1.490
6

Schrijfster & spreekster

Deborah de Poorter (1987) schreef het boek "Het valt wel, maar niet mee!" over haar ervaringen met een conversiestoornis. Hoe kan het dat we in deze tijd meer mogelijkheden hebben dan ooit en er tegelijkertijd zoveel jonge mensen ongelukkig zijn? Deborah gaat op zoek naar het grote geluk, perfectie en gezondheid.

Meneer Rutte: vergeet u niet waar het om gaat?

Het gaat met het huidige beleid voor mensen met een beperking niet om je mogelijkheden maar juist om je beperking

Het wetsvoorstel ‘Werken naar vermogen’ is inmiddels weer vervangen door een nieuwe: ‘de Participatiewet’. Inhoudelijk is deze wet nog niet uitgewerkt, maar de hoofdlijnen zijn bekend. Alle beoogde maatregelen hebben grote gevolgen voor jongeren met een beperking. Een grote groep binnen de wajong, jongeren met een niet-zichtbare beperking of chronische ziekte, lijkt hierbij tussen wal en schip te raken. Zij zijn, cru gezegd, niet zichtbaar genoeg in hun beperkingen. Grote kans dat ze door deze nieuwe wet, niet de juiste baan, hulp of begeleiding vinden maar ook flink gekort gaan worden op hun uitkering.

Wanneer je jong bent en een beperking of een chronische ziekte hebt, heb je te maken met veel onzekerheden. Als je mazzel hebt, wordt je niet gepest op school omdat je anders bent dan de rest. In dat geval heb je slechts de worsteling van de acceptatie van je ziekte of beperking. Als je niet te vaak ziek bent of te veel last hebt van je beperking, lukt het je waarschijnlijk wel om je opleiding af te maken. Je moet ‘gewoon’ harder knokken om je plek in de maatschappij te krijgen, een baan te vinden en een zelfstandig bestaan op te bouwen. Je hebt geluk nodig om dat voor elkaar te krijgen, weet ik uit eigen ervaring. 

Als het niet lukt om mee te draaien in de maatschappij en je door je beperking nauwelijks fulltime kunt meedoen in het arbeidsproces, is er een vangnet bedacht: de wajonguitkering. Dat werken lastig is bij een fysieke beperking snapt iedereen wel, maar dat je met een niet-zichtbare beperking of chronische ziekte ook moeite hebt om aan alle eisen die een baan stelt te voldoen (terwijl je dat wel heel graag wilt), is vaak moeilijker te begrijpen. Sommige jongeren kunnen door hun aandoening helemaal niet werken, anderen gedeeltelijk wel. Vaak hebben ze begeleiding nodig of hulpmiddelen.

Per 1 januari 2014 is een wajong-uitkering alleen maar mogelijk voor mensen die helemaal niet kunnen werken. Zij zijn volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Degene die nog wel kunnen werken, vallen onder de Participatiewet waarbij het uitgangspunt is: wie kan werken, hoort niet afhankelijk te zijn van een uitkering.

Maar hoe bepaal je dat en wie bepaalt dat voor iemand met bijvoorbeeld psychiatrische problematiek of een chronische ziekte. Wat je niet ziet, is er toch niet? Bewijs maar waarom je niet mee kan in de soms moordende werkdruk. Terwijl er vaak met wat begrip en geduld heel veel wel mogelijk is. Er zijn genoeg succesvolle voorbeelden: zoals Restaurant Freud in Amsterdam. (leer-werkbedrijf waar mensen met psychiatrische achtergrond werkervaring opdoen)

Maar door onwetendheid en financiële druk die de Participatiewet met zich meebrengt, bestaat het gevaar dat er niet goed naar de mogelijkheden en beperkingen van jongeren wordt gekeken. De kans is groot dat je een baan moet aannemen onder je niveau of omdat je gehandicapt bent. En voor begeleiding is ook geen geld meer dus wie houdt dat vol? Gevolg: frustraties aan beide kanten.

Meedoen op de arbeidsmarkt vereist aan beide kanten flexibiliteit. Stichting Hoezo Anders gelooft in mogelijkheden van jongeren met een beperking. Alle jongeren verdienen een plekje op de arbeidsmarkt; ook jongeren met een beperking. Helaas is er door deze verkapte bezuinigingsmaatregel een reële mogelijkheid dat ze nog meer aan de zijlijn blijven staan. Kennis, tijd, begeleiding en begrip kunnen ervoor zorgen dat ze het wel redden op de arbeidsmarkt. Voor de juiste begeleiding is geld nodig, veel geld. Terwijl de Participatiewet veel geld moet gaan opleveren als bezuinigingsmaatregel. Waar draait het eigenlijk om? Bezuinigingen of succesverhalen voor deze jongeren?

Een van de andere hoofdlijnen van de Participatiewet is het quotum voor gehandicapten. Dit is een pijnlijke poging om ‘arbeidsgehandicapten’ een kans te bieden op werk. Bij grote werkgevers met 25 of meer werknemers moet in de toekomst 5 % van het personeelsbestand bestaan uit mensen met een arbeidshandicap. Dit wordt vanaf 1 januari 2015 stapsgewijs ingevoerd. Werkgevers kunnen een boete krijgen als zij zich hier niet aan houden. Deze regeling geldt overigens niet voor bedrijven met minder dan 25 werknemers.

Op deze manier worden bedrijven verplicht om arbeidsgehandicapten aan te nemen. Op dit moment krijgen bedrijven een bonus wanneer ze een wajonger/arbeidsgehandicapte aannemen. De praktijk heeft al uitgewezen dat de bonus niet helpt. Waarom zou een quotum dan wel helpen?

Het lijkt er op dat je extra gestraft wordt voor je beperking: je wordt gekort op je uitkering als het niet lukt om die passende baan te vinden en je krijgt ook nog eens een extra stigma omdat je als gehandicapte mag komen werken om een boete te voorkomen.

Het gaat met dit beleid niet om je mogelijkheden maar juist om je beperking. Begrijpt de overheid niet dat jongeren gezien willen worden zoals ze zijn en dat ze willen laten zien wat ze wel kunnen? Deze regeling plaatst ze terug in wat ze juist niet willen zijn: ‘de gehandicapte aan de zijlijn of die nu eenmaal aangenomen moest worden’. En dat label doet nog veel meer pijn dan pesten.

Volg Deborah op twitter.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)