2.778
140

Burgemeester van Arnhem

Ahmed Marcouch was tot 2017 Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij volgde het Individueel Technisch Onderwijs (ITO) en de mts. Na de middelbare school werkte hij tien jaar bij de Amsterdamse politie, waarvan de laatste vijf jaar als brigadier. Hij had een baan als leraar maatschappijleer aan het ROC en was procesmanager jeugdbeleid van de Gemeente Amsterdam. In april 2006 werd hij stadsdeelvoorzitter van Slotervaart. In maart 2010 werd hij met twaalfduizend voorkeur stemmen gekozen in de gemeenteraad. Toen hij op 17 juni bovendien gekozen werd als Tweede Kamerlid, moest hij op 8 september 2010 zijn zetel in de gemeenteraad opgeven.
Op 1 september 2017 werd Ahmed Marcouch geïnstalleerd als burgemeester van Arnhem.

‘Marokkanen: pak je eigen tuig aan’

Juist Marokkaanse Nederlanders zouden moeten openstaan voor de noodkreet van juwelier Kamerbeek

Ik lig wakker om de Nijmeegse juwelier Jos Kamerbeek, die ik twee keer sprak. In mijn hoofd dwaalt het beeld van deze man in zijn rolstoel, terwijl de daders vrij rondlopen en ongetwijfeld plannen maken voor hun volgende gewelddadige overval; de meeste daders van winkelovervallen komen uit de buurt.

Bij de achtste overval waarvan hij het slachtoffer werd, verweerde Kamerbeek zich, viel in een zes meter diepe bouwput en diende als stootkussen voor zijn belager die bovenop hem viel. De kans dat overvallers van juweliers gepakt worden is 20 procent. De kans dat zij gestraft worden is 12 procent. Zelfs wie gepakt wordt met pistoolkruit op zijn kleding, de buit aan zijn voeten en het glas onder zijn schoenen maakt goede kans vrijuit te gaan, bleek na de derde overval op juwelier Turan Aksoy in Amsterdam-West.

Als de rechtstaat faalt, is de allochtoon de dupe. Dat werkt zo. Als de politie niet levert, neemt de bedreigde winkelier zijn lot in eigen hand. Hij heeft daar echter niet de middelen voor. Wij als burgers hebben het monopolie op wapens en andere verdedigingsmiddelen in goed vertrouwen uit handen gegeven aan de staat, in ruil voor bescherming.

Onheil

De winkelier heeft evenmin een geüniformeerd team, opsporings-bevoegdheid en een informatiepositie. Wat hij wél kan, is mensen weren van wie hij onheil verwacht. Het is logisch dat hij de deur sluit en eerst inschat wie ervoor staat: koper of rover. Wie acht keer is overvallen, neemt zijn besluiten vanuit werk­ervaring en kan niet wat de politie wél hoort te kunnen: onderscheiden wie deugt van wie niet deugt. Als de politie dat niet kan, gaan de Antilliaanse en Marokkaanse jeugdcriminelen vrijuit, terwijl hun goedwillende generatiegenoten op het gedrag van de daders worden aangesproken.

Marokkaanse en Antilliaanse gemeenschappen hebben er enorm veel belang bij om de norm te stellen en die uit te dragen. Hoe? Marokkanen en Antilianen, stel dat mooie carrièreperspectief bij het bedrijfs­leven uit en solliciteer bij de politie. Eis van de politie dat die Marokkaanse agenten opleidt die Husseyn onderscheiden van Hassan, en Antilliaanse agenten die Romeo van Roberto onderscheiden.

Ik laat niet af er bij de minister voortdurend op aan te dringen de speciale Marokkaanse en Antilliaanse expertise te erkennen: relevante kennis over dadergroepen, effectieve recherchevaardigheden en specifieke inzichten over verhoortechnieken. Wie ontkent dat Marokkaanse en Antilliaanse agenten iets belangrijks kunnen wat andere agenten zelden kunnen, laadt de verdenking op zich het probleem van de geringe pakkans niet te willen oplossen.

Toen ik erin slaagde in Slotervaart de beste Marokkaanse agenten naar het stadsdeel te krijgen, nam de jeugdcriminaliteit in snel tempo af. De angst van de politie voor massale etnische solidariteit bleek onterecht. Toen een zwaar gewonde agent Bilal B. doodschoot in het politiebureau op het August Allebéplein, bleven ‘Franse toestanden’ uit. Integendeel: er werd gedemonstreerd tegen autobranden.

Gouden gang

Er zijn nog een paar ervaringsgevens die wij moeten toepassen. Allochtonen die bij de politie worden aangenomen, worden vaak in een meldkamer of als verkeerscontroleur ingezet, omdat de politie vreest dat op straat een vermeende etnische solidariteit gaat spelen. Dat hing ons als klas kersverse gediplomeerde allochtone agenten zelf ook boven het hoofd. Mijn lichting is resoluut de gouden gang van de korpschef ingestapt en kreeg voor elkaar dat ze werd ingezet waar ze nodig was: buiten.

Eenmaal op straat is de tweede valkuil voor de nieuwe dienders dat zij meegesleept worden in de heersende modus van de wijkagenten om de vergaarde informatie te gebruiken voor sociaal werk en helaas niet om de pakkans te verhogen. Voor je het in de gaten hebt, organiseer je sollicitatiecursussen, zoek je werk voor straatjongens of breng je hun broertjes naar school.

Ook dat is te bestrijden, leert Slotervaart. Mits de burgemeester voortdurend aandringt op de klassieke politietaak, of daar zijn lokale evenknie de positie voor geeft, zoals Job Cohen mij gaf. Dat kan wel degelijk met steun van de Marokkaanse buurtbewoners. Mits die zien hoe de lokale leider zelf zich inspant, hoe die bijvoorbeeld slachtoffers standaard publiekelijk bezoekt en zich keert tegen de daders, zonder angst voor escalatie.

Anders dan velen denken, lijden Marokkanen zelf ook onder de criminaliteit van hun buurtjongens. Toch zwijgen zij vaak. Als ze weten wie het jongerencentrum heeft vernield, doen ze vaak toch geen aangifte. Immers, waarom zouden zíj hun nek uitsteken als de politie faalt.

Toch moeten de Marokkaanse en Antilliaanse gemeenschappen opstaan. Wij weten nu dat politie, burgemeester en gemeenschappen wel degelijk uit hun inertie kunnen komen. Dus laten wij het doen, omwille van hele generaties jongeren die anders ten onder gaan aan wantrouwen, angst en depressies wegens discriminatie. Ik sprak de voorzitter van de Organisatie Caraïbische Nederlanders, en hij verklaarde zich bereid de handen ineen te slaan met de Samenwerkende Marokkaanse Nederlanders. Neem de uitnodiging aan en ga aan de slag.

Dit artikel verscheen eerder in De Volkskrant

Geef een reactie

Laatste reacties (140)