4.031
34

Schrijver

Said El Haji (1976, Marokko) is schrijver. Hij won in 2000 de El Hizjra-aanmoedigingsprijs voor het korte verhaal “De kleine Hamid”. In hetzelfde jaar publiceerde hij zijn debuutroman De dagen van Sjaitan. Wat volgde waren vele lezingen en voordrachten op talloze podia en fora. Ook werkte hij als columnist voor tal van regionale en landelijke kranten en bladen. In 2006 stelde hij de bloemlezing 25 onder de 35 samen, waarvoor 25 van de nieuwste lichting Vlaams-Nederlandse schrijvers onder 35 jaar werden geselecteerd. In datzelfde jaar verscheen Goddelijke duivel, zijn tweede roman. Najaar 2011 publiceerde El Haji zijn derde roman, De aankondiging.

Mijn vader is niet jouw moslim

Fascinerend gesprek tussen twee oude buurjongens over geloof, democratie en vrijheid

Een poosje terug schreef ik op de Internationale Dag van de Rechten van de Mens een column over democratische opvoeding. Deze werd gedeeld op Facebook en zo kreeg ik een reactie onder ogen van een persoon die er blijk van gaf mij persoonlijk te kennen. Hij verwees naar mijn overleden vader en zei erbij dat hij, mijn vader dus, zich in zijn graf zou omdraaien als die wist wat ik allemaal over de islam schreef. Wie deze persoon was wist ik niet, want hij gebruikte niet zijn echte naam. Omdat ik benieuwd was naar zijn identiteit, hij die meende zich mijn vader toe te eigen voor het eigen gelijk, schreef ik hem diezelfde avond een persoonlijk bericht. Wat bleek? Het was een oude, acht jaar jongere, wijkgenoot. In de tijd dat ik als puber nog met enkele van zijn broers omging, was hij een jaar of acht. Het gesprek dat ik via de chat met hem had, is hieronder te lezen. Aangezien hij geen publiek figuur is en ik dus zijn privacy wil beschermen, heb ik zijn naam veranderd.

Ik: “Kennen wij elkaar van Berkel en Rodenrijs? En mag ik vragen wat je achternaam is?”

Hij: “Klopt. Uit Berkel en Rodenrijs. Achternaam is Benhaddoe. Ik ben een leeftijdsgenoot van je broertje. Jammer hoe jij over de islam praat! Kan me nog herinneren hoe je vroeger was. Weet je nog, toen de Spar daar nog stond?”

“Ha, Moenir! Hoe is het met je? Woon je nog in Berkel?”

Haha, met mij gaat het goed alhamdoelilah. Hoe is het met jou? Nee, ik woon sinds kort in R’dam. En jij? (PS: ben wel nog wekelijks in Berkel)”

“Met mij gaat het ook goed. Ik woon al heel lang in Rotterdam en ben er gelukkig. Ik snap eigenlijk niet zo goed waarom je de islam erbij haalt. Daar gaat het in mijn blog niet over. Mijn blog gaat over democratische opvoeding.”

“Gelukkig ben je gelukkig. Na het lezen van jouw tekst kan ik niet anders concluderen dan dat het volgens jou onmogelijk is om het recht van een individu te waarborgen binnen een islamitische staat/shari’astaat. Daarmee doe je de islam tekort.”

“Ik zeg dat de islam niet genoeg is zolang de mensen niet democratisch zijn opgevoed.”

Ik ben niet uit op discussie verder. Ik wens je het beste toe. Wel vind ik het jammer en opvallend dat mensen die de islam hebben verlaten, zich negatief uitlaten over de islam.”

“Vind jij dat mensen zich alleen positief over de islam zouden moeten uitlaten?”

“Ja, als praktiserend moslim vind ik dat. Omdat de islam volmaakt is en zo ingericht dat al het slechte wordt verworpen. Genoeg voorbeelden in de wereld waar de islam een oplossing voor heeft. Denk bijvoorbeeld aan de economische crisis…”

“Dat is geen vrijheid. Vrije mensen hebben het recht om te zeggen wat ze willen. Soms doet het pijn, maar dat maakt het ook zo gezond.”

