Laatste update 12:19
8.514
40

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Mijmeringen rond de aanslag op De Telegraaf

Er zijn geen doden gevallen en dat is in hoge mate te danken aan het leergeld dat in de jaren '60 betaald is

cc-foto: B10m

De zomerochtend legt al een warme deken over Nederland en op steeds meer webstekken duikt die foto op: een uitgebrande bestelwagen tegen de pui van De Telegraaf. Dit is de tweede keer in iets meer dan een halve eeuw dat een daadwerkelijke aanslag is gepleegd op het spraakmakende ochtendblad.

Er zijn geen doden gevallen en dat is in hoge mate te danken aan het leergeld dat destijds betaald is. Je komt De Telegraaf niet zo makkelijk binnen. Ook niet met een bestelwagen.

Iconische gebeurtenis
In 1966 lazen communistische arbeiders nog massaal het Nieuws van de Dag, een soort goedkope editie van De Telegraaf met minder pagina´s dan de moederkrant. Dat deden ze om op de hoogte te blijven van de sport want daar had hun lijfblad en gids voor de politiek De Waarheid maar weinig ruimte voor. Het partijblad van de Communistische Partij Nederland (CPN) telde in die dagen vier tot zes pagina´s. Tijdens een roerige bouwvakkerstaking om de uitkering van vakantiegelden, die zich tegelijkertijd tegen de werkgevers en de vakbonden richtte, was er met de politie geknokt en daarbij viel een staker dood neer, een zekere Weggelaar. De Telegraaf plaatste het correcte bericht dat hij slachtoffer was geworden van een hartaanval maar dat geloofden zijn kameraden niet. Hier verspreidden de kapitalisten een leugen om hun misdaden te verbloemen. Ze deden een massale aanval op het toenmalige Telegraafgebouw, een schepping van de beroemde architect Staal aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal. Het technisch personeel verdedigde de krant met man en macht. Het werd een van de iconische gebeurtenissen uit de jaren zestig.

Verdriet van dorstige redacteuren
Voor de directie was dit een reden te meer om met het hele bedrijf uit de binnenstad te verdwijnen. Het was nu goed afgelopen maar je wist niet of de veste nog een keer gehouden kon worden. Zo verrees aan de Basisweg niet ver van station Sloterdijk een nieuw Telegraafgebouw, tot groot verdriet van de meer dorstige redacteuren want die moesten voortaan een hele reis maken om hun stamkroeg, de Koningshut aan de Spuistraat te bereiken.

Verdedigbaar gebouw
De directie bestelde een verdedigbaar gebouw. De hoeken zijn zodanig vormgegeven dat het lijkt of de architect vier torens in gedachten had maar daar bij nader inzien op terugkwam. Om werkelijk binnen te komen moet je een brede hoge trap op waar je van bovenaf makkelijk afgesmeten kon worden als je kwaad in de zin had zoals die woedende bouwvakkers uit 1966. Dit is een van de redenen waarom de bestelwagen alleen maar fysieke schade heeft aangericht en niet kon doorstoten tot de redactie of de administratie. Uit de berichtgeving blijkt dat men tegenwoordig bij wijze van obstakel ook nog loeizware bloembakken heeft neergezet waar de dader eerst tussendoor moest laveren. Daarin slaagde hij. Het waren er dus te weinig. Dat was een kleine denkfout. Die wordt ongetwijfeld, de directie van de Telegraaf kennende, vandaag nog recht gezet.

In het diepst van hun ziel voelen de Telegraafmensen zich immers nog steeds verdedigers van een bedreigde vesting. Dat komt door de oorlog of liever gezegd door wat er na gebeurde. Tijdens de bezetting heeft De Telegraaf net als de hele Nederlandse pers, voor zover die er in 1941 niet de brui aan gaf, veel te veel concessies gedaan aan de bezetter. Niet minder dan het gemiddelde maar ook niet meer. Alleen viel de krant in het laatste halve jaar van de oorlog in handen van een stelletje SS-ers onder wie de zoon van de pas overleden eigenaar van de krant, Hak Holdert. Daardoor is de krant na de bevrijding zondenbok geworden.

