Laatste update 15:07
2.703
25

Mijn eerste aanraking met drugs was niet in een shishalounge

Er wordt echter helaas met twee morele maten gemeten in de publiciteit. Er heerst in Nederland een uiterst generaliserende kijk op deze plekken.

cc-foto: Ashton

Er zijn er bijna net zo veel als dat er negatieve nieuwsberichten over verschijnen: shishalounges. Waterpijp-cafés, hookah, ondergrondse drugsdealervergaderzalen. Zo zijn er nog talloze benamingen voor dat wat bij velen onbekend is. En daaropvolgend logischerwijs onbemind.

Er is een diepgeworteld unheimisch gevoel ontstaan vanuit de media jegens deze plekken. Oude blanke mannen (sorry Francisco!) schrijven over hoe louche het er wel niet is, hoe gevaarlijk het er elke week is en hoe snel, sneller dan allersnelst het liefst, de zaken dicht moeten. Het liefst zou ik u willen vertellen dat ik dit typ met een waterpijp in m’n mond, maar dat toeval treft ons vandaag niet.

Als je binnenkomt ontploft er een warme bedwelmende atmosfeer van zoete troep in je gezicht, waar je later aan went. Duister dan wel veilig, het is iets dat ze allemaal gemeen hebben met elkaar. Het is een plek waar veelal allochtone jongeren verbroederend bij elkaar komen, een soort stamkroeg.

Het mooie is dan ook dat je in jouw eigen stad weet wie waar komt. Daar komen de ouwe lullen, dat is de Turken-lounge, en daarzo, daar komen alleen maar Marokkanen. Naarmate je tiener wordt, voel je de cultuurclash. Je blanke Nederlandse vrienden gaan zuipen en je allochtone vrienden gaan zuigen aan een slang. Voor ieder wat wils.

Niet iedereen mag zich klemzuipen om vervolgens in de vroege uurtjes thuis te verschijnen. En ook al mag je dat wel, misschien vind je het voor jezelf fijner, uit je geloofsovertuiging, om het niet te doen, of heb je er simpelweg geen behoefte aan. Maar eigenlijk is het vooral een beetje gevoelsdingetje is dat veel jongeren kiezen voor het tweede.

In een land waar sommigen de Nederlandse cultuur bij wijze van spreken bij je naar binnen willen proppen, waar je vaak wordt weggestuurd bij clubs, waar je op school probeert te letten op extra net taalgebruik en de afwezigheid van uitheemse woorden, is het ook soms wel fijn om dat los te kunnen laten. Het is misschien wel de enige plek waar je kunt samenscholen zonder veroordelende blikken of een bezoekje van meneer agent.

In de media is criminaliteit de rode draad in zowat elk artikel over dit onderwerp. Als ik een onschuldige burger was die enkel afging op wat de pers schrijft, zou ik met een hele grote boog om deze plekken heen lopen. Media laten het jammer genoeg lijken alsof het een plek is waar alle criminelen hun plannetjes uitbroeden, waar de moorden worden gepland en waar drugs geen afwezige op de lijst is.

Zelf heb ik nog nooit iets van criminaliteit meegemaakt, en ik ben een wekelijkse te gast in verschillende lounges. Komen er dan helemaal geen criminelen? Vast. Er komen misschien wel criminelen. Moordenaars, kwekers, dealers. Weet ik ‘t! Maar merk je dat op zo’n plek? Nee. Omdat het niet iets is wat daar van belang is of tot uiting komt.

Tuurlijk, er zijn verschillende incidenten gebeurd, maar vergeet u niet beste lezer, het nieuws is gebaseerd op uitzonderingen. In mijn stad Eindhoven wemelt het van de coke snuivende, pillenslikkende dealers en gebruikers bij de uitgaansgelegenheden, maar zolang je je daar niet mee bezig houdt, merk je daar dus niks van. De media schrijvdn er logischerwijs niet over omdat niet iedereen met zijn neus in de energieke witte poeder zit.

Er wordt echter helaas met twee morele maten gemeten in de publiciteit. Er heerst in Nederland een uiterst generaliserende kijk op deze plekken. Wanneer er op één plek iets strafbaars gebeurde, ontstaat al snel het vermoeden dat er een soortgelijke ambiance is in alle lounges, door de hele stad in kwestie.

Het was op een zaterdagnacht toen deze Marokkaan, eindelijk in de frisse lucht, op zijn Vespa naar huis reed langs het Stratumseind. Ik stopte even om langzaam door de bruisende menigte te rijden. Een man van middelbare leeftijd, het had goed een vader kunnen zijn, liep niet al te recht op me af. Naïef als ik was dacht ik dat ik de beste man met iets zou kunnen helpen, hij keek me aan, dat probeerde hij althans, en vroeg me doodleuk: “Heb je cocaïne?”

Mijn eerste aanraking met drugs was niet in een shishalounge

Geef een reactie

Laatste reacties (25)