1.381
8

journalist

Peter Henk Steenhuis is parttime filosofieredacteur bij dagblad Trouw. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde meer dan vijftien boeken. Onder meer over de taalontwikkeling van zijn oudste zoon en over kunst en filosofie. Zijn Filosofie van het kijken (2009) en Denken over dichten (2011) kwamen op de shortlist van de Socrates Wisselbeker voor het belangrijkste filosofische boek van het jaar. In 2015 publiceerde hij samen met toenmalig denker des Vaderlands, René Gude, het kunstboek ‘Door het woord, door het beeld’.
Een paar jaar eerder, in 2010, maakte hij met documentairemaker Marcel Prins Andere Achterhuizen. Verhalen van Joodse onderduikers. Dat project verscheen als kinderboek Ondergedoken als Anne Frank in het Duits (2013) en het Engels (2014). Uit de ‘Starred reviews’ in Publishers Weekly, School Library Journal en Kirkus: Terrifying, haunting and powerful. The New York Times schreef over Ondergedoken als Anne Frank: “These few voices stand out and speak for the millions whose stories remain untold.” Van deze Amerikaanse versie zijn inmiddels meer dan 150.000 exemplaren verkocht. In 2016 komt de Spaanse vertaling op de markt.

Melkplas, boterberg en wijnzee

Deel 3 van een vierdelige serie over perverse prikkels

In de vorige aflevering van deze serie kwam het belastingvoorbeeld bij de hypotheekrente aan bod. Volgens hoogleraar beleidswetenschap aan de Universiteit van Amsterdam John Grin zijn er nog meer door de overheid gestuurde perverse prikkels waarop een heel systeem is gegrondvest, zoals productsubsidie, die in het verleden leidde tot een melkplas of een boterberg en een wijnzee. Aanvankelijk probeerde Brussel de berg wel te verkleinen door goedkope ‘kerstroomboter’ op de markt te brengen. Maar doordat deze kerstboter de omzet binnen de gemeenschap nog meer ondermijnde, is men hier weer vanaf gestapt.

Landbouwsubsidies
Grin: “De plas, berg, en zee werden veroorzaakt door de landbouwsubsidie van de Europese Unie. Doordat boeren een gegarandeerde minimumprijs voor hun melk ontvingen, werd de normale marktwerking verstoord. Behalve tot een berg en een plas leidde deze vorm van subsidiëring tot hogere prijzen voor consumenten.

Een kleine uitstap naar de geschiedenis. Direct na de Tweede Wereldoorlog was er nog voor een week voedsel in Nederland. Sicco Mansholt werd aangesteld om de voedselvoorziening weer op orde te brengen. Mansholt nam uiteindelijk deel aan zes regeringen. Hij hield zich bezig met de modernisering van de landbouw. Vanaf zijn aantreden stuurde hij aan op een hogere productiviteit door Nederlandse boeren. Dat deed hij via modernisering van de landbouw en structuurbeleid. Maar hij moest er ook voor zorgen, dat de producten konden worden afgenomen. Omdat het inkomen van de Nederlanders daar aanvankelijk te laag voor was, waren er subsidies nodig.  

Door de modernisering en schaalvergroting van de landbouw zouden er in de toekomst, dacht Mansholt, minder boeren in de landbouw kunnen werken. Mansholt achtte dat geen probleem. Door de economische groei zouden de lonen stijgen, de bevolking zou meer koopkracht krijgen, meer spullen uit de maakindustrie kopen, waardoor de maakindustrie zou groeien. Enzovoort. Door de economische groei zou de welvaart van de bevolking stijgen en zou na verloop van tijd de subsidie op landbouwproducten overbodig worden en kunnen worden afgeschaft.

Schaalvergroting
Eigenlijk vergiste Mansholt zich alleen in de laatste stap. Aanvankelijk werkte de prikkel van de subsidie precies zoals hij bedoeld was: er kwam voldoende betaalbaar voedsel. Maar daarna veranderde de prikkel het systeem, verzelfstandigde en werd pervers. Want de schaalvergroting was gebaseerd op technische ontwikkeling, die gericht was op schaalvergroting. Boeren konden deze nieuwe techniek alleen betalen met leningen, maar voor de banken was het daarbij wel vanzelfsprekend dat de boer meeging in de schaalvergroting.

Bij het verstrekken van de leningen gingen de banken uit van stijgende productie en dus ook stijgende subsidiestromen, want hoe meer productie hoe meer subsidie. Er ontstond een lock-in effect: de subsidie werd noodzakelijk voor de schaalvergroting, die noodzakelijk was voor afsluiten van een lening. En de lening werd gedekt door de productsubsidie. Die subsidie kon dan ook niet meer worden gestopt. Pervers gevolg: overproductie en zulke grote EU-tekorten, dat de landbouwministers onder curatele werden gesteld. Het perverse van de productsubsidie ligt niet in de schaalvergroting zelf, maar in het feit dat er geen einddatum gesteld werd aan de productsubsidie, en dat er geen rem zat op de totale productie.

