1.311
31

Onderzoeker

Mark Akkerman is onderzoeker bij Stop Wapenhandel, die publiceerde over onder meer wapenhandel naar het Midden-Oosten, greenwashing door de wapenindustrie en over hoe de militaire industrie verdient aan de
vluchtelingentragedie

Migratiesamenwerking met autoritaire regimes is onhoudbaar

De EU creëert zelf de markt die ze zegt te willen bestrijden

Bij de informele EU-top in Salzburg afgelopen week stond migratie wederom hoog op de agenda. Waar de leiders van de lidstaten vooralsnog geen overeenstemming wisten te bereiken over voorstellen van de Europese Commissie om grensbewakingsagentschap Frontex versneld uit te breiden en te versterken, werd wel afgesproken de migratiesamenwerking met Noord-Afrikaanse landen op te voeren. Het autoritaire regime van Sisi in Egypte staat bovenaan de lijst. Een heilloze weg, die meer risico’s voor vluchtelingen oplevert en op de lange termijn enkel zal leiden tot meer vluchtelingen.

Alle landen in Noord-Afrika kampen met politieke en humanitaire problemen, zoals armoede, gebrekkige democratie en mensenrechtenschendingen. De behandeling van vluchtelingen is ronduit slecht, en wordt er, mede onder Europese druk, niet beter op. De voortdurende hel voor vluchtelingen in Libië blijft het meest zorgelijke punt. Ook Marokko en Algerije treden echter hard op. Marokko pakte grote aantallen vluchtelingen op en dumpte hen in afgelegen grensgebieden in het zuiden van het land. Algerije liet afgelopen anderhalf jaar duizenden migranten zonder water en voedsel achter in de woestijn.

migratiesamenwerking
Frontex | cc-foto: Bundesministerium für Europa

Mensenrechten
De keuze om intensiever te gaan samenwerken met deze landen laat zien dat de EU zich weinig gelegen laat liggen aan de idealen van democratie en mensenrechten waar ze zichzelf graag als voorvechter van positioneert. Begin augustus liet de Europese Commissie al weten veel meer geld aan Marokko te willen geven om vluchtelingen richting Spanje tegen te houden. Dit komt bovenop de 55 miljoen euro die de EU een maand eerder beschikbaar stelde om ‘grensmanagement’ in Marokko en Tunisië op te voeren. Bij al die gelegenheden bleven woordvoerders van de Commissie stil over mensenrechtenschendingen tegen vluchtelingen in die landen.

Ook het regime van Sisi kan vooral op complimenten vanuit de EU rekenen. Recent haalde Italië de banden met Egypte op migratiegebied al aan. Sebastian Kurz, minister van Buitenlandse Zaken van huidig EU-voorzitter Oostenrijk, en voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk bezochten Sisi daags voor de top in Salzburg. Beiden complimenteerden Egypte met zijn rol in het stoppen van vluchtelingen en propageerden meer samenwerking. Na de top in Salzburg noemde Kurz Egypte een ‘sterke en effectieve partner’.

Hoe die ‘effectiviteit’ vorm krijgt liet Kurz echter buiten beeld. De Egyptische marine en kustwacht beschoten vluchtelingenboten, waarbij onder meer een achtjarig Syrisch meisje omkwam. Nog schrijnender, maar minder zichtbaar, is de situatie aan de grenzen met Israël en Soedan, waar grenswachten regelmatig het vuur openen op vluchtelingen, met doden als gevolg.

Veel vluchtelingen die Egypte wel binnen weten te komen stranden in een uitzichtloze situatie, ze mogen werken niet werken en krijgen te maken met willekeurig opgelegde vreemdelingendetentie. Vluchtelingen uit Syrië en Soedan werden doelwit van specifieke repressie, waaronder arrestaties en deportaties. In een land waar vrouwenrechten weinig inhouden, hebben vrouwelijke vluchtelingen het nog zwaarder te verduren als slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld.

Samenwerking ondanks zorgen
Dit soort zaken zijn uiteraard bekend bij Europese leiders. Mensenrechtenorganisaties luiden bij voortduring de alarmklok over de situatie in Egypte. Dit treft niet alleen vluchtelingen, de repressie tegen politieke tegenstanders van Sisi is de afgelopen maanden fors toegenomen. Minister Blok van Buitenlandse Zaken, die Egypte begin mei bezocht, schreef aan de Tweede Kamer dat er sprake is van een “verslechterende mensenrechtensituatie” en zorgen “over de vrijheid van meningsuiting in Egypte, de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld om een kritisch tegengeluid te laten horen en de persvrijheid.”

Zolang migratiebeperking bovenaan de EU-agenda staat, zijn EU-landen maar al te graag bereid de ogen te sluiten voor repressie en mensenrechtenschendingen, zo bleek uit het recent verschenen rapport ‘Expanding the Fortress‘ van het Transnational Institute (TNI) en Stop Wapenhandel. De EU streeft migratiesamenwerking met allerlei autoritaire regimes in Afrika, het Midden-Oosten en Oost-Europa na, ongeacht de gevolgen voor vluchtelingen en de bevolking van de betreffende landen.