Terwijl andere kranten, zoals bijvoorbeeld het Algemeen Handelsblad, net zo fout waren. Het merendeel van de naoorlogse kranten had boter op het hoofd maar men wees massaal naar De Telegraaf, zodat het tot 1949 duurde voor deze krant weer mocht verschijnen. In de tussentijd hadden twee andere ochtendbladen zich bij gebrek aan concurrentie stevig kunnen vestigen: de Volkskrant en aanvankelijk nog in mindere mate het Algemeen Dagblad.

T-woord
Als de NRC van na de oorlog onder de hoogst onkreukbare Maarten Rooij, van wie ik nog in mijn jonge jaren prachtige colleges heb gehad, De Telegraaf wilde citeren, had men het consequent over ¨Een Amsterdams ochtendblad¨. Het T-woord viel niet in de deftige kolommen. Toen Rooij eenmaal hoogleraar perswetenschap was geworden aan de Universiteit van Amsterdam werd hij eens op de openbare weg aangetroffen met een Telegraaf in zijn jaszak. Hierover ter verantwoording geroepen verklaarde hij dat iemand met belangstelling voor de Nederlandse economie niet zonder de economische pagina´s van het ochtendblad kon. En dat klopte.

In de jaren vijftig en zestig maakte De Telegraaf een opmars die steeds sneller verliep. De krant bestond uit drie componenten. Ten eerste was er de nieuwskrant, die de hoofdredacteur Co Stokvis maakte naar het beeld en gelijkenis van wat in Engeland werd aangeduid als entertaining newspapers, de Daily Mail en de Daily Express, die het nieuws aan de grote massa opdienden alsof het spannende verhalen waren. Stokvis had dat allemaal in Londen geleerd. Hij was het ook die de roddeljournalist Henk van der Meijden op zijn negentiende al een hele pagina gaf. Zo staat De Telegraaf aan de wieg van het fenomeen Bekende Nederlanders.

Stokvis kweekte een kern van uitermate hardnekkige verslaggevers die altijd uit waren op het onthullen van misstanden, althans voor zover die te maken hadden met subsidies en overheidsgelden. Daarbij nam de krant het dan op voor de uitgeknepen belastingbetaler die zijn geld over de balk gesmeten zag. Daarnaast was er de gedegen en bloedserieuze economische en financiële berichtgeving.

En tenslotte had je een aantal zeer rechtse columnisten die te keer gingen tegen het establishment en de linkse profiteurs. De beroemdste onder hen was Jacques Gans, die zijn pijlen graag richtte op de staatsruiveniers, een term die tot mijn verbazing door de rechtse bloggers van nu nog niet is herontdekt. Als Gans in het journalistencafé Scheltema verscheen, werd hij door zijn collega´s gemeden, zo vertelde H.J.A. Hofland, corifee van het Algemeen Handelsblad, later. Alleen hij zelf ging wel eens bij hem zitten. Evenknie van Gans waren Leonard Huizinga, vooral bekend om een voor die tijd heel erg erotische roman en Leonard Riemens, de tv-recensent die heftig tekeer ging tegen de VPRO en de VARA. In de jaren zeventig nog voerde de Telegraaf trouwens een grote campagne tegen de holle bolle NOS. Toch was de krant op allerlei manieren betrokken bij de TROS, die werd gesteund in ruil voor de drukorder van de programmagids.

Colditz
Geen wonder dat de Telegraafmensen zich bedreigd voelden door een boze buitenwereld. Ze wisten dat ze in het groeiend aantal abonnees (op een gegeven moment waren het er 750.000) bondgenoten hadden. Aan de andere kant bleek uit lezersonderzoek dat meer dan de helft van hen op Joop den Uyl stemde. En daarom verrees die burcht aan het randje van de stad, ver van kroegen en vertier. De redacteuren noemden hun nieuwe onderkomen Colditz naar een toen veel bekeken oorlogsserie van de BBC over krijgsgevangenen die aan hun nazi-bewakers probeerden te ontsnappen. Zij zaten wegens vluchtgevaarlijkheid vast in slot Colditz. Heel Nederland keek daarnaar en men wist dat ook heel wat Nederlandse officieren daar hun krijgsgevangenschap hadden doorgebracht.

