1.109
35

Promovendus politicologie Leiden

Simon Otjes (1984) is promovendus politicologie bij de Universiteit Leiden. Daarvoor studeerde hij politicologie en filosofie van de sociale wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op nieuwe politieke partijen. Hij heeft een eigen weblog: cmonotjes.web-log.nl.

Midden? Welk midden?

De oproep aan GroenLinks en D66 om samen een nieuw politiek centrum te vormen getuigt van een bijzondere vorm van zelfoverschatting

Bart Snels, een van de belangrijkste politieke denkers binnen GroenLinks, heeft afscheid genomen van de Tweede Kamerfractie, in zijn eerste grote verhaal als zelfstandig strateeg in de Volkskrant zaterdagochtend, roept hij GroenLinks en D66 op samen een nieuw politiek centrum te vormen. Het is een bijzondere vorm van zelfoverschatting om je eigen politieke vrienden in het midden van de politiek te plaatsen.

Snels ziet hoe de grote partijen in Nederland elkaar in twee blokken, links en rechts, stevig vast houden. VVD, PVV en CDA aan de ene kant, houden elkaar binnen de gedoogconstructie stevig vast. Ook SP en PvdA zijn innig met elkaar verstrengeld, als linkse oppositie. Alhoewel beide blokken het radicaal met elkaar oneens zijn over belangrijke vragen, als hoeveel er bezuinigd moet worden, kunnen zij elkaar ook vinden in een aantal standpunten: ze willen beide de verzorgingsstaat niet hervormen om outsiders de kans te geven en ze willen beide minder Europa, terwijl de crisis leert dat juist een sterker Europa nodig is. Snels wil een alternatief voor links en rechts en zoekt dat in een nieuwe middenbeweging waar GroenLinks en D66 samen kunnen werken. Deze partij kan kiezers in het centrum bedienen en misschien nog wel belangrijker, potentieel met links en rechts in een coalitie. Een ideale middenpartij die spilrol die het CDA jarenlang in Nederland heeft gespeeld, zou kunnen overnemen.

Er is alleen een cruciale misvatting in Snels’ betoog. Snels plaatst zichzelf in het midden van het politieke spectrum. Sociaal-economisch zou daar iets voor te zeggen zijn: GroenLinks en D66 zoeken een middenweg tussen de sociaal-economische behoudzucht van SP en PvdA, en de sociaal-economische sloopzin van CDA en VVD. Zijn pleidooi is om juist sociaal te hervormen: denk aan voorstellen rond de AOW, de WW en het ontslagrecht die GroenLinks en D66 delen. Daarmee zou deze beweging een ideale centrumpositie in nemen tussen links en rechts.

Maar Snels is niet op zoek naar een compromis tussen rechts en links. Hij zoekt een nieuwe tegenstelling op, naast de links/rechts tegenstelling: een tegenstelling tussen hervormingsgezinde-progressieve en conservatief-populistische partijen. En juist op de onderwerpen die hij noemt (de verzorgingsstaat inclusiever en toekomstbestendiger maken en Europese samenwerking) daar speelt die nieuwe tegenstelling. Het is niet zo dat GroenLinks en D66 op die nieuwe tegenstelling een centrumpositie innemen, maar ze hebben juist een excentrische positie. Er is een heldere verdeling tussen progressieve partijen (GL en D66), middenpartijen (VVD, CDA, PvdA, CU) en populistische partijen (SP en PVV). Je kon dit helder zien bij de stemmingen donderdagnacht over het pensioenakkoord: SP en PVV waren tegen omdat ze tegen iedere verandering zijn en GL en D66 omdat ze de veranderingen niet ver genoeg vinden gaan om het pensioenstelsel echt toekomst bestendig te maken. VVD, CDA en PvdA sloten in het midden een grijs compromis. Kortom: de middenpartijen op de nieuwe sociaal-economische tegenstelling zijn niet GroenLinks en D66. Niet alleen maar op het niveau van het partijsysteem zijn D66 en GL hier excentrische partijen; ten opzichte van de kiezer is hun positie ook extreem: kiezers staan wat betreft Europa en de hervorming van de verzorgingsstaat dichterbij de SP en de PVV dan bij GL en D66.

En wat dan van de centrale links/rechts tegenstelling? Is die irrelevant geworden? Dat lijkt me niet het geval, maar dat is wel allemaal wat complexer: er is een klassieke links/rechts-tegenstelling tussen staat en markt. Hierop zijn de SP en de VVD elkaar tegenspelers. GroenLinks en de PvdA staan aan een centrum-linkse kant en D66 en CDA aan een centrum-rechtse kant. De PVV neemt hier een onduidelijke positie in. Samenwerking tussen D66 en GroenLinks zou hierin een middenpositie innemen. Kiezers zijn op deze tegenstelling eerder links dan rechts. Maar recent sociaal-wetenschappelijk onderzoek (De Vries et al. 2011) laat zien dat juist deze tegenstelling steeds minder belangrijk is, en deze wordt vervangen door een tegenstelling die betrekking heeft op migratie, integratie en veiligheid. Het lijkt erop dat links in Nederland steeds vaker verbonden wordt aan “multicultureel”, “open grenzen” en “soft” en rechts aan “monocultureel”, “gesloten grenzen” en “hard”. En hierop nemen GroenLinks en D66 juist een excentrische linkse positie in. De SP en PvdA zijn centrum-links, CDA en VVD zijn centrum-rechts en de PVV is extreem-rechts. Kiezers zijn op dit onderwerp meer rechts dan links. Een samenwerkingsverband tussen GL en D66 zou hier geen nieuwe middenpartij worden, maar een zeer linkse positie innemen.

Dus: zou een samenwerkingsverband tussen GroenLinks en D66 een nieuwe middenpartij worden? Retorisch gezegd zou zo’n samenwerking alleen maar een oude middenpartij kunnen zijn, namelijk een op de verouderde links/rechts-tegenstelling: een middenweg tussen staat (SP) en markt (VVD). Op deze tegenstelling zijn D66 en GroenLinks het overigens niet eens: hier zouden juist de grootste compromissen gesloten moeten worden. Op die onderwerpen waar GroenLinks en D66 het wel overeens zijn, de hervormingsagenda, Europa, migratie, veiligheid en integratie, valt juist op dat deze twee partijen een excentrische positie innemen: ten opzichte van de rest van de partijen en ten opzichte van de kiezer: de multiculturele, hervormingsgezinde en pro-Europese combinatie zou geen middenpartij zijn.

Ten slotte, hoorde ik Lodewijk Asscher laatst op een bijeenkomst van de Wiardi Beckmanstichting zeggen dat het zijn middenpartij meer is dan het innemen van gematigde standpunten. Het betekent bovendien dat je midden in de samenleving staat. Een mooi retorisch gebruik van de term “midden” maar wel een die een kern van waarheid heeft: het is een bijzondere vorm van zelfoverschatting dat je je eigen politieke partij de middenpositie toedicht, terwijl je kiezers geen doorsnee zijn van de Nederlandse samenleving maar bestaan uit een hoger opgeleide, in de Randstadwonende culturele elite met van de norm afwijkende meningen over migratie, veiligheid, Europa en de toekomst van de verzorgingsstaat.

Dit stuk staat ook op het weblog van Simon Otjes

Geef een reactie

Laatste reacties (35)