1.537
20

Cultureel antropoloog en econoom

Als cultureel antropologe en econome gelooft Machteld Ooijens sterk in de combinatie van economische, politieke en sociale dimensies van ontwikkeling. Deze mix is terug te vinden in haar team Policy & Development van de ICCO Coöperatie. Ooijens geeft hierin leiding aan thematisch specialisten, programmacoördinatoren en lobbyisten. Zij ondersteunen de regiokantoren in programma-ontwikkeling en uitvoering.

Minister Ploumen, laat Ethiopië niet het nieuwe Bangladesh worden

'Made in Ethiopia' labels rukken op, maar waarom wordt de Ethiopische regering beloond terwijl zij mensenrechten schendt?

Het was een klein berichtje op de site van BNR: ‘Made in Ethiopia label rukt op’. Door verschillende ongelukken in Aziatische kledingfabrieken heeft de kledingindustrie te kampen met internationale kritiek op zijn productiewijzen en met stakende arbeiders. Met name genoemd worden Bangladesh, Myanmar en Cambodja (waar een arbeidersstaking begin dit jaar met veel geweld werd neergeslagen). Volgens het BNR-bericht overwegen kledingbedrijven hun werk te verplaatsen naar Afrikaanse landen, zoals Ethiopië.

Waarom naar Ethiopië denk je dan? Het klinkt wellicht achterdochtig, maar laat Ethiopië nou net een land zijn waar het vrijwel onmogelijk is om kritiek te organiseren. In 2009 trad een rigide wet in werking, die het ngo’s vrijwel onmogelijk maakt om internationale fondsen te ontvangen. Onderwerpen als democratisering, gender of kinderrechten zijn taboe. Het is niet bepaald een land waar arbeiders de straat op kunnen gaan om hun rechten op te eisen.

Tijdens een mede door ICCO in Malawi georganiseerde conferentie eind 2013 zei de speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties die over vrijheid van vereniging gaat, de Keniaanse advocaat Maina Kiai, hierover:

De internationale gemeenschap heeft Afrika in de steek gelaten in 2009. Haar reactie op de Ethiopische wet was lauw, zwak en in haar eigen belang. Ze beloonde Ethiopië voor het aannemen van die wet, want Ethiopië kreeg meer hulp dan daarvoor!” 

Kiai noemde Nederland hierbij in een adem met de Amerikanen en de Britten. In zijn ogen verslechtert de internationale steun aan Ethiopië de zaak van ngo’s. Of het raadzaam is de internationale samenwerking te stoppen weet ik niet, maar volgens Kiai is het nu in ieder geval een aanmoediging voor wanbeleid. Hij stelt bovendien de vraag waarom het in sommige landen eenvoudiger is een bedrijf te registeren dan een maatschappelijke organisatie. Een interessante vraag aan minister Ploumen, die immers zowel over handel als over maatschappelijke organisaties gaat.

Kritiek is hier op zijn plaats
Waar minister Ploumen vorig jaar nog enthousiast uit het vliegtuig stapte na haar bezoek aan Ethiopië – ‘Hier wordt iedereen beter van!’, kopte de Volkskrant – lijkt ook kritiek op zijn plaats. In haar reisverslag aan de Tweede Kamer corrigeerde ze het gemis aan aandacht voor mensenrechten in dat krantenstuk, door onder het kopje ‘stabiliteit voortgezet’ te melden dat ze had ‘gepleit voor een grotere politieke ruimte voor de oppositie en het maatschappelijk middenveld’ en met mensenrechtenorganisaties had gesproken over deze wet. Ze karakteriseerde het land als ‘een zich snel ontwikkelende economie met toenemende beperkingen voor bepaalde groepen om volop deel te nemen aan het economische en politieke proces’.

Ze schreef verder:

Nederland ziet de activiteiten van ngo’s op dit vlak als ondersteunend aan overheidsinspanningen voor democratisering en ontwikkeling en vindt dat deze juist aangemoedigd dienen te worden. Internationale steun maakt het mogelijk om de capaciteit van de ngo’s hierin te versterken. Ik zal me hiervoor blijven inzetten.”

Het probleem is nu juist dat de Ethiopische overheid ngo’s niet als ‘ondersteunend aan overheidsinspanningen’ ziet (hooguit als onderaannemer) en dat die internationale steun door die wet onmogelijk wordt gemaakt. Dus hoe gaat Nederland zich daar nu voor inzetten?

Waar openlijk opkomen voor mensenrechten niet mogelijk is, zoals in Ethiopië, zoeken lokale organisaties (niet alleen ngo’s, maar bijvoorbeeld ook religieus leiders en community based organisaties) naar slimme strategieën om toch hun werk te kunnen doen. Niet eenvoudig, want ook maatschappelijke organisaties zijn het onderling niet altijd eens. De een wil praten met de overheid, de ander vindt samenwerken gevaarlijk (niet ten onterechte, zo zit een van ICCO’s voormalige partners al jaren zonder eerlijk proces in de gevangenis).

Nederlandse inzet voor mensenrechten
Ook internationale overheden kennen dit dilemma: moet je confronteren of onder de radar werken? Openlijk kritiek leveren, een gesprek voeren achter gesloten deuren, of allebei? Doe je dit als Nederland of in gezamenlijkheid met andere EU-lidstaten? Mensenrechten zijn vaak een kwestie van stille diplomatie en Nederland staat internationaal nog altijd bekend als een verdediger van mensenrechten, waarbij een deel van het werk onzichtbaar is, en ook moet zijn.

De bevestiging door minister Timmermans tijdens de conferentie Speak Truth to Power afgelopen week, dat Nederland zich enorm inzet voor mensenrechten en mensenrechtenverdedigers, is positief. Ook de door Ploumen genomen stappen inzake de mensenrechtenschendingen in de kledingindustrie in Bangladesh geven aan dat Nederland zich hard wil maken voor internationaal recht. Tegelijkertijd doen bezuinigingen op ambassades en de nadruk op economische diplomatie (en de beperkte middelen ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties op dit aspect van hun rol) de reputatie als voorvechter van mensenrechten geen goed.

Inmiddels zijn we een jaar verder en heeft minister Ploumen laten weten vooral de kritische stem van maatschappelijke organisaties te waarderen. Het is ook het jaar waarin de Nederlandse overheid strategische partnerschappen gaat sluiten met maatschappelijke organisaties. Daarvoor zal dit soort vragen beantwoord moeten worden. Een kans voor Ploumen om verschillende partijen bij elkaar te brengen en te bespreken hoe we als Nederland in gezamenlijkheid, ieder vanuit zijn eigen rol, onze reputatie op mensenrechten hoog kunnen houden.

Op zijn minst kunnen we de oproep van Maina Kiai ter harte nemen: beloon gedrag zoals dat van de Ethiopische overheid niet. 

Geef een reactie

Laatste reacties (20)