Laatste update 11:42
6.824
175

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Met de blanke sabel tegen het racisme

Het is voorlichtingstechnisch onhandig bevolkingsgroepen omwille van hun huidskleur of hun afkomst aan te duiden met een woord dat zij niet pruimen. Zoiets keert zich alras tegen je.

cc-foto: Pixabay

Gelukkig ben ik niet wit. Anders zou ik zo snel mogelijk een coronatest moeten doen.  Wie wit ziet, voelt zich immers niet lekker.

Dit is de enige correcte manier waarop in het standaard Nederlands het woord “wit” mag worden gebruikt in samenhang met huidskleur. Anders is het juiste bijvoeglijk naamwoord “blank”. Het is een bijzonderheid van onze taal dat we de woorden blank en wit naast elkaar gebruiken, het eerste voor mensen, het tweede voor dieren, planten en dingen. In het Duits en Engels is dat niet zo. Daar is het uitsluitend en in alle gevallen weiss of white, in Frans, Spaans, Italiaans, en Portugees, respectievelijk blanc, blanco, bianco en branco. Net als blank hebben zij een protogermaanse voorganger die waarschijnlijk ten tijde van de grote volksverhuizingen in het vulgair Latijn terecht kwam.

Wie het heeft over Witte onschuld, als zij de onschuld van blanken bedoelt, verdient dan ook een rode streep door dat “witte”, want het is een germanisme, dan wel een anglicisme, wat maar je voorkeur heeft. Mijnheer Reule noemde destijds op ons gymnasium een anglicisme een ontsiering van de Engelse taal. Dat was aardig gevonden maar bleef tegelijkertijd dicht bij de waarheid. Een anglicisme is namelijk een woord dat er Nederlands uitziet maar in de Engelse betekenis wordt gebruikt. Je ziet zulke woorden ook wel eens aangeduid als “valse vrienden”.

Daarom wens ik niet wit genoemd te worden maar blank en zal ik iedereen die het toch probeert, zoveel mogelijk corrigeren. Er is geen enkele goede reden om de Nederlandse taal te verkloten.

Nu staan sommige deelnemers aan de antiracismebeweging erop het woord “wit” te gebruiken omdat blank een koloniaal verschijnsel zou zijn. Aanhangers van deze gedachte stellen dat blank eigenlijk kleurloos betekent. Zo benoemen de blanken zichzelf tot de standaardmensen aan wie ieder ander een voorbeeld moet nemen.  Hierover schrijft Marieke Walraven in een artikel met de kop ‘Tijd om het witte zelfbeeld te veranderen en echt in actie te komen tegen racisme’ het volgende:

“Denk alleen al aan de weerstand die het bij witte mensen oproept als zij wit genoemd worden. Om daarover even de armchair psychologist uit te hangen in een klein zijspoor: witte mensen voelen zich over het algemeen zeer ongemakkelijk bij een adjectief omdat zij zichzelf zien als de standaard, de universele ervaring. Vanwege een lange geschiedenis van wit superioriteitsdenken ziet de witte mens zichzelf al gauw als neutraal en reserveert adjectieven exclusief voor anderen. De witte mens is de neutrale mens en vereist geen adjectief. De niet-witte mens is per definitie anders, afwijkend van de neutrale en universele ervaring van de witte mens, en dient overeenkomstig een adjectief toegewezen te krijgen.”

Veel blanken in Nederland willen niet wit genoemd worden om de redenen die hierboven worden aangeduid. Het is nog maar zeer de vraag of dat komt omdat zij zichzelf zien als de standaard. Dat is in het verleden inderdaad een argument geweest om de blankheid van de huid te benadrukken. Lees er de rassentheorieën van negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw maar op na. Blanke schrijvers en wetenschappers afficheren zich als dragers van de beschaving, de verlichting en de ware religie, die aan de rest van de wereld gebracht en desnoods opgelegd moet worden. Wat dat betreft spreekt bijvoorbeeld de uitdrukking the white man’s burden, boekdelen.

Dit racistische blanke zelfbewustzijn heeft een zware schok gekregen door de twee wereldoorlogen en de dekolonisatie. Die brachten een groot proces van zelfonderzoek op gang. Je kunt daarvan zeggen dat het lang niet ver genoeg ging  en terecht. Maar het vond wel plaats en het gaat nog steeds door. Daarom kwamen er de laatste week ook zoveel blanken op de antiracistische manifestaties af. Daarom ook is het al decennia onder blanken niet meer zo en vogue hun huidskleur centraal te stellen tenzij onder de ewiggestrigen die ondanks Auschwitz en imperialisme van de westerse beschaving vooral de superioriteit, streven naar wereldheerschappij en uitbuiting benadrukken. Toch ligt er weinig bewijs voor de stelling dat ze uit hun plaat gaan als je ze blank noemt. Ze erkennen hun huidskleur ten volle maar die is niet langer het centrale kenmerk van hun identiteit. Dat heeft in Europa zeker te maken met allerlei collectieve herinneringen  aan wat rassenbewustzijn heeft veroorzaakt.

