2.819
115

Journalist

Abdelkarim El-Fassi (1985) studeert Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam en is naast filmmaker, columnist voor KRO Hemelbestormers en vaste schrijver voor wijblijvenhier.nl

Marokkanenoplossing

Ook als je geen onderdeel bent van het Marokkanenprobleem, kun je toch een bijdrage leveren aan de oplossing

In 1980 startte in Nicaragua een alfabetiseringsprogramma waarin 60.000 jongeren en 30.000 volwassenen de handen ineen sloegen om in de krochten van het land landgenoten te leren lezen en schrijven. De docenten kregen een stoomcursus van twee weken, om vervolgens slechts vijf maanden met ongeletterde Nicaraguanen aan de slag te gaan. Het project werd een groot succes. Zo daalde het analfabetisme in de agrarische gebieden met soms wel 60% en won de campagne zelfs een UNESCO award.

Media

Na anderhalve week ‘Marokkanenproblemen’ kunnen we de schade opmeten. Benoemen. Duiden. Veroordelen. We zijn weer tientallen opiniestukjes, radio-uitzendingen en actualiteitenprogramma’s verder die sterk doen denken aan 1998, toen alles eigenlijk vrijwel hetzelfde was. Ook ik deed daar aan mee. Ook ik heb te lang langs de zijlijn lopen zeuren. Terwijl anderen zich dagelijks inzetten – vooral vrouwen, mag best gezegd worden – heeft het debat van de laatste jaren veel mensen ‘verlamd’. Maar de houding van de media veranderen doe je niet, in ieder geval minder snel dan je zou hopen. Kijkcijfers gaan boven ethiek. En het ziet ernaar uit dat het in de toekomst niet anders zal zijn. Marokkanen blijven in de media onderwerp van discussie om dezelfde reden dat het fenomeen Barbie op de televisie is: het verkoopt. Nog steeds.

Ouders

Wat na een Marokkanen-nieuwslawine ook niet mag ontbreken is ‘de oproep’. Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) riep Marokkaanse ouders op om hun kinderen beter op te voeden. Abdellah Dami betoogde bij FunX hetzelfde, net als Mohammed Cheppih, die dat overigens treffend deed bij Pauw & Witteman. Ouders hebben in een ideale samenleving, met ideale omstandigheden inderdaad de grootste verantwoordelijkheid. Daar is geen woord van gelogen, maar het blijven holle kreten. Want zijn het niet diezelfde ouders onder wiens hoede die kinderen juist ontspoord waren? Laten we die oproep alstublieft wat minder vaak inzetten, het went, het verveelt, het frustreert en mensen zijn er immuun voor geworden.

Bovendien weten we inmiddels wel dat ouders steekjes hebben laten vallen. Maar om nou in pedagogische zelfkritiek te verzuipen gaat mij te ver. Met de kennis dat onze ouders naar Mars zijn verhuisd, en ze ons kansen hebben kunnen geven die we in Marokko nimmer hadden gehad, kan ik ze niet veel kwalijk nemen. Ik zei het een tijdje geleden al: ik word liever als een ezel opgevoed, dan op een ezel. En neem dat niet te letterlijk.

‘Ik heb er niets mee te maken’
Er zijn ook Marokkanen die roepen dat ze er niets mee te maken (willen) hebben. Een houding die wat mij betreft goed past bij het individuele en neoliberale gedachtegoed anno 2012, waarin kreten als ‘succes is een keuze, falen ook’ de overhand neemt. Je hoort er weliswaar niets mee te maken te hebben – maar wanneer je broertje op zijn eerste stagedag bij Kruidvat te horen krijgt dat hij maar beter niets kan stelen – dan is het zeker ook jouw probleem. Hoe ‘succesvol’ en ‘geslaagd’ je in de ogen van anderen ook bent.

Rolmodellen

Ik weet bijvoorbeeld dat Marokkaanse jongeren – meer dan autochtone jongeren – tegen me opkijken als ze horen hoe goed ik de taal spreek, wat ik studeer, en ze uitleg dat ik weleens op de radio ben. Ik weet dat jongeren me als een rolmodel zien – of ik het nou wil of niet – wanneer ik ze vertel dat ik bezig ben met een documentaire over een aantal dames dat in Marokko weeskinderen helpt. Ik weet dat ik jongeren inspireer als ik ze vertel dat zij dat ook kunnen. Waarom zou ik me daar niets van moeten aantrekken?
De oplossing is dat we erkennen dat die rotte appels het algemeen belang schaden. En dat het in het algemeen belang is om mijn achtergrond in te zetten, daar waar het kan. Niet om als een ‘beestachtige’ criminele jongeren op straat de les te lezen, zoals Jabri, Prem en enkele anderen jaren geleden betoogden. Maar om bereidwillige kinderen – voor wie het niet te laat is – op vroege leeftijd te stimuleren en ze in ieder geval een mooiere spiegel voor te houden dan de treurbuis dat doet.

Klaarstomen voor de CITO-toets

Enkele weken geleden, lang voordat het grensrechterincident gebeurde, heb ik me opgegeven om samen met 500 Young Professionals met een Marokkaanse achtergrond, kinderen klaar te stomen voor de Cito-toets. Het is een grootschalig project waarbij duizenden jonge kinderen verspreid over Nederland, honderden docenten voor de klas krijgen die dezelfde voornaam hebben als hun vader en moeder.
Jazeker, je kunt je terecht afvragen waarom we ons genoodzaakt moeten voelen om die kinderen te helpen? Maar eigenlijk is het antwoord helder. De huidige voorzieningen schieten tekort. Thuis. Op straat. In het onderwijs. In de hulpverlening. Maar net als in Nicaragua is iedereen erbij gebaat om die kinderen op weg te helpen. Op individueel niveau, maar ook zeker voor het algemeen belang.

Kortom, we zijn weliswaar geen direct onderdeel van het Marokkanenprobleem, maar dat betekent niet dat je geen bijdrage kunt leveren aan een Marokkanenoplossing. Trek je handen er niet vanaf, ga niet eenzijdig lopen wijzen naar de ouders, neem je verantwoordelijkheid en vervul je plicht. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

Doe mee.

Dit artikel verscheen eerder op WijBlijvenHier.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (115)