626
15

Europarlementariër Verenigd Links

Kartika Liotard (1971) is Europarlementslid sinds 2004. Tot juni 2010 was zij dat voor de Socialistische Partij. Na een intern conflict besloot ze toen verder te gaan als onafhankelijk parlementariër. Liotard is lid en ondervoorzitter van de GUE/NGL, de 35 leden tellende fractie van Europees Verenigd Links. Liotard is vicevoorzitter van de parlementaire intergroepen over Ouderen en Dierenwelzijn. Verder is zij lid van de commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en plaatsvervanger in de commissies Ontwikkelingssamenwerking en Rechten van de vrouw en gender-gelijkheid. Voor het Europees Parlement verzorgt zij het officiële contact met de EU-voedselveiligheidsorganisatie EFSA. Liotard was tot haar verkiezing teammanager juridische zaken bij Laser (ministerie van LNV). Daarvoor werkte zij voor de wetswinkel in Nuth. Tussen ’96 en ’98 was ze bestuurslid van de SP-Westelijke Mijnstreek en daar verantwoordelijk voor de SP-Hulpdienst. In 2009 verscheen 'Poisoned Spring', een boek van haar en Steve McGiffen over privatiseringen in de watersector.

Meer EU-bemoeienis met onze pensioenen

Mensen zonder baan en mensen met weinig geld worden op hun oude dag voor het gemak voorzien van een pensioen dat tegen de armoedegrens aanligt

Het Europees Parlement reageerde woensdag op de pensioenplannen van de Europese Commissie. Samen met vierduizend burgers maakte ik al eerder mijn mening bekend over de EU-plannen: handen af van onze pensioenen! Zou het Europees Parlement die kreet gehoord hebben? En wat waren die Europese pensioenplannen ook alweer?

De Europese Commissie wil ‘houdbare en adequate’ pensioenen in heel Europa. Die ‘houdbaarheid’ moet onder andere bereikt worden door de pensioenleeftijd te koppelen aan onze levensverwachting: worden we een jaartje ouder? Dan werken we toch gewoon een jaartje langer door!

Ook moeten de pensioenen ‘adequaat’ zijn: een moeilijk woord, waarvan eigenlijk niemand weet wat het precies inhoud. Ook de Europese Commissie niet. Duidelijk is dat de Commissie vindt dat een minimumpensioen voor iedereen moet komen, dat vooral niet te duur mag zijn: een bodempensioen dus.

De EU wil wettelijke pensioenen, zoals de AOW, naar een minimum herleiden. Sparen via een bedrijfspensioenfonds of een pensioenverzekering moet de norm worden. Mensen zonder baan en mensen met weinig geld – die dus niet kunnen sparen via een pensioenfonds – worden op hun oude dag voor het gemak voorzien van een pensioen dat tegen de armoedegrens aanligt.

Ook de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt maar even vergeten. Heb je voor de kinderen of voor familie gezorgd gedurende je leven, heb je meegewerkt in een eigen bedrijf, met andere woorden: werk gedaan dat niet als zodanig wordt erkend. Dan mag je op een houtje bijten op je oude dag.
Kortom: de EU-plannen brengen ons pensioen in gevaar. Opgelucht was ik dan ook, toen Ria Oomen (CDA) namens het Europees Parlement een reactie (rapport) mocht schrijven op de EU-bemoeienis. Oomen maakte er namelijk geen geheim van dat pensioenen volgens haar vooral een zaak van de lidstaten zelf zijn. Het woord ‘subsidiariteit’ was haar stokpaardje.

Geen Europese bemoeienis dus, dacht ik. Maar gisteren bleek mijn opluchting onterecht: Oomen verkondigde een mooi verhaal, maar ging ondertussen ver mee in de plannen van de Commissie. Heel ver.
Ook Oomen wil de pensioenleeftijd koppelen aan de leeftijdsverwachting. Al hield ze in haar toespraak vol van niet: het staat letterlijk in haar rapport!  
Verder wil Oomen dat de Europese Commissie ‘richtsnoeren’ opstelt aan de hand waarvan landen een minimumpensioen kunnen vaststellen. Als je weet hoe strak het huidige financiële en puur economische beleid van Europa is, kun je op je vingers natellen dat die ‘richtsnoeren’ de lidstaten niet veel ruimte zullen laten voor een sociaal, rechtvaardig en degelijk pensioen.
Bovendien stemt Oomen ermee in om de aanvullende pensioenfondsen op de Europese markt gooien. Dit betekent dat we onze pensioenen uitleveren aan de onbetrouwbare en wispelturige financiële markten.

‘Hoezo subsidiariteit?’ vroeg ik me dan ook openlijk af, tijdens het debat over haar rapport. Oomen reageerde niet inhoudelijk en beweerde dat ik haar rapport niet gelezen zou hebben. Bij zoveel mooie praatjes over ‘solidariteit’ en ‘subsidiariteit’, in combinatie met zo een asociaal en Europees gericht rapport vraag ik me inmiddels af of ze zelf wel het geringste idee heeft wat de Europese plannen kunnen aanrichten.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)