681
9

Blogger

Ik ben een 27 jarige Rotterdammer, niet afgestudeerd en geen opleiding volgend op het moment. Ik ben gestopt met studeren, omdat ik mij volledig wilde richten op het schrijven. Ik ben zeer geïnteresseerd in het maatschappelijk debat en volg dit al jaren op de voet en geloof dat wij, als wij willen, ook daadwerkelijk iets kunnen veranderen. Een beetje naïef dus ook.

Media maken een puinhoop van onderzoek gewelddadige bendes

Hoe een onderzoek over gewelddadige jeugdgroeperingen een eigen leven gaat leiden

Na aanleiding van het onderzoek ‘Jeugdgroepen en Geweld. Van signalering naar aanpak’, uitgevoerd door Bureau Beke in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, verscheen op 18 februari jl. een artikel op de website van Trouw met de kop “Driehonderd jeugdbendes gewelddadig.” De conclusie, een kwart van de jeugdbendes is gewelddadig. Een term die veelvuldig is overgenomen door ‘serieuze’ nieuwsmedia e.a.

“Driehonderd jeugdbendes gewelddadig”
Wie het artikel in Trouw leest, concludeert, net als vele anderen die dit bericht klakkeloos over hebben genomen dat een kwart van de 1200 jeugdbendes gewelddadig is. Toch zijn er vraagtekens te plaatsen bij dit artikel. In dit artikel verwijst men naar Bureau Beke die onderzoek heeft gedaan naar acht gewelddadige jeugdgroepen, naar cijfers uit dit onderzoek en belangrijker nog de begrippen ‘bende’ en ‘groepen’ gaan wel heel erg makkelijk in elkaar over.

Klopt het cijfer van 300 gewelddadige jeugdbendes en klopt het dat er 1200 jeugdbendes in Nederland actief zijn? Wie dit onderzoek leest kan niet anders dan concluderen dat dit niet klopt en wie extra informatie vraagt komt op de volgende cijfers (cijfers eind 2011, bron bureau Beke).

–    Nederland telt eind 2011: 1165 problematische jeugdgroepen, waarvan 878 hinderlijk (75%),
–    222 overlastgevende jeugdgroepen ( 19%) en
–    65 criminele jeugdgroepen (6%).

Van de groep 222 overlastgevende jeugdgroepen zijn 11 groepen te typeren als een straatbende en van de groep 65 criminele jeugdgroepen kunnen we spreken van 5 jeugdbendes. Ik begrijp dat ‘driehonderd jeugdgroepen gewelddadig’ lekkerder bekt, maar het maakt het nog niet correct.

Territorium 

In het artikel van Trouw staat over het bewaken van territorium het volgende:

Het geweld dat de bendeleden gebruiken varieert van (non)verbaal tot zwaar fysiek geweld. Het begint bijvoorbeeld met intimidatie, bedreiging of geweld tegen buurtbewoners. Vervolgens ontwikkelt dat zich tot het intimideren en bedreigen van politiemensen en andere gezagsdragers. Volgens de onderzoekers is dat allemaal om hun territorium te bewaken. Maar daarna volgt het criminele geweld.

Gezien de opzet van het artikel is ook dit onjuist, of geeft het in ieder geval een onjuiste weergave van het onderzoek. Het onderzoek is gedaan naar 8 gewelddadige jeugdgroepen, maar het artikel wekt de indruk dat dit opgaat voor alle jeugdgroepen (of jeugdbendes zoals hier onterecht over wordt gesproken). Om een beetje een beeld te schetsen van wat het onderzoek bijvoorbeeld zegt over o.a. territoriaal geweld, let wel dit heeft betrekking op het verdiepend onderzoek naar de 8 gewelddadige jeugdgroepen, waaruit al blijkt dat zij veel voorzichtiger kijken naar deze problematiek (pagina 114):

In de vierde plaats moet bij de toekenning van geweldsprofielen kritisch worden gekeken of het een groepsbreed fenomeen is, of – zoals bij de Robijngroep – dat we te maken hebben met een geweldsprofiel dat op het conto kan worden geschreven van enkele (afwijkende) vastekernleden. Bij een verdiepende analyse blijkt vaak dat een beperkt aantal vastekernleden met psychische of gedragsstoornissen een stempel drukt op het territoriale én criminele geweld.

Met het bovenstaande fragment doe ik uiteraard het onderzoek tekort, maar het zegt wel iets over de opzet van het onderzoek en de voorzichtigheid die de onderzoekers steeds weer betrachten.

De onderzoekers geven over territoriaal geweld o.a. aan dat het signaal serieus genomen moet worden op het moment dat groepen jongeren zich intimiderend gaan gedragen. Over de geweldsontwikkeling geven zij aan dat deze niet erg positief is en varieert van territoriaal- tot instrumenteel geweld. Zij benadrukken dat vroegtijdige signalering belangrijk is als het gaat om dit type geweld gepleegd door jeugdgroepen.

Kapiteins en adjudanten
Ik heb grote moeite met de verwijzingen naar kapiteins, adjudanten en soldaten. Het is onzinnig om te doen en zegt meer iets over de opzet om een verontrustende boodschap de wereld in te sturen. In het onderzoek lees ik (zie pagina 27): 



[…] In eerste instantie gaan we uit van vier posities binnen deze jeugdgroepen: vaste kern (waaronder de zogenoemde ‘adjudanten’), actieve en passieve meelopers, en tot slot de jongeren die incidenteel bij de groep worden gesignaleerd (‘los zand’). […]

Tenzij ik ergens overheen hebt gelezen, lees ik verder nergens in het onderzoek ook maar een begrip als ‘kapiteins’, ‘adjudanten’ en of ‘soldaten’. De onderzoekers spreken zelf meer over vaste kern (kopstukken) en meelopers. Bovendien moet dit alles geplaatst worden in de context van dit onderzoek naar deze acht groepen en de aanbevelingen aan o.a. het lokaal bestuur, politie en Openbaar Ministerie.

Tot slot
Er gaat een stigmatiserende werking uit van deze manier van berichten. Natuurlijk zijn er groepen die extra aandacht behoeven, dit is ook helemaal niet nieuw, maar het mag en kan niet zo zijn dat we alle jeugdgroepen voor het gemak op eenzelfde hoop gooien.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)