2.911
30

Bestuurder FNV Zorg en Welzijn

Marktwerking jeugdzorg werkt niet

Als je vraagt aan de jeugdzorgwerker vraagt hoe de jeugdzorg eruit moet komen te zien, komen er geen termen als hoofdaannemerschap, onderaannemerschap, productcodes en KPI’s langs

Sinds de coronacrisis genadeloos blootlegde wat zorg en welzijn eigenlijk voor onze samenleving betekent, rommelt het. De roep om herwaardering en her-organisatie in zorg en welzijn neemt toe. Veel burgers hekelen de marktwerking in de zorg. Socials puilen uit, we komen om in de petities. FNV Zorg & Welzijn mengt zich vol overgave in het debat. En, mede vooruitgeduwd door corona, het daaropvolgende maatschappelijk debat en natuurlijk de verkiezingen in zicht, buitelen nu zelfs de politieke partijen die we jarenlang beschouwden als ‘markt’-partijen, over elkaar heen met: ‘kritisch op marktwerking’ in hun zinnen.

Als we het zo eens zijn, zou je denken: ‘Appeltje-eitje. Marktwerking in deze sectoren is bij deze afgeschaft.’ Want als een regeringspartij of minister zegt ‘tegen marktwerking te zijn’, dan zijn we het eens. Toch? Niets blijkt echter minder waar.

Sinds minister Hugo de Jonge heeft toegegeven dat de marktwerking in de zorg is doorgeslagen en anders moet, bereikt mij regelmatig de vraag: ‘Nou, hij is het eindelijk met jullie eens. Dus klaar nu toch?’ Nee dus. Want in de praktijk verandert er niets. Zijn langverwachte ‘vernieuwingsplan’ in jeugdzorg – dat geruisloos tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis in maart aan de Kamer is gestuurd – laat gewoon verdergaande marktwerking zien. Er wordt zelfs een extra bestuurslaag toegevoegd. Het plan van deze minister brengt kinderen en jeugdzorgwerkers juist verder van huis.

Hoe ziet die marktwerking in de jeugdzorg eruit?
FNV Jeugdzorg bekijkt marktwerking vanuit het perspectief van jeugdzorgwerkers en gezinnen. En dan zien we dat marktwerking leidt tot grote tekorten. Die tekorten draaien om vier zaken: geld, samenwerking, ontwikkeling en keuzevrijheid voor cliënten. De gevolgen? Nog meer tekorten; te weinig (passende) zorg, en weglopende jeugdzorgwerkers wegens werkdruk, uitblijvende waardering en ‘niet in staat worden gesteld te doen wat nodig is’. Een zichzelf versterkende giftige cocktail.

Geld
Er is snoeihard bezuinigd in de jeugdzorg. Bijna een half miljard is weggesneden in de zorg voor de kwetsbaarste groep in Nederland; kinderen die hulp nodig hebben. Een gat dat, verder gevoed door een oplopende zorgvraag en een vreemd systeem van geld verdelen, inmiddels ook met ‘een tandje harder werken’ niet meer is dicht te lopen.

Tegelijkertijd zijn gemeenten verantwoordelijk gemaakt voor de jeugdzorg. Dit zorgde dat (lokale) overheden en werkgevers moesten zoeken naar de goedkoopste manieren van zorg. Degene die de zorg het meest efficiënt (lees; goedkoop) weet te organiseren, maakt grote kans op de opdracht.

Jeugdzorgwerkers maken duidelijk dat goedkope zorg niet per definitie hetzelfde is als passende zorg. En dat tijdige dure zorg zelfs op lange termijn goedkoper kan uitpakken. Want een passende aanpak voorkomt ‘doorsudderen’ en verergering van een probleem.

De aanklacht van jeugdzorgwerkers tegen de marktwerking is dat alles ‘alleen nog maar over geld gaat en niet over de inhoud’. En daar hebben zij een punt. (Mede) ingegeven door een relatief korte termijn van beslissers vanwege politieke zittingstermijnen is er zelden sprake van een langjarige inkoopvisie en strategie. Er wordt niet over het graf geregeerd. Binnen de zittingstermijn de begroting op orde hebben en houden, is een belangrijk uitgangspunt van menig (lokale) overheid. Hiermee dingen we af op de waardering van jeugdzorgwerkers, daarmee op het aantrekken en behouden van jeugdzorgwerkers en uiteindelijk keihard op het welzijn van gezinnen. En laat dat nou nét zijn waar de jeugdzorg wel om draait. Nee, om zou moeten draaien.