Het meest sprekende voorbeeld is Soedan, waar de door het Internationaal Strafhof voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid gezochte president Al-Bashir inmiddels van internationale paria is opgeklommen tot een door de EU gewaardeerde partner in de strijd tegen vluchtelingen. De EU pleit niet alleen voor het verlichten van internationale sancties, maar voorziet ook in training van Soedanese grenswachten, veelal lid van de Janjaweed-militie, één van de voornaamste plegers van gruwelijke misdaden tijdens de burgeroorlog. Intussen heeft de Soedanese legertop al duidelijk gemaakt dat geplande EU-donaties van bijvoorbeeld surveillance-apparatuur ook ingezet zullen worden voor binnenlands gebruik.

Wegkijken
Je kunt natuurlijk op je klompen aanvoelen dat intensievere samenwerking met Egypte vanuit EU-zijde een soortgelijk proces van wegkijken en negeren van repressie en mensenrechtenschendingen zal opleveren. Amnesty International waarschuwde eind juli al dat “de softer wordende houding van de EU” tegenover Egypte “een grote overwinning voor daders van mensenrechtenschendingen” is en “de weg vrijmaakt voor verdere schendingen.”

Actieve financiële, materiële en personele EU-steun aan autoritaire regeringen doet hier nog een schepje bovenop. Zulke steun komt, zoals in het geval van Soedan, vaak precies terecht bij die organen (politie, veiligheidsdiensten en krijgsmachten) die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor geweld en repressie tegen zowel vluchtelingen als de eigen inwoners van het land.

Ook in Egypte ligt een dergelijke ontwikkeling voor de hand. Duitsland, binnen de EU één van de voortrekkers van migratiesamenwerking met Afrikaanse landen, heeft sinds enkele jaren een, zeer omstreden, intensieve veiligheidssamenwerking met Egypte. De Duitse regering erkent dat de mensenrechtensituatie in het land slecht is, maar noemt het akkoord “politiek noodzakelijk en tegemoetkomend aan Duitse veiligheidsbelangen”. Versterking van de Egyptische grensbewaking is een integraal onderdeel van de samenwerking.

Eén van de partners hierbij is de Egyptische Nationale Veiligheidsdienst, die verder vooral optreedt als ‘politieke politie’ tegen tegenstanders van het regime. Human Rights Watch stelde deze dienst, “opererend met bijna absolute straffeloosheid”, “verantwoordelijk voor de meest flagrante misstanden, inclusief wijdverspreid en systematisch gebruik van foltering om bekentenissen af te dwingen. Marteltechnieken omvatten mishandeling, langdurige pijnlijke stressposities en elektrocuties.”

Toename van geweld en problemen
Het onder druk van de EU opvoeren van de grensbewaking in landen rond Europa leidt, naast de hierboven al genoemde problemen van een toename van geweld tegen vluchtelingen én van binnenlandse repressie, vooral tot het verder verschuiven van problemen. Vluchtelingen worden gedwongen uit te wijken naar steeds gevaarlijkere routes en worden in handen van criminele smokkelnetwerken gedreven. De EU creëert zelf de markt die ze zegt te willen bestrijden.

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) komen inmiddels meer vluchtelingen om in de woestijn dan op de Middellandse Zee, maar omdat hier veel minder zicht op is blijft dit grotendeels buiten het beeld van Europese pers en publiek.

De betreffende niet-EU-landen zitten zelf ook niet te wachten op grote aantallen vluchtelingen, dus voeren zij de grensbewaking steeds verder op wanneer het doorreizen van vluchtelingen naar Europa moeilijker wordt gemaakt. Zo heeft Turkije de bewaking aan de grenzen met Syrië en Iran fors verstevigd sinds het sluiten van de migratiedeal met de EU in 2016. Recent werd de 764 kilometer lange grensmuur aan de grens met Syrië voltooid, voorzien van allerlei surveillance- en detectie-technologie. Ook schafte het land met EU-subsidies pantservoertuigen voor grensbewaking aan. Uit de grensgebieden komen intussen verontrustende verhalen over geweld tegen en directe deportatie van Syrische vluchtelingen.

Gestript van verkooppraatjes over het voorkomen van verdrinkingen en het bestrijden van mensensmokkelaars blijft slechts één doel van het Europees migratiebeleid overeind: het naar beneden krijgen van het aantal vluchtelingen dat in Europa arriveert. Wie alleen naar de dalende cijfers kijkt, kan concluderen dat dit lijkt te lukken, maar tegen een hoge prijs in mensenlevens en mensenrechten. Er is een voortdurende stijging te zien van het relatief aantal omgekomen migranten: in 2015 ging het om één dode per 267 aankomsten via de Middellandse Zee, in de eerste acht maanden van 2018 om één dode per 47 aankomsten.

