305
6

Praktiserend filosoof

Alexander Francino, opgeleid als bedrijfseconoom, runt sinds ruim 10 jaar een mini-boerderij cq vakantielokatie in een verloren hoekje van Zuid-Frankrijk. Vanuit een spagaat tussen puur geluk en razernij schrijft hij op www.metdehollandseslag.com beschouwingen over zijn twee thuislanden.

Mittwoch Gehackttag…?

In een team van goede sfeer zit gelukkig troost, maar zit er ook winst in zo'n aaibaar team?

Voordat ik naar Frankrijk verhuisde, woonde ik in Utrecht. Voordat Wesley Sneijder een grote voetballer werd woonde ook hij in Utrecht. De zaterdagochtend van de wedstrijd tegen Denemarken had ik even contact met Wesley en het was schokkend.

Ik was een paar dagen in Utrecht en zat samen met Rodney Sneijder bij de kapper. Rodney is de jonge broer en voetbalt bij Utrecht. Hij lijkt op Wesley.

‘Nou, volgens Wesley is de sfeer in de groep uitstekend’, zei Rodney. Klanten en kappers hingen aan zijn lippen. 

Dat hadden we al gezien natuurlijk, die goede sfeer. Van Persie die Affelay omarmde en dat soort taferelen. Als je uit eerste hand hoort over de sfeer bij Oranje raak je daar een beetje opgewonden van. Toch vond ik het zorgwekkend wat de jonge Sneijderboon vertelde.  Maar iedereen was blij, dus ik hield mijn mond, zoals ik dat in Frankrijk geleerd heb.  

Dagen voor de wedstrijd was ik al ongerust. ‘De sfeer bij Oranje is véél te zoet, daar komen brokken van’, zei ik tegen een enkeling. Nadat ik hoorde wat de Sneijders te vertellen hadden, heb ik met mijn korte koppie een biertje gedronken in het eerste café dat op mijn pad lag. Het was nog ruim voor het middaguur, dus ik bestelde in het Frans. Toen ik gebaarde dat Denemarken die avond zou gaan winnen lachte de waard. ‘Daar heb je weer zo’n chauvinistische Fransman’, zei hij lachend tegen een collega.  

Ik speel ook voetbal in ons dorp. Het veld ligt naast de herberg van Maryse en geeft uitzicht op de Pyreneeën. Als Hollander van het vlakke land ken ik geen verloren thuiswedstrijden. Elke minuut dat ik op ons ietwat hellende veld speel, struikelend over gaten en molshopen, is pure winst. En dan hebben we het nog niet eens over de sfeer gehad. 

We spelen om de week, want veel voetbalclubs zijn er niet meer over. Aan trainingen doen we niet, dus als we elkaar na twee weken treffen in de kleedkamer is de sfeer uitstekend, met schouderklopjes en bijpraten. Over het hooien, over een dorpsfeest hier of daar en over de misser van Robben. Tijdens de warming-up wordt nog druk gekletst en er zijn altijd wel een paar losse veters. Onze tegenstanders zitten in een kring op het veld en hun trainer houdt een voorbespreking. Ook aan voorbesprekingen doen we niet. De ‘coach’ schrijft namen en shirt-nummers op een bord en hij vult de waterflessen bij. Af en toe schreeuwt hij wat, maar ik geloof niet dat iemand nog naar hem luistert. Hij komt vooral voor wat hier ‘de derde helft’ wordt genoemd. Een thuiswedstrijd betekent een derde helft van verse worst en van kaas met stokbrood. Onze club heeft de leukste ‘clubherberg’ van de regio, ik speel bij de kampioenen van de sfeer.

In ons team veel spelers die met hun handen werken. Een paar agrariërs, een wegwerker, een chauffeur, dat soort beroepen. Bij ons geen sneijdende Wesley pass, geen flankenwisseling, geen schaar.  Technische beroepen, a-technische spelers. 

Tegenstanders zouden ons kunnen uitlachen, terwijl zij met hun warming-up bezig zijn en wij over het veld dwarrelen. Maar ze weten wel beter. 

We zijn een ongetraind zooitje dat minder aan techniek of tactiek doet dan alle andere teams. Hoe konden we dan als 6de eindigen? En vorig seizoen als 3de? 

Als bij ons iemand zijn broer zou bellen vóór de wedstrijd en hij zou het hebben over de sfeer in het team, dan zou hij voor gek staan  bij ons in het dorp. 

De traingsbroeken gaan uit, de scheidsrechter controleert de noppen. Dan gebeurt het. Niemand kletst nog, oh nee. Het enige dat gezegd wordt, als een soort strijdkreet, is: ‘In de wedstrijd jongens. Kom op, in de wedstrijd!’.

En wee je gebeente als je niet meegaat ‘de wedstrijd in’. Het is het enige dat wordt verlangd: inzet. Feestje gehad, de avond ervoor? Dat is dan pech gehad. Moe? Lopen tot je over de graspollen struikelt. Jagen op de bal, slidings die op het randje zijn, overtredingen, gele kaarten. Doe je het op je gemak, zoals het Nederlands elftal in de eerste 85 minuten tegen de Denen, dan word je verrot gescholden. Druk zetten en vooruit. Zo word je derde terwijl je niets in huis hebt. 

Heeft één van onze vaderlandse voetbalhelden van Persie verrot gescholden? Uit frustratie, eventjes, door alle adrenaline? Natuurlijk niet. Of Robben op zijn minst? Waarom niet? Effe schelden en daarna een aai over de bol. Als dat niet kan wordt het namelijk helemaal niets. 

Moet er in ons dorp een vrije trap genomen worden, net buiten het strafschopgebied, dan vechten we om de bal. Goede sfeer? Laat me niet lachen. Je claimt de bal en duwt de ander opzij. Pas als de kaas op tafel staat zijn we weer vrienden. 

Zo ging dat niet tegen de Denen. Wat werd er gelummeld zeg, met die vrije trap in de eerste helft, je zag het met een camera van boven:

‘Neem jij hem maar hoor, Wesley’

‘Nee joh, neem jij hem lekker, Arjen’

‘Echt? Zal ik hem nemen?’

‘Ja hoor, hij is voor jou’

‘Vooruit dan maar, ik neem hem.’

‘Goed zo. Succes’.

‘Maar, de volgende keer…’

‘De volgende keer…?  Wat dan?’

‘Nou, dan neem jij hem’.

‘Ja dat is goed, ik neem de volgende’.

‘Beloofd?’

‘Ja hoor, beloofd, ik neem de volgende’.

In een team van goede sfeer zit gelukkig heel veel troost. Morgen kunnen onze jongens op elkaar terugvallen als de Duitsers aan Mittwoch Gehackttag blijken te doen…

Lees meer van/over Alexander Francino op zijn weblog metdehollandseslag.com

Geef een reactie

Laatste reacties (6)