Laatste update 16:47
7.822
71

eindredacteur Joop

Francisco van Jole is journalist en eindredacteur van Joop.
Verder is hij politiek commentator bij De Nieuws BV en presentator van Draad, een politieke talkshow in Arminius te Rotterdam.

Moslims, alcohol en ik

Een biertje, heerlijk! Helaas, het restaurant in Amsterdam-West schonk geen alcohol. En de tent ernaast ook niet. En verderop waarschijnlijk ook niet.

cc-foto: L.C. Nøttaasen

Zondagavond was ik bij een huwelijk en het werd de indrukwekkendste bruiloft die ik ooit meemaakte. Een achtbaan aan emoties, zouden Amerikanen zeggen. Maar ik ben geen Amerikaan, ik ben niet van de achtbanen en op het gebied van emoties kom ik meestal niet verder dan het mannelijk gemiddelde.

Maar wat een ervaring was het in een afgeladen Theater Zuidplein. Nasrdin Dchar voerde daar zijn solovoorstelling JA op die handelt over de weg naar zijn eigen huwelijk. Hij speelt in z’n eentje alle rollen, van vader tot vriend tot bruid en bruidegom en doet dat zo geloofwaardig dat je geen moment aarzelt over wie je voor je ziet. Het publiek, een in en in Rotterdamse mix van alle culturele achtergronden maakte het nog extra speciaal. Een batterij Marokkaanse vrouwen toverde met hun ululatie tijdens de minutenlange ovatie aan het slot het theater om tot een feestzaal. Een gevoel van bevrijding overviel de menigte, afstanden verdampten. Dit was wat burgemeester Aboutaleb de wij-samenleving noemt.

In het stuk zet Nasrdin op indringende wijze zijn persoonlijke worsteling en die van de zijnen uiteen om de liefdesrelatie tussen hem en zijn geliefde Amy in stand te houden. Ze worden heen en weer geslingerd tussen culturen, of juist niet. Nederlands of Marokkaans, dat is de vraag. Ik ga daar verder niet over uitwijden, je moet het stuk zelf maar gaan zien. Zelf had ik een onverwachte openbaring.

Een van de zaken die herhaaldelijk aan bod komen is alcoholconsumptie. Nasrdin speelt een moslim die, zoals tegenwoordig vele moslims, van de school is dat alcohol taboe is. Het is zo’n islamitisch taboe dat ik zelf altijd belachelijk vind. Waarom zou je jezelf dergelijk genot ontzeggen? Alleen om een ticket naar het hiernamaals te krijgen? En dan? Het klassieke lied zegt ‘in de hemel is geen bier’ maar is een eeuwigheid zonder alcohol wel zo’n prettig idee? Het past ook in het beeld dat de islam een geloof is waar je niks van mag. Staphorst, maar dan met een miljard inwoners. Blij dat mijn ouders geen moslim waren.

Afgelopen zomer sprak ik met een vriendin die moslima is af in een eettent in Amsterdam-West. Het was warm, de zon scheen nog en het terras was gevuld. Een biertje, heerlijk! Helaas, het restaurant schonk geen alcohol. En de tent ernaast ook niet. En verderop waarschijnlijk ook niet. Een unheimisch gevoel bekroop me. Wat is het probleem, vroeg de vriendin. Ik voel me in m’n vrijheid aangetast, antwoordde ik enigszins ongemakkelijk.

In m’n hoofd ontstond een razendsnelle argumentenuitwisseling. Als ik het recht heb om alcohol te drinken dan heeft een ander het recht dat niet te doen. Moet horeca verplicht worden alcohol te schenken? Hoe zit het dan met vegetarische restaurants? Moeten die verplicht ook vlees serveren? We discussieerden. Ik kwam er niet uit. Ik hou ook niet van restaurants die alleen maar vegetarisch eten serveren, zei ik. Dat was meer om mezelf te overtuigen van mijn eigen gelijk want kloppen deed het niet. Ik heb een hekel aan dogma’s, probeerde ik nog. Maar wat was dan het dogma? Alcoholvrij of alcohol verplicht?

Zo zou ik vorig jaar ook naar de voorstelling gekeken hebben en me lichtelijk geërgerd hebben aan Nasrdin. Doe toch normaal gozer. Wat is er mis met een biertje? Waarom laat je je leven zo bepalen door de angst voor wat anderen van je denken, van Mohammed in de hemel tot Mohammed je buurman of vriend.

Maar nu zag ik het anders want sinds begin dit jaar heb ik zelf geen alcohol meer gedronken. Het begon met dry january maar halverwege die maand besloot ik om de periode te verlengen tot 100 dagen. Vorig jaar had ik het al eens 50 dagen volgehouden.

Ik doe dat om verschillende redenen, van gezondheid tot gewichtsverlies maar ook omdat ik vaak meer drink dan ik eigenlijk wil. Niet in de zin van liters maar ik merkte dat ik vrijwel elke dag dronk, of het nou om een glas wijn (of twee) bij het eten ging of een paar biertjes in de kroeg. Ik dronk, ook al nam ik me voor dat niet of minder te doen.

Alleen in het weekend; nooit thuis; één glas maar; welke regel ik ook bedacht, altijd sneuvelde die. Ik kan de verleiding niet weerstaan dacht ik, maar nadat ik radicaal stopte merkte ik dat het ook een kwestie is van sociale druk. Je loopt tegen dezelfde problemen aan als bij stoppen met roken. Daarbij is het in het begin ook verstandig om horeca, feestjes en andere ‘he, doe es gezellig’-gelegenheden te mijden.

