Laatste update 13:26
1.669
33

Filosoof, docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool

Rutger van Eijken is filosoof en docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool in Breda. Verder schrijft hij boeken over ethiek, politiek en burgerschap.

Na staakt-het-vuren is het tijd voor een (nieuw) sociaal contract tussen Israël en Palestina

Dit is geen kwestie van elkaar een handje geven en zand erover.

cc-foto: badwanart0

Na elf dagen is er eindelijk een staakt-het-vuren tussen Israël en de Palestijnen. Egypte heeft bemiddeld, de Verenigde Staten hebben druk gezet en nu is het weer even kalm. President Biden hoopt dat het zo blijft en hij zegt te geloven in ‘een oprechte kans op vrede’.

Ik hoop dat ook, maar ik vrees dat die hoop ijdel is. Dit is geen kwestie van elkaar een handje geven en zand erover. Hier is sprake van landroof, van jarenlange onderdrukking en van zo’n mate van geschiedvervalsing dat het bijna het bestaan van het Palestijnse volk wegvaagt. We moeten geloven dat Palestina zeventig jaar geleden slechts een dorre verlaten zandvlakte was en dat de zionisten die grond met alle liefde hebben opgekocht van een paar arme achtergebleven boeren en het gebied met bloed, zweet en tranen hebben ontgonnen. Het idee van Palestina als een braakliggend terrein. Dat is gewoon niet waar. Honderdduizenden Palestijnen zijn sinds de start van het zionistische project uit hun huizen gezet en op de vlucht geslagen. Dat is een pijnlijke waarheid.

Voordat er duurzaam vrede kan komen zal eerst dit echte, ongemakkelijke verhaal verteld moeten worden, zodat het leed, de ellende en verdriet erkend wordt en er aan vergeving en verzoening gewerkt kan worden. Israël zal dat dwarsbomen, omdat het ware verhaal verre van fraai is. En vrienden van Israël willen dit verhaal ook niet onder ogen zien, omdat dan zal blijken dat ze grove mensenrechtenschendingen gedoogd hebben en niets hebben gedaan aan het overtreden van meer dan dertig VN-resoluties door Israël.

Het echte verhaal wordt nu en dan wel verteld, maar de mensen die dat doen worden dan weggezet als leugenaars of nare, naïeve activisten. Of ze worden niet geloofd vanwege hun afkomst. Dat bleek ook uit reacties uit de ‘Arabische wereld’ op mijn eerdere stukken over dit onderwerp. “Ik vind het zeer moedig van je dat je dit zo in het publiek neerzet,” schreef iemand mij. “Zelf kan ik je vertellen dat ik wel twee keer zou moeten nadenken als ik als Marokkaanse-Nederlander mijn mening op zo een manier zou geven, want dan ben ik automatisch antisemiet. Daarom ben ik zo blij dat jij als autochtone Nederlander een keiharde kraakheldere opinie over dit onderwerp hebt neergezet. Het doet mij erg veel goed dat je dit onrecht bespreekbaar maakt en doordat jij goed met woorden bent het verhaal van onrecht netjes uitspreekt. Bedankt, het voelde alsof jij mijn spreekbuis was van alles wat ik wilde zeggen.”

Ik kreeg meer berichten van die strekking en dat raakte me om meerdere redenen. We hebben onze samenleving blijkbaar zo ingericht dat mensen zich vanwege hun huidskleur, culturele achtergrond of religie niet durven uitspreken. Hun woorden worden weggevaagd of gekwalificeerd als gevaarlijk en vijandig. Ergens wist ik dat al, maar het is meer dan pijnlijk dit soort verhalen in veelvoud te lezen. Daarbij is het ook pijnlijk dat witte mensen blijkbaar eerder geloofd worden, waardoor zij als spreekbuis moeten fungeren voor gemarginaliseerde groepen. Er is blijkbaar een witte voorhoede nodig, terwijl dat nou net averechts werkt. Het staat haaks het idee van gelijkheid, gelijkwaardigheid en autonomie. Dat geeft een machteloos gevoel. Aan beide kanten vrees ik. Mensen willen voor zichzelf of hun verhaal opkomen, maar krijgen de kans niet en ik ben bang paternalistisch te zijn als ik het voor mensen opneem. Dat klem zitten maakt me verdrietig. Ik wil geen stem vertegenwoordigen, maar de eigenlijke stem wordt niet gehoord. Als we niet oppassen zwijgen we dus samen.

Daarbij is de stem die we hier wel horen niet altijd de stem van Palestijnen. Een Palestijnse man schreef in een open brief dat dit een strijd is van Hamas en het Israëlische leger en niet van de Palestijnen en Israëliërs. “Wij haten elkaar niet,” schreef deze Mohammed Altlooli. “Wij willen vrede, liefde en zelfbeschikking en gelijkwaardig naast elkaar leven. We zien mensen van over de hele wereld het voor ons opnemen en horen hen tijdens demonstraties gruwelijke dingen roepen over Joden en Israëliërs. Daarmee help je ons niet, dat zijn niet onze woorden. Mensen die dat roepen zijn niet onze vrienden. Zij zijn een spreekbuis van Hamas.”

Mohammed vroeg de internationale gemeenschap de Palestijnen een stem te geven door je uit spreken tegen de vernietigende politiek van Israël, maar ook tegen de wandaden van Hamas. Beiden brengen namelijk geen vrede. Door die woorden realiseer ik me dat ik duidelijker had moeten zijn over Hamas. Ik noemde Hamas in eerdere stukken vrijheidsstrijders. Daarmee bedoelde ik niet hun ultieme intenties als politieke en religieuze beweging, maar het feit dat zij zich fel verzetten tegen hun bezetters. Het valt me op wat mensen nogal snel geneigd zijn alles in hokjes van goed of fout in te delen en ik wilde schetsen dat het oordeel of iemand een terrorist of vrijheidsstrijder is afhangt van aan welke kant je staat. Meer heb ik daar niet over willen zeggen.

Het is dus weer even kalm in Israël en Palestina. Ik hoop dat dat zo blijft, maar daar is veel voor nodig. Grenzen moeten open, verhalen moeten rondgaan, schuld, schaamte en verdriet moeten ruimte krijgen en eigenlijk moet de hele stichting van de staat Israël opnieuw. Hoe vreemd dat ook klinkt. Ook in Israël is, net als hier, een nieuw sociaal contract nodig. Palestijnen en Israëliërs zouden elkaar in de ogen moeten kijken en elkaar moeten vragen; kunnen en willen wij samenleven en hoe dan wel?

Het klinkt kinderlijke naïef, maar pas na een volmondig, of schoorvoetend, ‘ja’ met heldere afspraken, kan er vredig samengeleefd worden. Die vraag zouden we onszelf allemaal zo nu en dan moeten stellen. Zeg ik ja tegen mijn leven? Dat ‘ja’ is namelijk de sleutel naar geluk en innerlijke vrede. Je moet je leven en (politieke) omstandigheden willen en omarmen, anders wringt er iets. Volgens Hannah Arendt is een afwijzing zelfs een voedingsbodem voor (burgerlijke) ongehoorzaamheid. We moeten met elkaar dus voortdurend een samenleving creëren waar we mee kunnen instemmen. Dat is misschien wel de grootste kunst van het hele bestaan. Een kunst ook die we lang niet altijd onder de knie hebben.

Geef een reactie

Laatste reacties (33)