Samenwerking en ontwikkeling
Organisaties willen blijven bestaan en moeten zich begeven op de markt. Waarbij zij ervoor moeten zorgen dat zij worden ingekocht. Moeten concurreren bemoeilijkt de samenwerking en kennisdeling. Niet omdat jeugdzorgwerkers dat niet willen. Maar met afgebakende budgetten en een afgebakend aantal mensen een afgebakende opdracht moeten vervullen bemoeilijkt vrije samenwerking. Er is een papierwinkel, vergaderingen en verantwoording nodig wil je als professional en gezin gebruik maken van de expertise van een collega uit een andere organisatie. ‘Even bijspringen’ wordt niet bekostigd. En dus niet aangemoedigd.

Dat jeugdzorgwerkers dit vele uren, in hun vrije tijd, toch doen omdat zij vanuit professioneel handelen doen wat nodig is, behoeft geen uitleg meer. Over werkdruk waren we het al langer eens. En daar waar zij echt niet kunnen, omdat de uren van de dag om zijn, blijft het aan hen knagen.
Concurrentie gaat bovendien kennisdeling tegen. Wie deelt zijn Unique Selling Point met zijn concurrent? Jeugdzorgwerkers willen samenwerken en samen de hele jeugdzorg omhoogtrekken. Maar hoe doe je dat, als je afhankelijk bent georganiseerd in een concurrerend systeem met duizenden eilandjes waar vooral gevochten wordt voor het eigen bestaansrecht?

Vrije keuze voor hulp
De term ‘marktwerking’ wordt regelmatig gebruikt in combinatie met vrije keuze van het gezin voor een hulpverlener. Maar er is nu helemaal geen sprake van vrije keuze voor kinderen en gezinnen. Want de gemeente bepaalt, mede gestuurd door het beschikbare budget. Dat budget wordt weer bepaald tussen wethouders van een bepaalde politieke partij. Vervolgens kiest de gemeente tegen welke voorwaarden welke organisatie zij wel of niet inkopen.

Er wordt in dit proces al zoveel voorgeselecteerd voor de cliënt. En dat niet zonder politieke en financiële overwegingen. Met deze selectie mag de burger het doen. Ik hoef niet uit te leggen dat kiezen voor een voorgeselecteerde organisatie niet hetzelfde is als kunnen kiezen voor mogelijke beschikbare hulpverleners met een bepaalde expertise en/ of persoonlijke klik.

Daarom drastisch versimpelen
Als je vraagt aan de jeugdzorgwerker vraagt hoe de jeugdzorg eruit moet komen te zien, komen er geen termen als hoofdaannemerschap, onderaannemerschap, productcodes en KPI’s langs. Die willen een stelsel waar kinderen en gezinnen centraal staan en waar zij in staat worden gesteld hun werk goed en professioneel te kunnen doen. Met FNV samen zien zij een centraal betaalde jeugdzorg waar de tijd, – en geldrovende schakels uit worden gehaald en organisatiebelangen wegvallen. En waar het kind centraal staat, en niet de bureaucratie, administratie, organisatiebelangen, bestuurslagen of politieke kleuren. Daar zou het niet om moeten draaien.

Kortom, wij gaan voor ‘Drastisch Versimpelen in de Jeugdzorg.

Dat betekent dat er heilige huisjes omver moeten. En dat bestuurders en politiek ruimte moeten maken voor professionals en gezinnen. Want de vraag dringt zich op wat er gebeurt als er niet drastisch wordt ingegrepen.

Daarom staan op 1 september – voor het derde jaar op rij – jeugdzorgwerkers in Den Haag. Op weg naar Prinsjesdag en de verkiezingen maken zij aan de politieke partijen duidelijk dat het anders moet. En hoe dat ook kan. Met bestuurlijke en politieke wil.

En beste minister, als u zegt ‘minder markt, meer samenwerking en minder concurrentie’ dan gaan wij ervan uit dat u hier ook naar wil handelen. Of was dat slechts verkiezingsretoriek?

Geef een reactie

Laatste reacties (30)