De militaire en beveiligingsindustrie
Gezien de bovenstaande schets van de gevolgen van het migratiebeleid, in het bijzonder de samenwerking met autoritaire regimes in derde landen, is bovendien zeer aannemelijk dat dit beleid op de lange termijn juist voor meer vluchtelingen zal zorgen. Dit is niet zozeer een probleem voor Europa, dat prima in staat moet zijn om alle vluchtelingen op te vangen, maar wel voor vluchtelingen zelf.

Vluchtelingen hebben, kortom, geen enkel belang bij het Europese migratiebeleid. De bevolking van betrokken niet-EU-landen ook niet, die kan vooral meer repressie tegemoet zien. Als dan ook de EU zelf op lange termijn het gestelde doel van minder vluchtelingen alleen lijkt tegen te werken, rijst de vraag: wie hebben er wel baat bij?

Dat lijstje is een stuk korter. Autoritaire leiders die EU-steun ontvangen en gefêteerd worden op het internationale toneel staan erop. En Europese anti-immigratiepolitici die maar verdergaande maatregelen blijven propageren. Hier duikt echter ook de militaire en beveiligingsindustrie op. Deze profiteert sterk van de groeiende grensbewakingsmarkt en staat al likkebaardend te wachten op de aangekondigde nieuwe EU-miljarden voor materieelaankopen door Frontex, EU-lidstaten en derde landen. Geen wonder dat juist deze industrie, door intensieve en succesvolle lobby, invloedrijk is geweest in het bepalen van de koers van het Europese migratiebeleid, met name in het eenzijdig framen van migratie als een veiligheidsprobleem dat met militaire middelen bestreden moet worden. Dit wordt extra cynisch wanneer je bedenkt dat de producten van diezelfde industrie oorlog, repressie en mensenrechtenschendingen buiten Europa voeden, daarmee een belangrijke bijdrage leverend aan het ontstaan van nieuwe vluchtelingen.

Grote Europese wapenbedrijven als Airbus, Thales en Leonardo verdienen zo grof geld aan beide kanten van de vluchtelingentragedie. EU-landen zijn de grootste klanten voor grensbewakingsmaterieel, maar de afzet in derde landen stijgt. Airbus en Thales zien Afrika als de belangrijkste groeimarkt. Thales levert vooral biometrische identificatiesystemen, waarbij de geplande overname van Gemalto de positie op de markt behoorlijk zal vergroten. De Duitse regering doneerde grote hoeveelheden grensbewakingsmaterieel, waaronder surveillancesystemen en nachtzichtapparatuur, van Airbus aan Tunesië. Algerije schafte een grensbewakingssysteem bij het bedrijf aan en Ghana, Mali, en Egypte gebruiken Airbus-helikopters voor grensbewaking.

In het geval van Egypte is nu een halfslachtig EU-wapenembargo van kracht. Dit wordt erg soepel gehanteerd, mede vanwege de rol die Egypte speelt in het tegenhouden van vluchtelingen onderweg naar Europa. Wapenbedrijf Thales Nederland kan bijvoorbeeld ongehinderd radarapparatuur voor Egyptische marineschepen leveren, waarbij de Nederlandse overheid het afgeven van exportvergunningen rechtvaardigt door erop te wijzen dat de Egyptische marine zich inzet tegen irreguliere migratie. Bijkomend, maar door de regering liever genegeerd, groot probleem: de Egyptische marine is ook betrokken bij de blokkade van Jemen, die hongersnood en andere grote tekorten waardoor miljoenen mensen in hun bestaan bedreigd worden als gevolg heeft.

Oogkleppen
De EU schermt er graag mee dat het aantal in Europa arriverende vluchtelingen fors gedaald is. Het laat zich met deze eenzijdige blik, maar vooral met het beleid dat eraan ten grondslag ligt, kennen als een slechts op het eigenbelang gericht blok, met de officieel uitgedragen waarden van democratie en mensenrechten bepaald niet hoog in het vaandel. Daarnaast is de EU kortzichtig en miskent het de werkelijkheid: het huidige beleid, zeker de steun aan autoritaire regimes, vormt de basis voor nog veel grotere vluchtelingenstromen op de lange termijn. Vluchtelingen hebben daar geen belang bij, derde landen die gedwongen worden mee te werken hebben daar geen belang bij en zelfs de EU zelf heeft daar geen belang bij. De militaire en beveiligingsindustrie is de lachende derde.

De EU zou zijn koers moeten verleggen, weg van het heilloze pad van militariseren van grenzen en afschuiven naar derde landen, en een toekomstbestendig beleid moeten gaan vormgeven: het creëren van veilige vluchtroutes, het bieden van opvang en steun voor vluchtelingen en bovenal het werken aan het wegnemen van oorzaken die mensen dwingen te vluchten, in plaats van het met oogkleppen op blijven voeden ervan.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)