Nu zien we hoe bij een deel van de antiracismebeweging de blanken daar niet meer mee weg komen. Zij zien de Europese schrik voor alles dat zweemt naar rassenbewustzijn als een vlucht voor hun  historische verantwoordelijkheid. Deze categorie antiracisten brengt opnieuw hun huidskleur in verband met eigenschappen net als in de hoogtijdagen van het kolonialisme. Ditmaal zijn het geen positieve maar negatieve kenmerken: imperialisme, racisme, onderdrukking, streven naar wereldheerschappij. En soms ook onvermogen, het onvermogen  werkelijk te kunnen begrijpen wat het betekent om racistische onderdrukking te ondergaan of slaven onder je voorouders te tellen. Zo werken zulke antiracisten aan een nieuwe blanke bewustwording. Daar zit een vreemde paradox in. In hun vertoog gaat het namelijk uit en te na over mensen van kleur, de letterlijk vertaling van het Amerikaanse people of color. Uit de context van het antiracistisch vertoog blijkt zonneklaar dat daaronder de hele mensheid verstaan wordt behalve de blanken. Die hebben dan blijkbaar geen kleur. Terwijl zij zich juist meer van hun kleur bewust zouden moeten worden om in te zien wat hun rasgenoten allemaal aangericht hebben en nog steeds aanrichten.

Daarbij doet zich ook nog eens de vraag voor: wie is er blank en wie niet? De Nederlanders met wortels in Marokko, de rest van de Maghreb, Egypte, het Midden-Oosten en Turkije rekenen zich qualitate qua tot de mensen van kleur. Anders is het al goed als in iemands uiterlijk ook maar iets duidt op een Aziatische, een Afrikaanse of een Zuid-Amerikaanse voorouder. Ook hier doet zich een parallel voor met de tijd van het kolonialisme. Je was of helemaal blank of helemaal niet. In de slavenstaten van de Verenigde Staten bleven blanken gevrijwaard van slavernij maar a stroke of the tarbrush, een heel verre zwarte afstamming kon al fataal zijn. Nu is dit opnieuw de regel, wat geen recht doet aan het groeiend aantal Nederlanders met een meervoudige identiteit op het gebied van afkomst en cultuur. Eén stroke of the tarbrush en je hoeft je niet meer te vergewissen van je witte onschuld, je witte privilege en je geschiedenis van slavenhandel, roof en uitbuiting.

Tegelijk wijzen vrijwel alle Nederlanders racisme af. Dat is een verworvenheid van de bewustwording sinds de wereldoorlogen en de dekolonisatie. Zelfs ideologisch gemotiveerde racisten zullen nooit toegeven dat zij geloven in ongelijkheid op grond van huidskleur of culturele achtergrond behalve wellicht Joost Niemöller en de kringen rond Erkenbrand.

Waarom staan dan die pleinen vol? Omdat er zo’n groot verschil is tussen de theorie en de praktijk. Het bewijs daarvoor is overweldigend. 25% van de Nederlanders heeft volgens het Sociaal Cultureel Planbureau persoonlijke en concrete ervaring met racisme en discriminatie. De twitteraars, de leunstoelsociologen en de borreltafelhelden die beweren dat ze zelf zo kleurenblind zijn, maken onderdeel uit van het probleem. Ze hebben waarschijnlijk geen uiterlijk of achternaam die alarmbellen af doen gaan en denken te gemakkelijk dat dit dan wel voor iedereen zal gelden.

Racisme bestrijd je door racistisch denken en racistisch handelen consequent aan te pakken. Daarbij noem je de namen van de personen en de organisaties die zich  daaraan bezondigen. Het is geen goed idee om racisme in verband te brengen met een huidskleur. Dat is een beetje wat er in Nederland altijd met Marokkanen gebeurt. Als iemand met een Marokkaanse achtergrond de wet schendt, dan wordt hij allereerst als Marokkaan gezien en niet als crimineel. Het is juist deze manier van associëren die altijd en overal dient te worden uitgebannen. Je bereikt het tegendeel als je een uitzondering op die regel maakt voor blanken. Zo van: “Witten? Je verwacht het niet!” Dan kom je al gauw uit op een soort contraracisme. Daarmee ondermijn je uiteindelijk de strijd tegen de discriminatie.

Ook is het voorlichtingstechnisch onhandig bevolkingsgroepen omwille van hun huidskleur of hun afkomst aan te duiden met een woord dat zij niet pruimen. Zoiets keert zich alras tegen je.

Met de blanke sabel tegen het racisme. Laat dat het motto zijn. Of zoals Akwasi het zegt: “We are not like our ancestors. We will fuck you up”. Met dat “you” worden uiteraard de racisten bedoeld.

Aanvulling:
Om een beter begrip te krijgen van the stroke of the tarbrush en het principe van helemaal blank of helemaal niet blank lees dit artikel over het standbeeld The Octoroon van John Bell. Het is wellicht geïnspireerd door een toneelstuk met de titel The Octoroon; or life in Louisiana uit 1861. Hier het script.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (175)