijk op andere gedachten brengen. De publieke opinie kan ik niet humaner maken. Het enige wat ik kan doen is mijn regering laten weten dat de laffe opstelling die Nederland tot nog toe heeft getoond mij bang maakt. Dat ik me in de steek gelaten voel door het gemak waarmee ons land anderen in de steek laat.

Nieuwe hoop!
Maar nu krijgt alles dus een nieuwe wending. Er gaat wel degelijk iets gebeuren. De hoogste vertegenwoordigers van ons land, met Koningin Máxima als voorvechtster voor de homorechten voorop, reizen af naar Sotsji om er de dialoog met Rusland aan te gaan. En best van al: er mag dus naar alle waarschijnlijkheid ‘een homo’ mee.

Laat ik daarom alvast duidelijk zeggen wat mijn verwachtingen zijn, van de Nederlandse delegatie als geheel, van die meereizende homo – of ik dit nu zelf word of niet – en sowieso van iedere lid en zeker ook van onze sporters afzonderlijk:
Spreekt u zich uit. Doe het duidelijk en, vooral, doe het duidelijk zichtbaar.
De tijd van stille diplomatie is wat dit onderwerp betreft ver voorbij. Alleen een statement dat in het openbaar gemaakt wordt kan uw zaak en de mijne nog redden. En het zou zoveel mensen hoop kunnen geven.
Uw stellingname tijdens de Olympische spelen steunt, zoals dit eerder gebeurde in Zuid-Afrika en Afghanistan, minderheden in hun strijd om gelijke rechten en hun streven naar een volwaardig bestaan.

We kunnen op de Spelen goud, zilver en brons winnen, maar er is pas blijvend iets gewonnen als u actief steun betuigt aan iedereen in Rusland en daarbuiten die door de stellingname van het IOC werd geschoffeerd en zeker aan allen die daardoor in gevaar gekomen zijn.

Uw houding zal velen sterken die op dit moment in een uitzichtloze omstandigheid verkeren. Door iemand te laten weten dat hij niet volledig alleen staat, kunt u zijn of haar leven redden.
Zo’n houding verwacht ik van u.
Zo’n houding verwacht ik van Nederland.

In afwachting van uw reactie verblijf ik.
Hoogachtend,

Arthur Japin

Dit betoog schreef Japin ter voorbereiding op het VARA tv-programma ‘LEVE SOTSJI!’, op 29 januari, 20:50 uur, Ned 2.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)