332
3

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Merci

Job - vijftien - is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

De rolstoeltaxi rijdt voor. Terwijl het liftje met Job erop langzaam zakt, zegt de chauffeur dat hij iets moet opbiechten. Ik had hem toch een boek met columns over Job gegeven? Wel, hij had het in de koelkast gelegd. Ja kijk, hij dacht dat het een doosje Merci was. Taxichauffeurs krijgen als bedankje nou eenmaal altijd dezelfde chocolade.

De man schiet erbij in de lach, zijn schouders schudden ervan. Tja wist hij veel… Er zat een mooi papiertje omheen. En het formaat was vertrouwd.

Meestal geef ik niet ongevraagd boeken weg over mijn zoon. Maar in dit geval was het nodig. Een paar maanden eerder vertelde de chauffeur dat hij had gehoord dat ik columns schreef over Job in de Gelderlander. Maar, beweerde hij, dat kon niet, want hij had ze nog nooit gezien. En hij las toch wel de krant. Sterker: hij had er in een vorig leven gewerkt.

Ik zei niet zo veel. Geen zin in een misplaatst welles-nietes-spelletje. Toen de chauffeur een week later stellig herhaalde dat mijn columns écht niet in de krant stonden, haalde ik mijn schouders op. Dan niet.

Het duurde even voor hij erop terugkwam. Ja, zei hij na een tijdje, misschien had hij nu toch een stukje over zijn passagier in oranje rolstoel gelezen. Sindsdien spreekt hij me wekelijks aan op de verhalen over Job. “Wat las ik nou in de krant? Vinden ze Job onverstaanbaar ja? Nou, ik snap hem altijd prima hoor.”

Op de laatste dag voor de zomervakantie gaf ik hem mijn meest recente columnbundel cadeau als dank voor alle veilige ritten. Dat boek verdween dus in zijn koelkast. Tot hij op een dag zin had in chocola.

Als de chauffeur de straat weer uitrijdt, bedenk ik me dat ik niet heb gevraagd of hij die ontdekking nou een mee- of tegenvaller vond.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (3)