1.136
16

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Meepraten? Praat eens met een liberaal!

De Nederlandse invloed in Europa is niet optimaal en niet evenredig verdeeld

Gisteravond was de tweemaandelijkse borrel van de Permanente Vertegenwoordiging (“PV”) in Brussel, in Straatsburg. Een zeer toe te juichen initiatief: Nederlandse Europarlementariërs en andere belanghebbenden bespreken informeel met elkaar wat er speelt in Brussel en Straatsburg. Een beetje de dinsdagmiddag in de Tweede Kamer: iedereen komt elkaar weer eens tegen. Althans: bijna iedereen.

Gisteren sprak ik er enkele Europarlementariërs over de verdeling van Nederlanders over de commissies. Mijn standpunt was dat, hoewel de verdeling over de commissies beter is dan tijdens het vorige mandaat, de verdeling nog steeds scheef is. Daar werd tegenin gebracht dat ik alleen naar de lidmaatschappen van de commissies keek, en niet naar de plaatsvervangende lidmaatschappen, terwijl veel Europarlementariërs net zo veel tijd besteden aan de commissies waar ze volledig lid van zijn, als aan de commissies waar ze plaatsvervangend lid van zijn. Maar daar staat weer tegenover dat leden van partijen die geen fractie vormen, eigenlijk geen of nauwelijks invloed hebben.
Hier volgt een meer volledig beeld van de Nederlandse invloed: na het +/-teken staat het aantal Europarlementariërs dat plaatsvervangend lid is; na het –teken het aantal dat geen lid is van een Europese fractie.

Milieubeheer, Gezondheid en Voedselveiligheid 6 + 3 – 1 (9)
Buitenlandse Zaken: 5 + 2 -1 (7)
Vervoer en Toerisme 5 + 3 – 1 (8)
Burgerlijke Vrijheden: 5 + 3 -1 (8)
Economische Zaken: 5 + 2 (7)
Internationale Handel: 5 + 4 – 1 (9)
Landbouw en plattelandsontwikkeling: 4 + 2 (6)
Werkgelegenheid en Sociale Zaken: 3 + 1 – 1 (4)
Interne Markt 3 + 2 (5)
Industrie, Onderzoek en Energie: 3 + 4 (7)
Mensenrechten: 3 + 4 (7)
Regionale Ontwikkeling: 3 – 1 (3)
Begrotingscontrole 3 + 2 (5)
Rechten van de vrouw en gendergelijkheid:  2 + 1 – 1 (3)
Ontwikkelingssamenwerking: 2 + 1 – 1 (3)
Visserij: 2 + 2 (4)
Begroting: 1 (1)
Veiligheid en Defensie: 1 (1)
Cultuur en Onderwijs:  0
Juridische Zaken:  0
Constitutionele Zaken:  0

Internationale handel en milieubeheer staan dus bovenaan de Nederlandse agenda, en cultuur, juridische en constitutionele zaken onderaan. Het blijft dus niet in balans. Daarbij komt dat Nederland geen enkele commissievoorzitter levert, en geen enkele vice-voorzitter van het Europees Parlement, en geen quaestors. Sophie in t Veld is vice-voorzitter van de liberale ALDE-fractie. Sowieso zijn de Nederlanders op hun sterkst in deze fractie: 7 van de 68 leden van deze fractie zijn Nederlanders: 10%, terwijl dat bij de EPP fractie 2% (5 van de 220) is en bij de S&D 1.5% (Nederlanders op 191 fractieleden).

Uiteindelijk is de invloed afhankelijk van de inzet van individuele Europarlementariërs. Net als bij de Tweede Kamer is daar een enorm verschil in interesses, ervaring, inzet en handigheid: zowel in het politieke handwerk als het daar bekendheid mee genereren in de pers. Bovendien is het de vraag hoe machtig het Europees Parlement als geheel wordt ten opzichte van de Commissie en de lidstaten. Kortom: het is allemaal net politiek: je kan analyseren wat je wil, maar de uitkomst is toch vaak anders dan je denkt. In de tussentijd blijft mijn stelling staan dat de Nederlandse invloed niet optimaal en niet evenredig verdeeld is, staan: noch in termen van lidmaatschappen van commissies, noch in het innemen van belangrijke andere functies. Hoe succesvol de Nederlandse Europarlementariërs zijn, zien we over 4 jaar weer: dan kunnen we zien hoe ze weerstand hebben weten te bieden aan de enorme machinerie die ervoor zorgt dat het Europees Parlement zich vooral met zichzelf en zijn eigen werkelijkheid bezighoudt, en in hoeverre ze er in geslaagd zijn dat te doen wat een democratie onderscheidt van alle andere vormen van het organiseren van de overheid: het creëren en onderhouden van betrokkenheid en uitwisseling van invloed tussen kiezers en gekozenen.

De netwerkborrel van de PV is een goed initiatief. Het bevordert de kennisuitwisseling tussen Nederlandse belanghebbenden, en zet Nederland een beetje beter op de Europese kaart. Ik zou graag zien dat dat nóg beter gebeurt, en dat er een platform wordt geboden om het Nederlandse belang te verdedigen: een sterk Nederland is immers goed voor een sterk Europa. Daarnaast is het goed voor Europarlementariërs om af en toe echte mensen tegen te komen.

Lobbytip: ga dus, als je kan, naar de tweemaandelijkse borrel van de Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg (iedere 2 maanden dus, op de dinsdag van de plenaire sessie, in de Zwanenbar, vanaf een uur of 19.00) en praat daar met Liberalen. Dat zal niet eenvoudig zijn, want doorgaans vergadert de ALDE-fractie op hetzelfde moment.

Dit stuk verscheen eerder op de weblog van Robbert Baruch

Geef een reactie

Laatste reacties (16)