891
22

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Na de Griekenland soap: hoe onbelangrijk is Nederland in de EU

Frankrijk en Duitsland kwamen vorige week tot een akkoord over financiële hulp aan Griekenland door de EU.

Eerst zou het IMF de Grieken te hulp moeten schieten en daarna zouden de EU lidstaten over de brug komen. Voor Nederland zou de rekening in dat geval op ongeveer een miljard euro uit kunnen komen.

Er klonk alom gejuich op over dit akkoord: eindelijk een bewijs dat de EU op weg is naar één economische regering waar met één stem en met duidelijke sancties de lidstaten in het gareel worden gehouden. Zelfs het Nederlandse parlement was opgelucht, ook al hadden onze dappere parlementariërs een maand geleden nog beweerd dat er geen eurocent Nederlands belastinggeld naar de Grieken mocht worden overgemaakt. Ze waren kennelijk blij dat de rekening tot een miljard euro beperkt zou blijven.

Staan wij, Nederlandse burgers met een positieve blik op Europese eenwording ook zo te juichten? Nee dus. Het akkoord bewijst eerder dat het met de EU zo nooit wat wordt. Als die ene economische regering er ooit komt, dan is het er een die geleid en gecontroleerd wordt door Duitsland en Frankrijk, die dan naar willekeur over onze belastingcenten kunnen beschikken.

Nog even terug naar het begin, namelijk naar het stabiliteitspact in de EU. Dit pact geeft normen voor een aantal belangrijke begrotingsmaatstaven, zoals het financieringstekort van de overheid en de staatsschuld. Als een lidstaat deze normen overtreedt, moet er op een zeker moment een procedure in werking worden gezet, die er toe leidt dat de lidstaat weer in het gareel wordt gebracht. De Nederlandse burger zou op zijn minst sceptisch moeten zijn over de betrouwbaarheid van deze procedures in de EU. De EU normen worden namelijk niet opgesteld en toegepast door een instelling die onafhankelijk is van de lidstaten, maar door die lidstaten zelf: in de Europese Raad van Ministers wordt beslist over het eventueel toepassen van sanctiemaatregelen.

Het is tamelijk curieus dat besluiten over sancties tegen zondaars genomen moeten worden met toestemming van die zondaars zelf. Zeker als die zondaars invloedrijk zijn, zoals Frankrijk en Duitsland dat zijn, is de kans dat ze gestraft worden tamelijk klein. Sterker, toen het hen uitkwam hebben Frankrijk en Duitsland zelf het stabiliteitspact verwaterd: rond 2004 overtraden zowel Duitsland als Frankrijk de normen, maar kregen ze gedaan dat het stabiliteitspact werd versoepeld en werden ze van sancties gevrijwaard.

Nu komt Griekenland op de proppen met zijn two-digit begrotingstekort. Dat Griekenland het niet zo nauw nam met de begrotingsregels was al heel lang bekend. Ook de vervalste cijfers gaven al te hoge tekorten aan. De EU wilde het niet zien, maar de kapitaalmarkt zag het wel en begon langzaam maar zeker te weigeren Griekenland krediet te geven tegen de normale tarieven. Dus moest er wat gebeuren. Frankrijk was voor de vorming van een EU noodfonds en tegen interventie door het IMF. Duitsland, daarentegen, was tegen een EU noodfonds, maar voor ingrijpen door het IMF. Dus gingen Sarkozy en Merkel bij elkaar zitten en kwam het compromis van zowel financiële hulp door het IMF als de EU uit de bus. De andere regeringsleiders, waaronder onze eigen Jan-Peter Balkenende, konden alleen maar instemmend knikken.

Frankrijk en Duitsland vinden nu dat het stabiliteitspact toch maar weer moet worden aangescherpt. Dat lijkt dus goed nieuws voor Nederland dat zich vrijwel altijd keurig aan het pact houdt. De opdracht om een verscherping van de regels voor te stellen is echter gegund aan de voorzitter, of eigenlijk ‘president’ van de Raad van Ministers, Van Rompuy. Van Rompuy is niet veel meer dan de klusjesman van Frankrijk en Duitsland, en zal dus geen aanscherping van de regels voorstellen die de grote en belangrijke landen zeer kan doen.

Het Griekse begrotingsdebacle en het gedrag van Frankrijk en Duitsland heeft vooral aangetoond dat de EU nog heel ver weg is van geloofwaardige begrotingsnomen. De grote landen kunnen hen niet welgezinde sanctiemaatregelen blijven blokkeren in de raad van Ministers en deze Europese grootmachten komen met voorstellen en compromissen, die vooral in het belang van deze landen zelf, maar niet in het belang van de EU zijn.

Ook heeft het de onmacht van ’brave’ landen als Nederland laten zien om iets aan de verwildering van het Europese begrotingsbeleid te doen. Nederland rest niet veel meer dan te accepteren wat de Europese grootmachten onder elkaar beklinken.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)