12.413
150

Journalist

Misdrijven ontkennen omdat het over Marokkanen gaat

Hoe verkrachte vrouwen 70 jaar na dato worden opgeofferd voor politiek correct wensdenken

Dat wie het waagt bepaalde historische feiten op te rakelen, die niet passen in het beeld van de wensdroom van wat ik voor het gemak maar even ‘links’ Nederland noem, emmers modder over zich heen kan verwachten, is niets nieuws.

Toen overlevenden van het concentratiekamp Ravensbrück de moed hadden te onthullen dat zij na hun bevrijding door het Rode Leger en masse waren verkracht, werden hun getuigenissen door de toenmalige communistische leider Ina Brouwer onder tafel geveegd. 

Er is sindsdien weinig veranderd. Op deze site is sinds gisteren een artikel te lezen van de hand van Natasha Gerson en Jamal Bejja dat zonder blikken of blozen stelt dat de uitgebreid gedocumenteerde massaverkrachtingen van Duitse en Italiaanse vrouwen door Marokkaanse troepen in Franse dienst aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een extreemrechts verzinsel, een revisionistisch complot van neonazi’s zou zijn. 

Het stuk van Gerson en Bejja, getiteld ‘Conservatieve website Jalta bezoedelt Marokkaanse WOII-bevrijders’ is een reactie op mijn artikel van 17 april over ‘De vergeten vrouwen van Freudenstadt’. De conclusie op Joop luidt: nooit gebeurd, niets van waar, allemaal verzonnen. Dat laatste dus onder andere door mij, reden waarom ik u deze reactie op een reactie niet wil onthouden.

Toeristeninformatie
Het zou te ver gaan op elke punt van Gerson/Bejja in te gaan, dus beperk ik mij tot een paar hoofdpunten. In een mail die ik een aantal weken geleden ontving, suggereerde het tweetal niet alleen dat ik bronnen en interviews zou hebben verzonnen, maar zelfs dat ik nooit in Freudenstadt zou zijn geweest om daar onderzoek te doen. Helaas voor het Joop-duo was een telefoontje naar Hotel Adler in Freudenstadt genoeg om de hotelrekening uit 2006 toegestuurd te krijgen. Blijkbaar kwamen ook Gerson en Bejja hier achter, want de beschuldiging in hun mail durfden zij niet te herhalen in hun uiteindelijke artikel.

Vervolgens proberen de auteurs de belangrijkste getuige in het Freudenstadt-drama, Dr. Renate Lutz-Lebsanft, als (neo)nazi af te schilderen. Ze schermen wat met cassettebandjes die wel of niet zouden bestaan (waarbij zij moeten toegeven dat dit wel zo is) en vervolgens gaan zij vol tot de aanval over: Lutz-Lebsanft is een verwarde vrouw, een nazi en nog allerlei vreselijks, daarom is haar getuigenis onbetrouwbaar en is het hele verhaal over verkrachtingen een verzinsel. 

Alleen vergeten Gerson en Bejja voor het gemak dat haar getuigenis wordt bevestigd door een groot aantal vrouwen uit Freudenstadt zelf, door de feministische filmmaakster Helke Sander (die in haar film ‘BeFreier und Befreite’ (1992) het taboe in Duitsland doorbrak) en de hoogleraar Constitutioneel en Volkenrecht Ingo von Münch. Blijkbaar lukt het Gerson niet ook deze twee onderzoekers van nazisympathieën te beschuldigen, dus worden zij simpelweg genegeerd.

Gerson en Bejja gaan zo ver te beweren dat de verkrachtingen nooit hebben plaatsgevonden – ik zou ze hebben verzonnen. Het is nooit leuk om als journalist voor leugenaar te worden uitgemaakt, maar dat is dan weer een stuk minder erg als je liegt in commissie: de gezaghebbende Duitse opiniebladen Der Spiegel en Die Zeit hebben artikelen aan Freudenstadt gewijd waarin niet wordt getwijfeld aan de getuigenverklaringen en historische analyse van wat er in het Zwarte Woud in april/mei 1945 is voorgevallen. Gerson en Bejja hadden ook gewoon de website van Freudenstadt zelf (nota bene onder het kopje informatie voor toeristen) erop kunnen naslaan. 

Revisionisme
Tegelijkertijd stappen Gerson en Bejja luchtigjes over de ‘Marocchinate’ in de regio La Ciociara heen. Dezelfde eenheden die in Freudenstadt actief waren, hebben daar duizenden vrouwen verkracht. (Gerson beweert dat dit heel andere eenheden waren, maar opnieuw straffen de feiten haar af: de 2e Marokkaanse Infanteriedivisie, de 3e Algerijnse Infanteriedivisie en de 4e Marokkaanse Bergdivisie waren zowel in La Ciociara in mei 1944 als in het Zwarte Woud een klein jaar later actief.)

