Laatste update 22 november 2018, 15:54
3.111
52

lid van Pink en student Rechtsgeleerdheid aan de Erasmus Universiteit

Met mogelijk demonstratieverbod bereikt Dijkhoff nieuw dieptepunt

Het recht om ideeën ten toon te spreiden is bij uitstek een liberaal uitgangspunt

Met het idee van Klaas Dijkhoff om tijdens de Sinterklaasintocht een demonstratieverbod te laten gelden, zijn we in een nieuwe betreurenswaardige fase van de Pietendiscussie beland. Blijkbaar is de fractievoorzitter minder goed in staat zich te bekoren om de aanspraken van betogers indien zij een andere mening zijn toegedaan. Dit geeft al te denken, maar des te meer choquerend is dat onze minister-president aangeeft dat het betogingsrecht tijdens de intocht zou moeten worden beperkt tot plekken waar kinderen niet geconfronteerd worden met de betogingen. Dit behelst een zodanige uitkleding van het grondrecht dat de betogers er de facto nog maar weinig betekenis aan kunnen ontlenen. Hierna bespreek ik drie gronden die onderstrepen waarom de uitwerking van de voorstellen van Dijkhoff en Rutte een voor de democratische rechtsstaat rampzalige impact kan hebben. Ik noem ze: de juridische grond, de sociale grond en de liberale grond.

Juridische grond: bescherming burger tegen de overheid
Het zal menigeen bekend zijn dat een in het burgerbelang handelende overheid geen vanzelfsprekendheid is. Voorbeelden van corrupte en zwendelende politici zijn er legio. Men denke dan in eerste instantie aan Braziliaanse of Russische toestanden. Echter, ook in Nederland komt willekeurig handelen van de overheid voor. Het is niet voor niets dat in de rechtspraak zovele en zeer waardevolle algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn ontwikkeld die de burger tegen machtsmisbruik moeten beschermen. Nochtans van een groter belang zijn de klassieke grondrechten, die bepalen dat de burger vergaande bescherming kan krijgen tegen elk willekeurig handelen van de overheid. Beperking ervan is alleen onder zeer strenge voorwaarden toegestaan. Vaak zal sprake moeten zijn van gevaar voor de veiligheid dat redelijkerwijs op geen enkele andere manier kan worden afgewend. De voorstellen van Dijkhoff en Rutte zijn momenteel onverenigbaar met de grondwet en vergen dus een constitutionele aanpassing.

Mocht het al zover komen, dan zullen de voorstellen hoogst waarschijnlijk nog steeds niet compatibel zijn met mensenrechtenverdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), waarin ook vrijheden van vergadering, vereniging en betoging zijn opgenomen. Uit de jurisprudentie van het EHRM − het hof dat rechtspreekt over toepassing van dit verdrag − blijkt dat de ruimte om inbreuk te maken op deze rechten zeer beperkt is.

Sociale grond: bescherming van minderheden
Dat brengt mij op de tweede grond. Al sinds lange tijd hebben wij het oligarchische voor het democratische bestuursmodel ingeruild. Een systeem waarin iedere burger evenveel te zeggen heeft, is het echter zeker niet: de grotere groep dicteert op basis van de meerderheidsregel. Dit is vanuit praktische overwegingen goed verdedigbaar, maar de status van minderheden komt hierdoor wel in het gedrang. De grondrechten zijn te zien als compensatie voor hun onderdrukte positie: de meerderheid bepaalt dan wel het grootste gedeelte van de politieke agenda, ze hebben wel rekening te houden met aanspraken die eenieder toekomen. Dit is voor de minderheden een belangrijke voorwaarde om te accepteren dat andere groepen meer invloed uit kunnen oefenen op de besluitvorming. Het inperken van de grondrechten zet dus deze sociale constructie onder spanning.

Liberale grond: vrije markt van ideeën
Als laatst wil ik de misschien wel meest opvallende grond noemen: het recht om ideeën ten toon te spreiden, opdat out in the open, de omgeving ze op waarde kan inschatten. Het opvallende eraan is dat dit bij uitstek een liberaal uitgangspunt is. De Amerikanen, die in the first amendment een nog verdergaande freedom of speech kennen, gaan uit van de opvatting dat sluimerende gedachten maar het best geopenbaard kunnen worden en dat onwenselijke denkbeelden vanzelf, als in een vrije markt van ideeën, het loodje zullen leggen.

Het is dus overeenkomstig het liberale gedachtegoed dat de burger zich moet kunnen uiten en niet bang hoeft te zijn voor een overheid die haar monddood wil maken. Vooral de grondrechten vrijheid van meningsuiting en betoging bieden hiertegen bescherming en dus is het opmerkelijk dat juist liberale politici met voorstellen komen deze rechten in te perken.

Conclusie
Al met al kan het optreden van Dijkhoff en Rutte van de laatste weken ronduit teleurstellend genoemd worden en met de voorstellen om de grondrechten van betogers in te perken is een nieuw dieptepunt bereikt. Bovendien gaven de heren pas na lang aandringen van de oppositie schoorvoetend enige blijk van afkeuring over het tegenwerken van de anti-Piet-demonstranten. Het zou ze sieren als ze nadrukkelijker, eerder en uit zichzelf afstand zouden doen van het verwerpelijke optreden van de hooligans en andere lieden ten opzichte van de vreedzame betogers.

Cc-foto: Oscar Brak

Geef een reactie

Laatste reacties (52)