Toen Wierd Duk nog niet aan zijn eindexamen middelbare school toe was, kwam ik wel eens op Colditz en raakte onder de indruk van de fortificaties waarin de redactie zich had teruggetrokken. Mijnheer Willem Streef, de directeur van de boekentak, legde mij uit hoe onneembaar het gebouw was geworden. Zelf woonde hij ook beveiligd. Ik bezocht hem een keer in zijn Haagse appartementengebouw en dat bleek te beschikken over een gesloten tv-circuit. Hij kon op een tv-scherm zien wie voor de deur stond. Dat was heel bijzonder en exclusief in de jaren zeventig. Mijnheer Streef had wel eens schrijfopdrachten voor mij. Hoe kwam dat? Lang verhaal. Geeft niet.

Mooi baantje bezorgd
Eind jaren zestig waren de Nederlandse Dagblad Unie, uitgeefster van de NRC en het Algemeen Handelsblad een zakelijke samenwerking met De Telegraaf aangegaan met de titel Unitel. Dit was voor de bekende filmrecensent Jan Blokker van het Algemeen Handelsblad aanleiding om over te stappen naar De Volkskrant en de VPRO. Unitel profileerde zich met verschillende uitgaven waaronder een wereldgeschiedenis in weekafleveringen, getiteld het Avontuur van de Mens. De eindredactie daarvan werd aanvankelijk gevoerd door Jacques Gielen, de bekende auteur van De Eerste Internationale in Nederland en De pen in de aanslag, over negentiende eeuwse schandaaljournalisten die de voorlopers waren van de huidige bloggers.

Jacques liet me een proefaflevering maken en liet toen de zaak aan mij over. Het hielp ook dat we allebei een zwak hadden voor het anarchisme. Als ik hem in de kroeg tegenkwam, zei hij daarna steevast tegen mij: ¨Ik heb je toch maar een mooi baantje bezorgd¨. Daar had hij gelijk in. En mijnheer Streef was toen de baas van de Unitel-uitgaven. Zo leerde ik hem kennen. Later stapte hij over naar de Telegraaf.

Courantiers
Op Colditz vertelde meneer Streef mij nog iets: de mensen van De Telegraaf, dat zijn courantiers. Zij zijn goed in kranten maken. Maar verder niet. Hij kreeg gelijk. De meeste nevenactiviteiten van De Telegraaf zijn op het weekblad Privé na allemaal min of meer mislukt of nooit echt van de grond gekomen met Hyves als meest moderne voorbeeld. Ze kunnen een krant maken op de Basisweg maar voor de rest is het moeizaam.

In de trein vind je geen kranten meer. De mensen zitten over hun iPad gebogen. De Telegraaf zoek ik tegenwoordig aan cafétafels. De laatste twee hoofdredacteuren, Sjuul Paradijs en Paul Jansen varen nog steeds op de koers die Stokvis destijds uitzette: zeer gedegen financiële berichtgeving, rechtse columnisten, onthullingsjournalistiek, gericht tegen de staatsruiveniers van tegenwoordig. Daar is felle kritiek op de multiculturele samenleving bijgekomen. De Telegraaf verzint nog steeds in navolging van Jacques Gans nieuwe woorden om er de gebeten honden mee aan te duiden. Toeterturken is het meest recente.

En nou ook nog die aanslag. Er is eigenlijk niets veranderd vergeleken met vijftig jaar terug. Toch is zo´n auto niet de echte bedreiging voor De Telegraaf. Colditz heeft de aanval redelijk tot goed doorstaan. Er zullen meer obstakels voor de deur worden bijgeplaatst. En de redactie zal geweldige pagina´s maken over deze aanval op hun burcht met prachtige koppen en taalkundige vondsten. Ze kreeg het nieuws aan de deur bezorgd. Mijn liefje, wat wil je nog meer?

Nee, de echte bedreiging voor de Telegraaf is wat meneer Streef veertig jaar terug tegen me zei: ¨Het zijn courantiers¨. En kranten zijn een aflopende zaak. De huidige oplage van de Telegraaf bedraagt nog niet de helft van die in de jaren zeventig. Andere producten dan die specifieke krant, dat zit niet in hun dna. En daarom zal Colditz op den duur vallen.

Ik gun ze een beter lot. De Telegraaf is hoe dan ook een stuk van het Nederland waarin ik ben opgegroeid en dat mij dierbaar is. Ik houd van de Telegraafmensen. Er is niks waaraan ik mij zo graag en vol overgave erger dan een editie van De Telegraaf.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (40)