2.968
92

Docent Nederlands

Femke van Hemert heeft aantoonbaar verstand van onderwijs en taal, maar over andere zaken meent zij ook veel te weten. Haar docent geschiedenis zei ooit bij haar diploma-uitreiking: "Jij hebt ook altijd meteen overal een mening over." Nou dat dus.

Martin Sommer en de woorden

Doen alsof het gebruik van het begrip ‘joods-christelijke cultuur’ neutraal is, getuigt ofwel van een grenzeloze naïviteit ofwel van een slinkse poging om deze term nog verder te normaliseren

In zijn column ‘De pacificatie van Buma’ (De Volkskrant, zaterdag 14 oktober) toont Martin Sommer aan dat hij zich niet of nauwelijks bewust is van de kracht van woorden. Of, en dat acht ik eigenlijk waarschijnlijker, hij weet dondersgoed wat woorden kunnen doen en draagt welbewust bij aan een verdere normalisering van de begrippen ‘joods-christelijke cultuur’ en ‘de gewone Nederlander’; twee termen die de laatste tijd zeer vakkundig geframed zijn en bijdragen aan een verdere polarisatie van onze maatschappij.

SommerAllereerst stelt hij dat er niks mis is met de term ‘joods-christelijke cultuur’, omdat onze ethiek immers geworteld is in deze traditie. Daarop zegt hij dat alleen mensen die vinden dat deze traditie moslims uitsluit, tegen zijn op het gebruik van deze term. Daarmee gaat hij gemakshalve volledig voorbij aan het feit dat die term ook vrijwel alleen maar gebezigd wordt in geledingen en organisaties die inderdaad ‘het uitsluiten van moslims’ behoorlijk hoog in het vaandel en het partijprogramma hebben staan.

De term is tegenwoordig allesbehalve neutraal en het is maar de vraag of dat überhaupt ooit het geval geweest is. Ooit werd hij in het leven geroepen uit een wrang schuldgevoel over de Holocaust (‘Hé, Joden, jullie horen er ook bij hoor!’) en tegenwoordig gaan dus voornamelijk partijen en personen uit het conservatief-rechtse deel van het politieke spectrum ermee aan de haal (‘Hé, moslims, jullie horen er niet bij hoor!’)

Doen alsof het gebruik van het begrip ‘joods-christelijke cultuur’ neutraal is, getuigt ofwel van een grenzeloze naïviteit ofwel van een slinkse poging om deze term nog verder te normaliseren. En zoals ik hierboven al stelde, lijkt dat laatste me aannemelijker gezien de overige stellingnames van Sommer in het maatschappelijke debat.

Verderop in zijn artikel neemt hij de term ‘gewone Nederlander’ onder de loep om tot de conclusie te komen dat er ook met die term niks mis is. Sterker nog, volgens Sommer dekt ‘ie prima de lading: er zijn nu eenmaal twee soorten Nederlanders, waarvan blijkbaar de ene soort de andere de maat mag nemen. ‘Gewoon’ impliceert immers een standaard, een gemiddelde, een streefnorm, waar ‘de ander’ (nog) niet aan voldoet. En hoewel Sommer nog wel een laffe poging doet om dat te bestrijden, krijgt hij de onderliggende boodschap daarmee niet weggepoetst.

Door deze beide termen onschuldig en neutraal te verklaren, doet Sommer een gevaarlijke stap in de richting van een maatschappij die nog meer gericht zal zijn op uitsluiting dan op inclusie. Ik weet niet precies welke gedachte ik daarbij enger vind; dat hij zich totaal niet van bewust is of dat hij dit zeer weloverwogen doet. In beide gevallen gaat er iets grondig mis.

Geef een reactie

Laatste reacties (92)