2.034
25

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Mongool

Een spontane ontmoeting in het zwembad

Ze schelden elkaar uit voor mongool. Ik kijk naar een stel jongens en meisje van een jaar of 15. Ze duwen elkaar onder, schreeuwen, vinden zichzelf heel wat. Sinds ik zelf een soort mongool heb, vind ik het scheldwoord dat ze gebruiken nog vervelender dan toen mijn zoon er nog niet was.

Om me heen dobbert Job. Zijn armpjes over de plastic zwemband. ‘Buiten, buiten’, zegt hij. Job is absoluut geen buitenkind, maar dit badje in de openlucht vindt hij leuk. Het zit ’m in de plastic klepjes waar je doorheen moet zwemmen om van binnen naar buiten te komen. Als een apenjong klampt hij zich vast aan mijn rug, ik duw de flappen opzij die hij daarna op zijn hoofd krijgt. Dolle pret.

Job heeft de luidruchtige pubers nu ook in de gaten. ‘Ik ga naar kindjes toe’, kondigt hij vastberaden aan en hij maait met armen en benen in het water. Mijn man slaat beschermend een arm om zijn middel om hem tegen te houden. ‘Laat hem maar’, zeg ik, benieuwd naar wat er gaat gebeuren. Job is al weg.

Recht voor een van de meisjes blijft hij zwijgend hangen. Zij – blond, sproeten, beugel – giebelt en zoekt ongemakkelijk de blik van haar donkere vriendin. De vriendin roept ‘haha, hij moet jou hebben’. Job mept met zijn vlakke hand op het water. Water in de ogen van het beugelmeisje. Zij proest, haar vrienden hebben de grootste lol. Aangemoedigd door het applaus, herhaalt Job zijn spetteract. Met zijn scheve lijfje in een opblaasband van Cars drijft hij glimmend tussen de zeven jongeren. Ze vormen een sluitende cirkel om hem heen. ‘Ah, keischattig’, kirt het donkere meisje. De beugelvriendin speelt het spel nu mee. Voorzichtig spettert ze water terug in het gezicht van haar tere belager.

‘Hoe oud is hij?’ vraagt een van de jongens – type Tarzan – aan mij, de moeder die op een afstandje het schouwspel in de gaten houdt . Ik zeg dat hij zeven jaar is en Job heet. De jongen kijkt me met verliefde donkerbruine ogen aan. Hij knikt alleen maar en draait zich terug naar het nieuwe kameraadje.

‘Mag hij met de bal spelen?, vraagt een tweede knaap beleefd. ‘Natuurlijk’, antwoord ik en de bal vliegt al door de cirkel. Het donkere meisje helpt Job door de bal te vangen en voor zijn handjes op het water te leggen.

Mijn man en ik hangen naast elkaar aan de kant. We zijn overbodig. Onze zoon redt zich, zoals zo vaak. Jobs vader haalt met een week lachje zijn schouders op. Ik duik even onder water om mijn rode ogen het excuus te geven van te veel chloor.

Deze column verscheen ook op Koekemokke, de avonturen van Job


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Job gaat viral

    November 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (25)