Helaas voor het duo heeft het Italiaanse parlement hiernaar onderzoek gedaan en de voorvallen uitgebreid gedocumenteerd, wat pogingen tot revisionisme wat moeilijker maakt. Vandaar waarschijnlijk dat de auteurs de moeite niet eens nemen. 

Nog een detail dat aangeeft hoe blind Gerson en Bejja zijn in hun pogingen massaverkrachtingen te bagatelliseren: Gerson schrijft dat ik een artikel aanhaal dat niet zou bestaan, dat de Nederlandse titel ‘Verkrachting en abortus – massafenomenen aan het einde van de oorlog’ draagt. Dit niet bestaande artikel van de hand van Kirsten Poutrus, onderzoekster op het gebied van verkrachting en abortus, ligt voor mij terwijl ik dit schrijf. Ik nodig mevrouw Gerson uit het te komen bekijken en aandachtig te lezen, wellicht leert zij er iets van.

Gerson schrijft verder over mij: “De verhalen die hij aanhaalt zijn met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gewoon verzonnen en Schut verzint er nog een en ander omheen.”

Hebben Gerson en Bejja 70 jaar na dato zaken boven tafel gehaald die ooggetuigen, historici en gezaghebbende media als Spiegel en Zeit niet weten? Ik weet met ‘aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ dat dit niet zo is.

Maar het slot van hun betoog (waarin zij ook nog eens bewijzen dat citeren nog helemaal niet zo gemakkelijk is, wellicht was een link naar het oorspronkelijke artikel handig geweest voor de lezer, maar ik geloof niet dat Gerson en Bejja het wenselijk vinden dat u zelf een oordeel vormt) is toch wel erg cynisch: “Schut exploiteert op schaamteloze wijze een al twijfelachtige historie om Marokkanen te demoniseren en misbruikt daar zelfs de Freudenstädter vrouwen voor. Dat doet hij, net als altijd gedaan is, door middel van herhalingen, verdraaiingen en verzinsels.”

Nou, nou, ik misbruik vrouwen? Maar hoe kan ik slachtoffers misbruiken die volgens Gerson en Bejja helemaal nooit slachtoffer zijn geweest? De historie is uitsluitend ‘twijfelachtig’ in de hoofden van Gerson en Bejja (zoals de Holocaust ook nooit heeft plaatsgevonden voor wie dat niet wil – wishful thinking is de essentie van revisionisme). Ja, ik gebruik herhalingen, dat is wat een journalist doet: het herhalen van zaken die zijn gebeurd. Maar van niet één van die ‘verdraaiingen en verzinsels’ geeft het duo een voorbeeld.

Etniciteit
Hoe Pavloviaans de reactie van Gerson en Bejja is en hoezeer deze lijkt op de CPN-reactie nadat de vrouwen van Ravensbrück hun verhaal onthulden (en recenter op die van jihad-apologeten die ontkennen dat de Islamitische Staat systematisch Yezidi-vrouwen verkracht), blijkt wel uit de reactie van coauteur Jamal Bejja, die al op 15 april – dus zelfs nog vóór het verschijnen van mijn artikel – op Facebook schreef: “Geen stok wordt ongebruikt gelaten om ons mee te slaan” (om vervolgens los te gaan over het “Nederlandse K.N.E.L [sic] leger dat nog maar viertig [sic] jaar geleden hele dorpen heeft uitgemoord voor een beetje nootmuskaat”). Ons, mijnheer Bejja? Bent u een Marokkaanse soldaat in Franse dienst die heeft meegevochten tijdens de Tweede Oorlog? 

Dat is des poedels kern. In Gersons en Bejja’s wereldbeeld verkrachten Marokkanen niet, ook niet 70 jaar geleden en zelfs niet als dit uitgebreid is gedocumenteerd en onder historici onomstreden is. Als de daders in mijn artikel Duitsers en de slachtoffers Marokkaanse vrouwen waren geweest, had dit duo staan applaudisseren, simpelweg omdat dat wel binnen hun narratief past. Het gaat het duo Gerson/Bejja niet erom of vrouwen massaal zijn verkracht, maar om de etniciteit van de daders. Sluit die niet binnen hun politieke opvattingen hic et nunc wordt de geschiedenis, worden misdaden simpelweg ontkend. En zij beschuldigen mij ervan misbruik van de vrouwen van Freudenstadt te maken? Ik ben het van harte eens met mevrouw Gersons slotzin: “Dat is geen journalistiek, dat is propaganda.” 

Geef een reactie

Laatste reacties (150)