683
10

Docent communicatie

Joris Jansen (1981) is docent communicatie en hedendaagse cultuur. Denk en schrijft daarnaast over maatschappelijke ontwikkelingen met een speciale interesse voor het gedrag van de menigte. Hij laat zich daarbij leiden door de sterrenkijker van Schopenhauer; die stelt dat als we onze daden willen beoordelen we in gedachten vijftig jaar naar de toekomst moeten reizen om van daaruit door een omgekeerde sterrenkijker terug te zien op het heden.

Meer buurt, minder overheid

Dat is het antwoord op de politieke misère

Steeds minder burgers hebben vertrouwen in de traditionele politieke partijen. En niet zonder reden. De macht van politici is tanende ten faveure van het globale kapitaal en ambtenaren in Brussel. De buurt als nieuw centrum van bestuur is het antwoord op deze bestuurlijke neergang. Lokale initiatieven hebben van globalisering minder last en geven de burger weer grip op zijn leven.

Toen mijn oma nog leefde, stemde ze altijd op de Anti-Revolutionaire Partij. De mensen van de ARP waren haar mensen. Zij vertrouwde hen blindelings. Er waren minder schandalen dan nu, en als ze er wel waren maakte zij zich daar niet druk om. De afgelopen 50 jaar is er veel veranderd. Uit een rapport van de Raad van Openbaar Bestuur blijkt dat mensen niet meer die vanzelfsprekende sterke band hebben met een politieke partij. Ook wordt het vertrouwen in politieke instituties steeds minder.

Logisch als je kijkt naar recente integriteitskwesties rond politici als Jos van Rey en Mark Verheijen. De Politieke Integriteits-index, recentelijk gepubliceerd in Vrij Nederland, laat zien dat dit geen op zichzelf staande zaken zijn. Ze zijn onderdeel van een bredere cultuur waarin zelfverrijking tot norm is verheven. Dat dat niet goed is voor het vertrouwen in de overheid is evident.

Toch kunnen we het de politici amper kwalijk nemen. Zij opereren in een omgeving waarin het persoonlijk belang boven het algemeen belang is komen te staan. Zelf iets bereiken is belangrijker dan met zijn allen iets bereiken. Een wereldje waarin banen worden verdeeld onder een relatief klein groepje bestuurders, wakkert deze narcistische prikkels verder aan. Vergelijk deze trend met het recente onderzoek van journalist Joris Luyendijk. Hij stelde vast dat de meeste bankiers prima kerels zijn, maar dat een pervers systeem de moraal heeft aangetast. Het is het systeem dat niet meer functioneert en dat moet worden vervangen.

Minder keuze
Parallel aan deze ontwikkeling speelt een andere trend die het vertrouwen in het bestuur verder ondermijnt: Er valt steeds minder te kiezen. Een groot aantal wetenschappelijke onderzoeken bevestigt dat de partijprogramma’s van bestuurspartijen naar elkaar toegroeien op sociaaleconomisch terrein. Met name linkse partijen moesten hun koers de afgelopen decennia bijstellen. Zo stond de PvdA in de jaren ’70  nog voor de herverdeling van inkomen, maar moest zij dit ideaal in de jaren ’90 laten varen voor een nobel, maar in de ogen van de traditionele achterban minder links, ideaal: arbeidsparticipatie.

Dit komt door een verschuiving van macht. Naast Brussel krijgen ook multinationals het steeds meer voor het zeggen. Politici pronkten met het halen van Google naar de Eemshaven, maar zwegen over het belastingvoordeel dat met de deal is gemoeid. Linkse en rechtse partijen moeten erkennen dat bezuinigen en belastingvoordelen de enige manieren zijn om de concurrentie met andere landen aan te gaan.

Nu het onderscheid tussen de verschillende partijen steeds kleiner wordt, zie je in media het tegenovergestelde. In gevecht om de zwevende kiezer worden de kleine verschillen extra groot uitgemeten in goed voorbereide debatten. Zo lijkt het nog wat. Politici moeten als circusdieren door hoepels springen. En wie dat het beste doet krijgt een stem.

De buurt
Nu het vertrouwen tussen politici en burgers steeds minder wordt en maatschappelijke ontwikkelingen het systeem verder uithollen, is het tijd voor een alternatief. Het antwoord op de bovengeschetste misère is letterlijk heel dichtbij. De buurt, in combinatie met andere kleinschalige samenwerkingsverbanden, kan van mensen weer actieve burgers maken die de ruimte krijgen om betekenis te geven aan hun eigen leven.

De buurt  kan zich onttrekken aan de landelijke politiek en de groeiende invloed van kapitaal. De eerste tekenen zijn daar. Steeds vaker komen buurtbewoners bij elkaar om te overleggen wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Als een gevolg daarvan is er in Leiden vlak naast het Centraal Station een kweektuin aangelegd op een stukje grond dat door de gemeente weinig aandacht kreeg. Het initiatief werd bedacht en uitgevoerd door buurtbewoners zonder veel tussenkomst van de gemeente. Het laat zien dat je als burger invloed kunt hebben op je eigen omgeving.

Kleinschalige samenwerkingsverbanden kunnen bovendien de verstoorde politieke en zakelijke relaties vervangen. Zo krijg je niet langer meer de producent versus consument, geen bestuurder meer die tegenover haar burger staat, en niet langer de verpleegsters die als marionettes volgens opgelegde regels hun werk moeten doen. In plaats daarvan kunnen buren elkaar helpen. Zonder bureaucratie lopen vraag en aanbod veel natuurlijker in elkaar over.

Nieuwe initiatieven
Dit is geen verhaal van morgen. Online communities en de opkomst van lokale munten (zoals de Eindhovense stuiver, de Rotterdamse Dam of het Tilburgertje) laten zien dat er een groeiende beweging is die het heft in eigen handen neemt. Zeker onder jongeren heerst er een drang naar verandering. Twintigers en dertigers vinden erkenning en keuzes belangrijker dan snel veel geld verdienen, zo blijkt uit een onderzoek van Motivaction naar jongeren en werk. De buurt geeft ze deze mogelijkheden.

Hoewel mensen het geloof verliezen in de gevestigde macht, blijft het aantal mensen dat vertrouwen heeft in de democratie nagenoeg gelijk. Het zijn daarom de gevestigde politieke instituties, die als onderdeel van het probleem, ruimte moeten maken voor nieuwe initiatieven. De decentralisatie van zorgtaken naar de gemeenten was een aardig begin, maar bij lange na niet genoeg. De kweektuin in Leiden bewijst dat de publieke ruimte kan worden gedemocratiseerd wanneer de overheid een stapje terug doet. Het bewijst dat wanneer autoriteit verdwijnt, burgerlijke gehoorzaamheid verandert in creativiteit en verantwoordelijkheid.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)