2.342
67

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Moslimintellectuelen in de polder, durf autonoom te zijn!

Het wordt tijd dat onze moslimintelligentsia hun intellectuele roeping beter gestalte geven

Ik heb de laatste maanden regelmatig en intensief gesprekken gehad over het islamitische horrorterrorisme van IS. Lange en openhartige conversaties; soms bij zinderende besloten bijeenkomsten en ook publieke debatten, zoals de recente, druk bezochte en uitstekend verzorgde eerste Moslimkrant-lezing op 28 oktober.

Het gros van mijn gespreksgenoten zijn de jonge moslimintelligentsia tussen 25 en 35 jaar van Nederlandse bodem. Een groep waar ik veel waardering voor heb en heb zien groeien in de afgelopen tien jaar in hun publieke rol en in hun succesvolle maatschappelijke bijdrage bij de emancipatie en participatie van moslims in stad en land.

Defensieve houding

Des te teleurstellender is hun vrij breed gedeelde positionering in het debat over radicalisering van moslimjongeren en de opkomst van Nederjihadisten. Hun houding is ronduit defensief en mist het onderzoekende en open vizier. Ze lijken vooral de taak op zich genomen te hebben om tegen het islamofobisch geroep van Wilders & co hard en raak iets terug te roepen. Als Wilders roept dat IS alles met islam te maken heeft, roepen zij terug dat IS niets met islam te maken heeft. Als de harde kern van Israël-fans parallellen trekt tussen het Amerikaanse bombarderen van IS in Irak en de Israëlische luchtaanvallen op Gaza om Israëls daden te legitimeren, dan wijten deze moslimintelligentsia de opkomst van haat-islam geheel aan de geschiedenis van het ontstaan van Israël en zijn huidige daden.

Als lokale en nationale bestuurders hun gebrek aan lange-termijnvisie over de bestrijding van islamitische radicalisering glad proberen te strijken en de moslimgemeenschap moreel leiderschap verwijten, zien de moslimintelligentsia hun kans schoon de bal hard terug te slaan door de samenleving, inclusief politici en media, de hoofdschuld te geven van discriminatie, hoge werkloosheid onder en gebrek aan acceptatie van moslimjongeren.

De blame game

In de hitte van het radicaliseringdebat worden deze moslimintelligentsia erg voorspelbaar in de blame game die al sinds 9/11 hier gaande is. Dat is te betreuren. Dertien jaar terug was in het debat -over de positie van islam en de moslimgemeenschap in een democratische samenleving- ook sprake van de alarmerende opkomst van de transnationale, militante islam en groot gebrek aan reflectie, visie en analyse van Nederlandse moslimintellectuelen. Een zorgwekkend leemte die alles had te maken met de nieuwe generatie moslimintelligentsia die nog te groen was. Ze stonden net voor de drempel van universiteiten. Bij gebrek aan alternatief waren mijn collega-programmamakers en ik in toenmalige debatcentra in de grote steden bezig debatten rondom islam te organiseren. We waren aangewezen op import-moslimintelligentsia: Ziauddin Sardar uit Engeland; Reza Aslan uit de VS; Tariq Ramadan, om maar een paar te noemen, vroegen we te spreken bij lezingen en debatten in Zaal de Unie of De Balie, de trekpleisters van het intellectueel debat in die tijd.

Hoogopgeleid, maar onderzoekende blik mist

Inmiddels zijn de groentjes van toen geslaagde volwassen theologen, politicologen, sociologen en journalisten geworden. Ja, je hoort ze in het debat, maar nee, niet op een weloverwogen, reflectieve en autonome wijze.

Ze zien het extremisme als een symptoom van een wijdverspreid gevoel van vervreemding en onbehagen onder de moslimjongeren in Nederland, en terecht. Maar hun verwijt aan de samenleving voor deze vervreemding is eendimensionaal. Zouden zij niet ook een onderzoekende blik moeten werpen op de inter-generationele onrust en de botsing van wereldbeelden tussen ouders en jongeren? Hoe zit het met de innerlijke strijd van de jongeren zelf tussen de twee vuren van een veelal erg ouderwetse traditie waar ze van afstammen en de hyperindividualistische moderniteit van Nederland?

De mediale strijd om de ware moslim

Ze hebben gelijk als ze de opkomst van polder-jihadisten ook transnationaal belichten en wijzen op wat in het Midden-Oosten gaande is. Maar is de opkomst van IS werkelijk te wijten aan misstanden van Israël jegens Palestijnen of de Westerse militaire interventie in Irak en Afghanistan? Is er ook niet een grote strijd in de wereld van de islam om the heart and minds van moslims? Om wie of welke islamitische sekte, ‘de ware islam’ in pacht heeft? Is er niet steeds meer theologisch polemiek en politieke intolerantie tegen de diversiteit aan tradities binnen de islam? Zijn de jonge Nederlandse moslims niet onderhevig aan deze (vooral mediale) strijd om ‘de ware islam’? Worden onze moslimjongeren niet blootgesteld aan denkbeelden en mediapropaganda, gevoed en gefinancierd vanuit autoritaire staten en culturen in het Midden-Oosten?

Zeker, om kritische vragen te durven stellen is een zekere autonomie nodig. De moslimachterban herkent die in eerste instantie niet als een bijdrage aan verbetering van hun positie in de samenleving, laat staan als een remedie tegen de islamofobie. Het is als de vuile was buiten hangen. Maar de (moslim)gemeenschap heeft de intellectuele durf van moslimintelligentsia nodig om deze vragen te stellen, te onderzoeken en de samenleving in zijn geheel uit te dagen om zich te verhouden en zo nodig er rekening mee te houden bij het hervormen van de samenleving.

Het wordt tijd dat onze moslimintelligentsia hun intellectuele roeping beter gestalte geven. Dat is vooral hun eigen verantwoordelijkheid. Maar het opzetten en aanjagen van intellectuele platforms, denktanks en hoogwaardig publiek debat is onontbeerlijk en zij zouden dat kunnen stimuleren. Het gebrekkige aanbod van dergelijke intellectuele platforms is wat de hele samenleving, beleidsmakers voorop, zich moet aantrekken en moet aanpakken.

Deze column van Shervin Nekkuee verscheen ook op zijn website.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (67)