Sociale druk. Je eerste reactie is om te denken dat die niet zo groot kan zijn als bij Nasrdin maar toen schoot me Buckler te binnen, het eerste alcoholarme biermerk van Heineken. Cabaretier Youp van ’t Hek maakte er in 1989 gehakt van. Of liever gezegd van de drinkers: “Buckler-drinkers, daar heb ik nou een hekel aan! Buckler-drinkers. Van die lullen van een jaar of 40 die in het café met hun autosleutels staan te zwaaien.” Niemand wilde zo’n lul zijn. Buckler delfde het onderspit. Of dat helemaal aan Van ‘t Hek is toe te schrijven of ook aan het feit dat het alcoholarme bier niet zo goed smaakte, is een punt van discussie. Maar impact had het wel. Wie Buckler dronk was een lul. Dus dronk niemand het, behalve in het buitenland waar de fatwa van Youp niet doordrong.

Ik las ooit dat iemand zich hardop afvroeg hoeveel verkeersdoden die grap gekost heeft. Dat vond ik een gruwelijke insinuatie maar sinds kort twijfel ik. Alcoholvrij en alcoholarm zijn de laatste tijd een heuse trend met een eigen naam NOLO (no or low alcohol). Het wordt wel vergeleken met flexitariërs, de groeiende groep mensen die niet meer elke dag vlees wil eten. Er is een keur aan alcoholvrije en -arme biermerken en in de kroeg ziet niemand meer dat je de hele avond eigenlijk camouflagespa drinkt. Er wordt ook niet meer om gelachen. Natuurlijk past nolo in het hedendaagse gezondheidsstreven maar misschien had de trend eerder ingezet kunnen worden als alcoholvrij niet taboe was verklaard.

Taboe. Ik luister naar Nasrdin die zich op vaak ook erg grappige wijze van het ene naar het andere taboe worstelt. Of zoals hij het noemt van hsoema naar hsoema. Schaamte en nog eens schaamte. Afschuwelijk lijkt het me, die groepsdruk.

Inmiddels ben ik vaak aan het twijfelen of ik na 100 dagen drooglegging wel weer aan de alcohol zal gaan. Ja, ik vind een wijntje lekker maar ik voel me nu fitter en relaxter. Ik word ook niet meer standaard om half 5 in de nacht even wakker. Ik ga eerder naar bed en ik doe meer. De vermoeidheid die ik toeschreef aan slaaptekort blijkt veroorzaakt te zijn door alcohol. Daar is een enkel glas al voldoende voor. “Het is toch gif dat je in je lichaam stopt”, merkte een lotgenoot op die vijf jaar geleden de drank afzwoor nadat hij las hoe slecht het voor je lichaam is. Ik geef toe, dat speelt mee. Mijn broer overleed, 47 jaar oud, aan levercomplicaties. Die waren het gevolg van een ongeneeslijke infectieziekte maar alcoholconsumptie versnelde het proces.

Maar nooit meer drinken? Ik denk aan zonovergoten terrassen, aan cocktails, gekoelde wijn, gelach en geflirt. Ik ben vegetariër, rook niet en dan ook geen alcohol meer? Een gevoel van schaamte dringt zich op. Zo word ik wat mijn levenlang mijn schrikbeeld was. Past wel in een van m’n motto’s: als je niet oppast word je wat je haat.

Het gekke is: ik ben nu tevredener dan ooit. Ik mis de drank zelf niet maar ik geef toe dat ik wel geobsedeerd ben door het idee dat ik niet meer drink. Toen ik stopte met roken voelde dat als een bevrijding maar dit, dit komt toch over als een nederlaag, als een afscheid van rebels leven.

Ik zit in de metro van Londen. Het is zaterdagavond. Tegenover me zit een man die te veel gedronken heeft hoewel hij niet straalbezopen is. Hij houdt zich goed maar zijn ogen zijn waterig en zijn lichaamsbewegingen trager en ongecoördineerder dan hij zelf doorheeft. Ik app het aan een vriendin die ook sinds kort gestopt is. “Ik zag gisteravond hoe mijn vrienden door drank veranderen in zombies”, antwoordt ze. “Ik wil dit niet meer.”

Overal is drank. In de horeca en op terrassen. Maar ook in films, in boeken. Het valt me nu pas op, zoals ik pas de sigarettenpeuken op straat ging zien toen ik niet meer rookte.

Roken, drinken, vleeseten, snacken, snoepen, groepsdruk is overal. Nog versterkt door die andere katalysator: de niet aflatende reclames. Consumeren is een religie. Het belooft een paradijs en wie niet meedoet ligt er uit. Of wordt daar bang voor gemaakt. We zijn minder vrij dan we menen.

Nasrdin laat in zijn voorstelling zien dat we de afgelopen 20 jaar de verkeerde discussies hebben gevoerd. Wij allemaal – en vooral de media – met die discussies over het zogenaamd mislukken van de multiculturele samenleving. Het waren hullie-zullie ruzies in plaats van interesse in persoonlijke worstelingen en ontwikkelingen. Het ging niet meer om mensen maar om dogma’s. Nasrdin tilt je als toeschouwer achter de horizon. Achter de dogma’s, de taboes, de cultuurverschillen ligt een zee van twijfel die ieder mens kent en liefst mijdt. Dat is waar we elkaar vinden.

Twijfel. Wat ga ik doen met de drank? Nog 30 dagen te gaan voordat ik moet beslissen. Ja. Of toch nee. Het lijkt verdorie de ramadan wel.

Geef een reactie

Laatste reacties (71)