9.929
96

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Mevrouw Arib bestendigt de diepe lulligheid van de Tweede Kamer

Was dat nou zo erg van die sluipmoordenaar? Was dat nou zo vreselijk? Baudet gebruikte een treffende metafoor. Hij vertelde niet dat minister Schouten haar moeder had vermoord.

Afgelopen donderdag slingerde de geachte afgevaardigde Thierry Baudet een onverdiende banvloek naar minister van Landbouw Carola Schouten. Zij is een tobberige christen die ongetwijfeld heel wat afpiekert over de beste manier om in haar hoge positie vorm te geven aan het bijbels rentmeesterschap over Gods schepping. Baudet noemde haar echter de sluipmoordenaar van de agrarische sector. Deze metafoor kwam hem te staan op een schrobbering van de voorzitter en de woede van de hele Kamer die zich massaal op het stoutste jongetje van de klas stortte zodra de juffrouw hem op zijn nummer had gezet. Hij deed mij denken aan Peter Krul uit de derde, die meester Meijer een klootzak had genoemd en toen via het raam naar huis vluchtte om aan diens harde hand te ontkomen. Wij zagen ontzet toe en Peter werd naar de school voor moeilijk opvoedbare kinderen gestuurd. Hij is later nog miljonair geworden, ik meen met berliner bollen.

De cultuur van de Tweede Kamer onderscheidt zich door een diepe lulligheid. Dat stamt nog uit de negentiende eeuw toen uitsluitend goed gesitueerde heren het recht hadden enkelen hunner tot de heerlijkheid van het Binnenhof te verheffen. Daar zaten ze dan bijkans te stikken van deftigheid met hun hoge boorden, hun vesten, hun lorgnets. Ze lazen van papiertjes dorre betogen voor, doorspekt met ambtelijk jargon. Soms was er een eenling die levend Nederlands in de zaal bracht, zoals Abraham Kuyper of zijn grote tegenvoeter Jan Kappeijne van de Copello, die hem uitmaakte voor de vlieg die de zalf bedierf maar zij bleven uitzonderingen op de regel van doodsheid en half verstaanbaar gemummel, met wantrouwen bezien door de verzamelde geesteloosheid in het parlement.

In Engeland ging het anders aan toe. Neem Winston Churchill: hij trakteerde premier Ramsay MacDonald van Labour op een hele anekdote over hoe hij op de kermis van zijn nanny niet een tent in mocht waar the boneless wonder werd vertoond. Maar nu, meer dan veertig jaar na dato, bulderde Churchill werd zijn wens eindelijk vervuld. Daar zat hij, in de regeringsbank: the boneless wonder.

In het Verenigd Koninkrijk geldt dit nog steeds als een hoogtepunt van parlementaire debatkunst maar mevrouw Arib had Churchill zeker afgehamerd. Die vlieg had het wellicht ook niet gehaald, tenzij ze wist dat het hier een citaat uit het Oude Testament betrof. O foei toch, elkaar ongezouten de waarheid zeggen. Dat zijn we niet gewend met zijn allen. Die tóón, dat past toch niet.

Was dat nou zo erg van die sluipmoordenaar ? Was dat nou zo vreselijk? Baudet gebruikte een treffende metafoor. Hij vertelde niet dat minister Schouten haar moeder had vermoord. Hij wilde haar alleen maar op hoge toon de maat nemen. Dat mag als je in de oppositie zit. Hij heeft niets verkeerds gezegd. Men had hem met gerust hart mogen toevoegen dat een adder zich belachelijk maakt als hij probeert de wurgslang te spelen. Dat het “ieder meent zijn uil een valk te zijn” wel in het bijzonder van toepassing is op deze parlementariër met zijn stompzinnige boekje. Dat Baudet een jakhals is in de huid van een wolf, wiens gehuil hem dagelijks verraadt.

Maar massaal onder leiding van de voorzitter verontwaardigd doen? Wat een lamlullen bij elkaar. Wat een mutsen. Wat een doodsvijanden van gespierd taalgebruik en goed Nederlands. Je zou er misselijk van worden als het allemaal niet zo kraak- en smaakloos was. Zo ongenadig wee. Zo diep en intens lullig. Jezus zegt in Matteus 23, vers 27: “Wee jullie, Schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er van buiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden”.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (96)