1.811
50

Journalist

Abdelkarim El-Fassi (1985) studeert Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam en is naast filmmaker, columnist voor KRO Hemelbestormers en vaste schrijver voor wijblijvenhier.nl

Mijn vader, de berberbarbaar

Mijn vader koos ervoor om zijn geluk te beproeven in een land dat nooit het zijne is geweest, in de hoop dat zijn kinderen misschien wél dat gevoel zouden ervaren

Mijn vader is een Berber, van het oertype dat nog steeds kippenbouten met zijn handen uit elkaar rukt. Een Berber die in potentie nog steeds de hersenpan van een geit naar binnen kan slurpen. Een rasechte Berber, van de bovenste plank, die nog steeds in Marokko een krukje zoekt en zijn nichtjes een emmer vol van zijn lievelings cactusvruchten laat plukken. Een Berber die wel raad weet met een vissenkop. Dat is mijn vader, ja.

Mijn vader was ook mijn huiskapper. Terwijl mijn autochtone klasgenoten hun blonde lokken lieten snoeien bij echte kappers, weet ik nog goed dat ik tweemaandelijks, wanneer mijn nekhaar zich krullend richting mijn rug begon te begeven, doodstil, in mijn onderbroek op een koude leren stoel moest zitten. Dan kreeg ik een plastic laken over me heen geworpen, werd er ongerept krantenpapier op de grond gedeponeerd en kon de ‘marteling’ met een veel te botte tondeuse beginnen. Het haar werd zo nu en dan letterlijk uit mijn kop gerukt. Tsjakka. En als ik een teken van leed liet doorschemeren? Dan kreeg ik een rectificerende tik tegen mijn rechteroorlel; want stuiptrekkingen zijn niets voor échte Berbers. Als ik er aan terugdenk, begint mijn oor spontaan te piepen. Schaarse guldens werden nou eenmaal niet zo snel aan vlijmscherpe tondeuses besteed.

Vier dagen
Het is tegenwoordig een zeldzaamheid dat mijn ouders en aanhang in complete formatie onuitputbare zakken pistachenootjes verslijten. De een is getrouwd en heeft kinderen. De ander is haar geluk gaan zoeken in het buitenland. De ander is druk aan de studie. Met de islamitische feestdagen wil het nog weleens gebeuren dat we ons allen op huisnummer twaalf begeven. Dan halen we collectief herinneringen op, onofficieel tot cultureel erfgoed gebundeld. Soms, komen die ‘botte-tondeuse-herinneringen’ nog weleens ter sprake. Dan schept mijn broer op dat hij het langst een piepje heeft gehad. Vier dagen. En dan vragen we aan pa of hij er net zo om kan lachen als wij. Nee, duidelijk niet. We weten dat hij meeluistert, maar hij zwijgt en vergeet zijn faux pas liever. Ook al weet hij dat het hem is vergeven.

Gegrilde sardientjes
Die berberbarbaar die hij ooit was, die is hij nu duidelijk veel minder. Zeeland heeft hem veranderd, de negen kinderen die hij toch maar even op de wereld heeft gezet hebben hem veranderd. Het reizen heeft hem veranderd. Zijn bedevaart naar Mekka heeft hem veranderd. Zijn eerste kleinkinderen hebben hem veranderd. De Nederlandse keuken heeft hem zelfs veranderd; hij schijnt de vissenkoppen niet meer te lusten. Voor een portie gegrilde sardientjes uit de contreien van Al-Hocaima kun je hem echter nog wel wakker maken.

Vlekkenloos Berbers in een broek vol vlekken
Als mijn vader in Marokko was gebleven en het land van zijn ouders niet had achtergelaten. Dan was het leven anders geweest. Dan had hij zijn ouders vaker gezien en mij waarschijnlijk niet als een ezel opgevoed, maar op een ezel. Dan had ik tussen de schizofrenen van Tamassint-City, in vlekkenloos Berbers, in broeken vol vlekken, verlangd naar het leven achter de woeste Middellandse Zee. Mijn vader had zich dan zelfverzekerd kunnen uitdrukken in zijn moedertaal en verse pompoenen kunnen verbouwen in de bergen van Tamassint. Maar dat deed hij niet. Hij koos ervoor om zijn geluk te beproeven in een land dat nooit het zijne is geweest, in de hoop dat zijn kinderen misschien wél dat gevoel zouden ervaren. En wij het beter zullen doen. En zijn kleinkinderen nog beter. En voor die kans, daar ben ik hem onvoorwaardelijk dankbaar voor.

Thanks pa.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)