1.545
41

Emeritus hoogleraar politicologie

Joost Smiers is emeritus hoogleraar politicologie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Belangrijk thema van zijn onderzoek behelst: Imagine there's no copyright and no cultural conglomerates too .... (dit is ook de titel is van een van zijn laatste boeken, geschreven met Marieke van Schijndel). Joost Smiers woont in Amsterdam.

Minder dan 150 mega-ondernemingen maken wereldwijd de dienst uit, tijd om ze aan te pakken

Nu het criminele en halfcriminele financiële gedrag van mega-ondernemingen niet meer te verbloemen is en te vergoelijken valt, is het de beurt aan hun echte macht

cc-foto: Roberto Taddeo

Joost Smiers schreef dit artikel samen met John Huige

Hoe fijn zou het zijn als mega-ondernemingen keurig belasting betalen? Nu dit moment in het verschiet ligt – zou het echt? -, dan is het allemaal koek en ei met onze economie, zo lijken we de laatste dagen te denken: het hemelse paradijs, gevuld met eerlijke zakenlieden, ligt binnen handbereik! Wij beweren echter dat het échte werk pas nu echt kan beginnen.

Dat echte werk is onder ogen zien dat de wereldeconomie gedomineerd wordt door een beperkt aantal transnationale ondernemingen. Zij bepalen wat er geproduceerd wordt, onder welke omstandigheden, wie er baat bij heeft en wie aan het kortste eind trekt. Ze zijn machtiger dan onze staten en dat geeft geen prettig gevoel, om het voorzichtig uit te drukken. Het is belangrijk te beseffen dat het niet alleen gaat om de giga-macht van individuele ondernemingen. Wat we te weinig in ogenschouw nemen is dat die bedrijven tezamen ongelooflijk veel macht uitoefenen, waarbij onze staten en wij als burgers het nakijken hebben.

Aan ons nu de keuze: we laten dit voortduren, òf gaan we die samengebalde macht van het corpocratisch complex van transnationale ondernemingen attaqueren? Voor ieder normaal mens lijkt dit onbegonnen werk. Toch moet het. Een eerste aanzet om het front van de opgestapelde macht van transnationals te breken is het houden van parlementaire enquêtes, zowel op nationaal als op Europees niveau. Wat maakt de kern uit van dat machtscomplex van de samengebalde transnationale ondernemingen, wat precies deugt daar niet aan, en welke stappen kunnen gezet worden om die macht af te breken, zonder de wereldeconomie in een grote crisis te storten? Door een parlementaire enquête kan met meer gezag, dan door welk wetenschappelijk onderzoek dan ook, kennis vergaard worden over waar de schoen wringt en wat er op politiek niveau gedaan kan, c.q. moet worden.

Om zulke parlementaire enquêtes een flitsende start te geven beschrijven we hier welk varkentje gewassen moet worden. Allereerst moet het besef doorbreken dat er, volgens Zwitsers onderzoek, minder dan 150 mega-ondernemingen zijn die mondiaal de dienst uitmaken, waarvan er vele in de financiële wereld en in energiesectoren aangetroffen kunnen worden. Als men het begrip marktmacht wat oprekt, dan nog blijft de teller steken op een schamele 800 spitsafbijtende bedrijven. Deze transnationale ondernemingen vormen de kern van netwerken die bestaan uit dochterondernemingen, licenties en onderaannemers die met elkaar verbonden zijn door onderlinge geldstromen. Er is meestal sprake van directe buitenlandse investeringen in meerdere landen. De controle en aansturing daarvan gebeurt centraal.

De toenemende financialisering van de economie zorgt voor een sterk groeiend belang van zakenbanken in bedrijven in de reële economie. Dat gebeurt via participaties, durfkapitaal, betrokkenheid bij fusies, overnames, persoonlijke betrokkenheid door zitting te nemen in Raden van Toezicht. Hierdoor ontstaat een fijnmazig weefsel waarbij grote banken en verzekeringsmaatschappijen de meeste knooppunten bezet houden. Strengere eisen aan banken hebben dit proces van financiering niet gestopt. De neo-liberale ideologie – zo weinig mogelijk regelgeving en overheidsinmenging – is leidend. Dit is een belangrijke samenbindende kracht voor zowel ondernemingen als voor de politieke hoofdstromen van het westers kapitalisme.

Voor transnationale ondernemingen is de spreiding over verschillende continenten en sectoren van industrie en handel van vitaal belang: het spreidt risico’s en geeft schaalvoordelen. Dit wordt wel de global value chain genoemd. Kenmerkend daarvoor is, onder meer, dat transnationale ondernemingen gebruik kunnen maken van hun detection power – 24 uur per dag, zeven dagen per week – waardoor ze kunnen profiteren van regelingen die gunstig voor hen uitpakken en markten waar ze vat op kunnen hebben. Juridische constructies zorgen voor optimale fiscale behandeling. Doordat mega-ondernemingen uitgekiende informatie kunnen verwerven over lokale productieomstandigheden – arbeidskosten, arbeidsklimaat, milieuwetgeving, bouwvergunningen enzovoorts en zo verder – zijn zij in staat om in (geldtermen) de meest efficiënte keuzes te maken voor nieuwe vestigingsplaatsen, en te verkassen als dat beter gelegen komt.

Technologische voorsprong zorgt voor behoud van macht. Het bezit van duizenden en nog eens duizenden patenten en copyrights versterkt de marktmacht van transnationale ondernemingen en geeft nieuwkomers nauwelijks een schijn van kans op de markt. Door de combinatie van marktdominantie en giga-portefeuilles van intellectuele eigendomsrechten ontstaat de werkelijk bijna monopolistische marktmacht die transnationals karakteriseert.

Lobbymacht is sterk bepalend bij het, vanuit het standpunt van ondernemingen en hun onderlinge netwerken en brancheorganisaties, voorbereiden van en implementeren van de voor hen juiste wet- en regelgeving, zowel op nationale, regionale, als mondiale schaal. Internationale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank opereren met vrijwel dezelfde ideologische uitgangspunten als belangrijke transnationale ondernemingen en de meeste staten.

Nu het criminele en halfcriminele financiële gedrag van mega-ondernemingen niet meer te verbloemen is en te vergoelijken valt, is het de beurt aan hun echte macht: ze zijn te groot, te machtig, oncontroleerbaar en uit het zicht van de strafrechter voor hun misdaden op de gebieden van, onder meer, mensenrechten en milieu. Een parlementaire enquête naar hun handel en wandel kan een eerste breekijzer zijn in de strijd om hun macht te breken. Dat is hardnodig: immers, zonder economische democratie is onze feitelijke democratie een wassen neus.

Joost Smiers en John Huige zijn, met Pieter Pekelharing, auteur van Macht van de mega-onderneming. Naar een rechtvaardige internationale economie.


Laatste publicatie van JoostSmiers

  • Macht van de megaonderneming. Naar een rechtvaardige internationale economie

    Februari 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (41)