345
0

Geboren 1969, Rotterdam. Vertaler. Woonachtig in het zuiden van Italië.

Mijn zieke muziekhoofd

De tekst ken ik niet en dus blijft die verdomde trein in mijn kop doordenderen terwijl ik machteloos tatata en lalala invul

Je staat ‘s avonds je tanden te poetsen voordat je gaat slapen als je oog valt op een verpakking flosdraad. Gewaxte flosdraad. In het Frans: ciré. Niks aan de hand? Voor de meeste mensen niet. Bij mij begint er meteen een Eurovisie-orkest in mijn hoofd te tetteren, waarbij na enige seconden de ietwat onvaste stem van een zeer jonge France Gall klinkt.

Je suis une poupée de cire
Une poupée de son
Ta tatata tatata tata
Poupée de cire, poupée de son

muziekhoofd
France Gall, Eurovisie Songfestival 1965 | Beeld: Wikipedia

Dat zeurt dan door tot ik in slaap val, en met een beetje pech word ik er ook nog mee wakker. In mijn zieke muziekhoofd is het woordje ciré genoeg om Poupée de cire tevoorschijn te trekken, inclusief het hele orkest met alle muzikale tierelantijnen en rollende percussierifjes die nu eenmaal bij een zestigerjaren Eurovisienummer horen. Maar de tekst ken ik niet en dus blijft die verdomde trein in mijn kop doordenderen terwijl ik machteloos tatata en lalala invul.

Ik ben een half jaar bezig geweest te ontdekken met welk Italiaans nummer de buren regelmatig wakker werden. Het was iets depressievigs waarin steeds de naam New York terugkwam, maar nooit ben ik erachter gekomen wie of wat het was. Gelukkig zijn de buren studenten en blijven ze nooit té lang hangen bij hetzelfde deuntje. Wat een kwelling was dat.

Reclames zijn de hel op aarde, want die muziekjes zijn gemaakt om makkelijk te blijven hangen. Maar dat is voor mij niet nodig, want ik kan probleemloos Giant Steps van John Coltrane neuriën bij het koffie zetten – “the most feared song in jazz“. Dat zeg ik niet om op te scheppen; ik ben geen genie. Mijn geheugen werkt nou eenmaal zo. Daarom zijn die constant herhaalde, doodsimpele deuntjes ernstige overkill voor mij. Ik vrees nu al voor de komende feestdagen want ik weet dat de Italiaanse TV dan weer met dezelfde reclames gaat komen als vorig jaar, en het jaar daarvoor – flmpjes die al oud waren toen ik hier kwam wonen in 2007.

Ook de meeste pop is makkelijk te onthouden, en overal waar je komt, klinkt het. Je zit in de wachtkamer van de huisarts en dan hoor je ineens Despacito op de radio. Maar je kunt niet weg. En je weet dat je je soundtrack voor vandaag hebt gevonden. ¡Sube sube! Dus zet je in de auto terug naar huis je eigen muziek op. Soms helpt dat. Vaak echter blijkt Luis Fonsi na thuiskomst toch sterker dan je eigen, zorgvuldig aangelegde muziekcollectie. En Luis tiene que bailar contigo hoy – hij moet nu met je dansen.

Zeg dan maar eens nee. Je bent stiekem allang blij dat France Gall eindelijk d’r kop houdt.

Deze tekst verscheen eerder op de weblog van Rob van Kan

Geef een reactie

Laatste reacties (0)