Laatste update 18:36
1.801
37

schrijver, columnist en journalist

Een middenschool voorkomt geen klassenstrijd

Maar wat maakt het verschil dan wel?

cc-foto: Roel Wijnants

GroenLinks-voorman Jesse Klaver stuurde vandaag een tweet de deur uit naar aanleiding van een bericht op Nu.nl. ‘Ongeacht je afkomst, in Nederland hoort ieder kind dezelfde kansen te krijgen. #tijdvoor de moderne middenschool.’ Klaver heeft wat dat eerste betreft gelijk (wie is het met hem oneens?). Ik betwijfel of de middenschool de oplossing voor het probleem biedt, hoewel ik het idee sympathiek vind.

Ik sprak deze week een oud-student van me die een uitzonderlijke route had gelopen. De jongen (28) was ooit begonnen als vmbo-t-scholier, ging vervolgens naar het mbo (richting Personeel en Arbeid), stootte daarna door naar het hbo (Media, Informatie en Communicatie) en kon na een schakelprogramma terecht bij de opleiding Communicatie van de Universiteit van Amsterdam. Inmiddels doet hij promotie-onderzoek naar de invloed van ‘kiezersdata’ bij campagnes van politieke partijen.

Deze jongeman komt uit een gezin waarin de blik op de wereld ‘om hem heen’ verder ging dan de vierkante meters van het woonhuis, de televisie of de lokale sportvereniging. It’s the bildung, stupid. Dat weet Klaver, zelf een oud-vmbo-scholier, als geen ander. Je zou kunnen constateren dat het onderwijs thuis zou moeten beginnen, en dat de school verder bouwt.

De moderne middenschool (de toevoeging ‘modern’ doet het nu eenmaal erg goed, want de term ‘middenschool’ stamt uit de jaren zeventig van de vorige eeuw) zou volgens Klaver betekenen dat alle leerlingen, van vmbo tot gymnasium bij elkaar in de klas kunnen zitten. Van de website van GroenLinks: ‘Door het invoeren van een tweejarige brede brugklas krijgen kinderen langer de kans zich te ontwikkelen en kiezen ze pas later (op 14-jarige leeftijd) voor een onderwijsniveau als VMBO, HAVO of VWO. Zo worden kinderen niet al op de basisschool in het hokje VMBO of VWO geduwd, maar krijgen ze langer de kans om er achter te komen welke opleiding het beste bij ze past.’

In wezen verandert daarmee niets aan de aard van het probleem, je verlengt het alleen. In andere Europese doen ze dit al (Denemarken, bijvoorbeeld), maar dan rigoureus (van je 5e tot je 16e zit je bij dezelfde kinderen in de klas). Die twee jaar gaat het verschil niet maken.

Wat maakt het verschil dan wel, volgens mij?

Ten eerste moeten we af van het idee dat minstens havo of hbo de ‘norm’ is, dat vwo en daarna de universiteit het streven is en dat vmbo en mbo ‘minderwaardig’ zijn. Ouders krijgen vlekken in de nek van het predicaat vmbo. Sommige scholen noemen met het oog op de pr vmbo-t zelfs weer mavo.

Overdreven gesteld: ik denk niet dat we de scholier die leesvaardigheid doet op vmbo-kb-niveau helpen door hem in dezelfde klas te zetten als de gymnasiast die Multatuli bestudeert. We kunnen wél proberen dat we die eerste niet opleiden tot veredelde werkloosheid. Relevante beroepsopleidingen, waar je kwalificaties behaalt waar je trots op mag zijn, en dat het mogelijk blijft om te kunnen doorstromen.

Elke scholier moet maar een “topper” zijn, iedereen is uniek, de rode loper ligt al uitgerold. Maar niemand op straat denkt dan aan een cv-installateur, supermarktmanager of magazijnmedewerker. Waarom niet? De bedrijven en arbeidssectoren (zorg, techniek) zouden veel meer met vmbo-opleidingen om de tafel moeten zitten: waar hebben we behoefte aan? En: werk meer samen met de regio. Het gebeurt gelukkig al wel, maar de politiek zou daar nog meer op mogen sturen.

Dan is er ook op de reguliere middelbare scholen een ouderwetse klassenstrijd gaande, waarbij de lagere sociaal-economische milieus het moeten ontgelden. Voor veel gezinnen is en blijft het: je hebt het leven, en je hebt school. Het is een moetje, een instituut dat eerder dwarsligt dan dat het je verder brengt.

Maar de ‘bildung’ van onze scholieren moet nu eenmaal wel voor een deel van thuis komen. In welk gezin wordt er gediscussieerd over maatschappelijke thema´s, wie sleept zijn kind naar een museum of de bibliotheek, wie kijkt er wel eens het journaal met ze? Waar leren ze hun argumenten voor en tegen vormen? Dat hoort bij de taak van opvoeden en algemeen ontwikkelen.

Niet makkelijk. Dit land telt meer commerciële tv-zenders, fastfoodrestaurants, snackbars en pretparken dan dat er boekwinkels, bibliotheken, musea en culturele podia zijn. Als ouders zelf geen initiatief nemen voor enige verdieping, kunnen de docenten al die scholieren helemaal kapotCKV’en, -CJP’en en -maatschappijleren, maar het is vechten tegen de bierkaai. Daar gaat een moderne middenschool ook niet bij helpen, ben ik bang.

Vlogger, influencer, topvoetballer, een dj in een helikopter of een Formule 1-racer met het logo van Red Bull op zijn helm, zanger in een talentenjacht, ja, dat heeft iets mythisch. Het circus met haar freaks verdwijnt uit het straatbeeld, en we hebben er nieuwe freaks voor in de plaats gekregen.

Stimuleer ouders om kinderen wat meer van de wereld om ons heen te tonen, die bildung waar ik het over had. En hoe stimuleer je ouders? Door de drempel te verlagen. Hoe verlaag je die? Met subsidie op nuttige ‘kennisbolwerken’ die ik hierboven omschreef. Dat kun je niet alleen aan het onderwijs over laten, zelfs niet als het een middenschool is.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Thomas van Aalten

Geef een reactie

Laatste reacties (37)