5.072
41

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Moslims in Europa moeten vrijheid van meningsuiting verdedigen

Net zo goed als dat niet-moslims moeten strijden tegen moslimhaat

De eerste reacties in de (sociale) media na de aanslag op het satirisch weekblad Charlie Hebdo waren voorspelbaar. Rechts speelt de islam de zwarte piet toe en stelt dat deze aanslag een oorlogsverklaring aan onze waarden is, links is van mening dat deze aanslag weinig met de islam van doen heeft en probeert juist een positief tegenbeeld van moslims en de islam te schetsen. Beide slaan de plank behoorlijk mis.

Het is nu van belang om niet met de vinger wijzen naar diegene die geen schuld aan deze aanslag hebben, maar ook om op genuanceerde doch kritische wijze te kijken naar wat precies de voedingsbodem vormt voor dergelijke aanslagen.

Uiteraard is niet ‘de islam’ schuldig aan deze aanslag, maar we kunnen ook niet stellen dat de islam hier niks mee van doen heeft. Met de kennis die we op dit moment hebben weten we dat het motief van de daders in de sfeer van wraak nemen voor de kritische en satirische uitlatingen van Charlie Hebdo aan het adres van de islam en de Profeet Mohammed gezocht dient te worden. De daders riepen tijdens het plegen van de aanslag immers “we komen de Profeet wreken”. Dat maakt deze aanslag tot niet alleen een aanslag op mensen, maar ook tot een aanslag op een van onze fundamentele vrijheden, namelijk de vrijheid van meningsuiting. Het feit dat Charlie Hebdo ruimschoots gebruik maakte van deze vrijheid werd door sommigen overduidelijk als een onacceptabele beledigingen van hun religie gezien, een belediging waar consequenties aan verbonden waren.

Grenzen aan de vrijheid van meningsuiting

Het beledigen van religie, en de islam in het bijzonder, wordt immers door een deel van de moslims in Europa nog steeds als onacceptabel gezien. De grenzen van vrijheid van meningsuiting houden voor hen op daar waar religie wordt beledigd. Natuurlijk betekent dit niet dat mensen die deze mening zijn toegedaan direct aanslagen gaan plegen, het overgrote deel van hen zal dergelijk geweld ten stelligste afkeuren. Maar de ultieme consequentie van een dergelijke intolerante houding kan zijn dat er mensen zijn die, wanneer wat zij als onacceptabel beschouwen in onze samenleving niet bestraft wordt, zelf besluiten om het recht in eigen handen te nemen. Voor deze mensen dienen beledigingen aan het adres van hun religie ‘gewroken’ te worden.

Het feit dat sommigen niet in staat zijn om belediging van religie als vallend onder de vrijheid van meningsuiting te accepteren creëert daarmee een voedingsbodem voor dergelijke terreuraanslagen. Hier valt een goede vergelijking te maken met de aanslagen op moskeeën die we momenteel overal in Europa zien. De opkomst van extreemrechts en de intolerantie t.o.v. de islam en moslims onder een deel van de niet-moslims in Europa creëert een voedingsbodem voor aanslagen op islamitische doelwitten. En zo creëeren de opkomst van het radicale islamisme en de intolerantie onder een deel van de moslims t.o.v. het bekritiseren en beledigen van de islam op hun beurt weer een voedingsbodem voor aanslagen op doelwitten als Charlie Hebdo. In beide gevallen is er dus sprake van een voedingsbodem die individuen eventueel kan inspireren tot het begaan van geweld.

Samen opkomen en debat aangaan

Zoals intolerantie t.o.v. de islam en moslims een probleem is dat niet-moslims in heel Europa onder ogen moeten zien en dienen te bestrijden, zouden moslims op hun beurt onder ogen moeten zien dat intolerantie t.o.v. het beledigen van religie, inclusief de islam, in hun midden erkend en bestreden moet worden. Europeanen van alle achtergronden zouden samen hand in hand aanvallen op fundamentele waarden moeten tegengaan. We moeten samen opkomen voor de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en diversiteit in onze samenlevingen. Dit alles niet door ongenuanceerd verbaal of non-verbaal om ons heen te gaan slaan, of door causale verbanden te ontkennen, maar door op genuanceerd-kritische wijze naar onszelf te kijken en het debat aan te gaan. Als wij Europeanen op vreedzame wijze samen wensen te leven dan zouden we onderlinge verschillen moeten accepteren en elkaar vrijheid moeten gunnen. Vrijheid om onze religies te praktiseren, maar ook de vrijheid om religies te bekritiseren of te beledigen. Aanslagen op deze vrijheden zouden ons alleen maar moeten sterken in de overtuiging dat deze vrijheden het waard zijn om door ons verdedigd te worden. In Frankrijk, in Nederland en in de rest van Europa.

Geef een reactie

Laatste reacties (41)