Het gevolg hiervan was, dat de bedrijven steeds kapitaalintensiever werden. “De standaard bedrijfseconomische redenering is: schaalvergroting want dat is dé manier om maximaal rendement te halen. Kennisintensiteit en schaalvergroting versterkten elkaar zodanig dat het voor boeren nauwelijks mogelijk was uit het systeem te stappen.”

“Stel,” rekent Grin voor, “er komt een nieuwe melkmachine op de markt die in dezelfde tijd 125 koeien kan melken als een oude machine 100. Om voor die nieuwe machine een lening te krijgen, moet je wel 125 koeien hebben, anders is het niet rendabel een nieuwe machine aan te schaffen. Nu de melkquota per 1 april zijn afgeschaft, is deze discussie weer actueel. Stoppen met subsidies kon blijkbaar niet, want dan kon de boer zijn hypotheek bij de bank niet meer afbetalen. Schaalvergroting was de logica van ondernemen in de landbouw; een logica gebaseerd op een perverse prikkel van subsidie.”

“Als we niet uitkijken,” zegt Grin, “is het resultaat van deze ontwikkeling, dat er in Friesland straks nog drie of vier reusachtige boerderijen bestaan. En hoe moet een nieuwe generatie die enorm kapitaalintensieve boerderijen overnemen?” Multinationals als Philips verdubbelen hun omzet ook ongeveer elke kwarteeuw, maar die hoeven niet te worden overgenomen door een volgende generatie. Landbouwbedrijven zullen straks nog aandelen moeten gaan uitgeven om te kunnen voortbestaan. Voor we het weten, meent Grin, heeft de prikkel van de productsubsidie “het systeem zo in zijn greep, dat het de essentie van het leven van de landbouwer aantast: het familiebedrijf.”

Zelfmoorden
Hij vervolgt: “Het is een politieke vraag of we dit als land erg vinden, maar het hoge aantal zelfmoorden en de grote hoeveelheid psychisch leed in de agrarische sector laat zien dat op een enkele uitzondering na de sector zelf niet zit te wachten op verdere uitbouw van de bedrijfsvoering.”

Perverse prikkels blijken zo sterk verweven met systemen als geheel, dat ze niet eenvoudig zijn weg te nemen zonder grote schade aan te richten; ze verliezen alleen hun kracht als er binnen een heel systeem een andere logica geïntroduceerd wordt. In het huidige systeem van landbouw is schaalvergroting als assumptie gereïficeerd. Zo lijkt schaalvergroting de enige optie te zijn geworden.

Grin: “Dat is een drogbeeld. Stel, dat we erin slagen niet alleen machines te ontwerpen die steeds meer koeien kunnen melken in een bepaalde tijdsspanne, maar ook machines ontwikkelen die hetzelfde aantal koeien melken maar goedkoper worden. Dan heeft de boer een keuze.”

“Als je zo’n machine ontwerpt, grijp je in het systeem in: je maakt geld, niet door meer te melken maar door de kosten van het melken omlaag te brengen. Maar zo’n verdienmodel zit niet in de sector. Om dat mogelijk te maken, moeten bijvoorbeeld banken andere financieringsconstructen realiseren, en betere kennis om dit verdienmodel bedrijfseconomisch en landbouwkundig uit te werken. Dat is ook de juiste conclusie uit het systemische karakter van perverse  prikkels: richt je niet alleen op het wegnemen van de prikkel, maar creëer ook de voorwaarden voor het wegnemen ervan. Dat vraagt van meer spelers actie dan alleen van de betrokkenen die ‘doelwit’ waren van de prikkel.

Dit hoeft niet te betekenen dat zo’n subsidie moet blijven bestaan tot de andere problemen zijn opgelost. Want zo lang de perverse prikkel blijft bestaan, acht ik de kans klein dat zo’n andere bedrijfsvoering op grote schaal wordt geïntroduceerd.”

Lees ook deel 1 van de serie: Gelegenheid is een grote deugniet 

en deel 2: De perverse prikkel van de hypotheekrenteaftrek

Met ondersteuning van InnovatieNetwerk (onderdeel van het ministerie van EZ) onderzocht journalist Peter Henk Steenhuis het verschijnsel perverse prikkel. In de komende tijd verschijnt op Joop.nl nog het slotstuk over de vraag hoe we het beste van die perverse prikkels afkomen.

Volg Peter Henk Steenhuis ook op twitter.

Het laatste boek van Peter Henk Steenhuis is door het beeld, door het woord, dat hij samen met René Gude maakte.


Laatste publicatie van Peter Henk Steenhuis

  • Het leven is niet leuk als je je mond houdt

    Het denken van Marli Huijer

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (8)