“Onze idealen verschillen enorm. En onze kijk op het leven verschilt als dag en nacht. Wat natuurlijk prima is. Ik denk alleen wel dat jij heel onwetend bent over de islam, waardoor je de zoetheid nooit hebt geproefd. Ik nodig je uit om een keer langs te komen in de moskee van Berkel of elders. Face to face.”

“Jij bent blij met het geloof, dat is jouw goed recht. Mij hoef je niet te overtuigen van de zoetheid ervan. Met alle respect, maar ik heb geen zin in religieuze gesprekken. Waar het mij om gaat is democratische opvoeding. Ik vind dat jij de islam mag praktiseren, dat is echt het punt niet. Mijn punt is dat jouw recht om de islam te praktiseren hetzelfde is als mijn recht om te zeggen dat ik niet in Allah geloof. Je zult niet kunnen volhouden dat de shari’a hierin voorziet. Dat wordt gezien als een vorm van hoogverraad waar de doodstraf op staat.”

“Ik wil je nergens van overtuigen. Waar het om gaat is dat jij keer op keer de islam en de moslims in een kwaad daglicht probeert te plaatsen. Je wil geen religieuze gesprekken voeren, oké. Maar intussen zit je wel achter je computerscherm allerlei onwaarheden over onze religie te verspreiden. Beetje zwak, vindt je niet? Al met al leuk je gesproken te hebben. Moge Allah je leiden, je begrip en inzicht geven in de islam.”

“Ik ben schrijver, Moenir. Vroeger deden schrijvers dat met pen en papier, tegenwoordig gaat het meestal met een laptop. Ik ben schrijvende op zoek naar betekenis. Zo hou ik dit leven genietbaar voor mezelf, en ik hoop dat anderen ervan meegenieten. Niet alleen vind ik dat ik daarvoor mag uitkomen, ik vind ook dat het nodig is.”

“Het is je goed recht om te schrijven. Maar ik vraag me af wat je wil bereiken met het lasteren van moslims en de islam. Komt niet bepaald ten goede aan het sociaal klimaat. Hiermee vergroot je de kloof tussen moslims en niet-moslims in Nederland.”

“Ik vraag mij af wat je van mij hebt gelezen. Ik herken mij in ieder geval niet in jouw woorden. Je zegt dat ik moslims belaster, maar dat doe ik niet. Ik ben kritisch. Dat is mijn recht én mijn plicht, zoals het ook jouw recht en plicht is om voor jouw geloof uit te komen. Dat sommige moslims aanstoot nemen aan mijn recht om kritisch te schrijven is omdat ze mijn woorden als een persoonlijke aanval beschouwen en niet omdat ik hen persoonlijk zou hebben belasterd. Helaas zien godsdienstige mensen dat onderscheid nauwelijks. Ik heb dan ook de indruk dat jij je oren laat hangen naar mensen die mij wél persoonlijk belasteren. Ik vraag je een enkel voorbeeld te noemen waaruit blijkt dat ik onwaarheden verspreid over moslims.” 

“Ik kom er nog op terug.”

“Dat je gelooft in de roddelpraat van je geloofsgenoten neem ik je niet eens zo heel kwalijk. Wat ik je kwalijk neem is dat je namens mijn overleden vader meent te kunnen spreken. Denk je dat ik niet weet wie of wat mijn vader was? Of dat hij onwetend was over de keuzes die ik heb gemaakt? Beste Moenir, je hebt het recht niet om te schrijven dat mijn vader zich in zijn graf zou omdraaien over mij. Je hebt het recht niet om hem je toe te eigenen voor jouw geloof. Hij is nog altijd míjn vader en niet jouw moslim.”

“Ik ga slapen. Tot spreeks.”

Er zijn nu bijna twee jaar overheen gegaan en ik heb nog altijd niets van Moenir vernomen. Ik verwacht ook niet dat hij dat gaat doen. Zelf voel ik de behoefte om contact te zoeken ook niet. Zou ik hem ergens tegenkomen, dan zal ik hem vriendelijk en voorkomend bejegenen. Ik weet zeker dat hij hetzelfde zal doen.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)