573
17

Politiek historicus

Ewout Klei (1981) is historicus en heeft zich gespecialiseerd in de contemporaine politieke geschiedenis.

Naar de seculiere slachtbank?

In de discussie over de rituele slacht is begrip nodig. We moeten van onzinnige clichés af en elkaar wat meer leren vertrouwen

Rabbijn Lody van de Kamp was jarenlang sjocheet, een Joods ritueel slachter. Van de Kamp voelde zich in het jaar 2011 dan ook erg geslachtofferd, toen de Partij voor de Dieren voorstelde om het onverdoofd ritueel slachten te verbieden. Volgens Marianne Thieme zorgde deze wijze van slachten voor onnodig dierenleed. De seculiere partijen in de Tweede Kamer voelden wel wat voor haar voorstel, en sprongen één voor één over de dam.

Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.”
Jesaja 53:7, NBG-vertaling 1951

Martijn van Dam van de PvdA ontkende dat er nu een wissel was omgezet. Op een partijbijeenkomst in Amsterdam zei hij dat zijn partij de Joodse en islamitische gemeenschappen op geen enkele manier had willen kwetsen. Men begroette hem met hoongelach. De PvdA-moslims voelden zich in het ootje genomen. Ze hadden tijdens de Tweede Kamerverkiezingen hun best gedaan hun geloofsgenoten te overtuigen om PvdA te stemmen, en moesten nu zeker gaan uitleggen dat deze partij de vrijheid van islamitische godsdienstuitoefening wilde beperken. Enkelen riepen zelfs: “Verraad! Verraad!” Van Dam deed zijn mond niet open.

Van de Kamp was verbaasd. Waarom werd er niet gelet op de rechten van de Joodse en islamitische minderheid in Nederland? Waren dierenrechten belangrijker dan de mensenrechten, in het bijzonder het recht op godsdienstvrijheid? Hij probeerde met de verschillende partijen te onderhandelen en de bezwaren tegen het verbod goed kenbaar te maken, maar had erg het gevoel dat seculier Nederland religieus Nederland niet meer serieus nam. Alleen de drie confessionele partijen in de Tweede Kamer – CDA, ChristenUnie en SGP – stemden op 28 juni tegen het PvvD-voorstel.    

Van de Kamp was verdoofd. Begin 2011 had hij besloten een dagboek over de discussie bij te houden, zodat hij zijn gevoelens en gedachten goed op papier kon zetten. Omdat de titel Dagboek van een onderhandelaar al was vergeven – dit boek over de mislukte besprekingen over de formatie van een tweede kabinet-Den Uyl van Ed van Thijn verscheen in 1978 – en Van de Kamp niet het gevoel had dat er echt werd onderhandeld, noemde hij zijn overpeinzingen Dagboek van een verdoofd rabbijn.

Het is bijzonder lastig, een afgewogen oordeel over dit boek te geven. De discussie over het verbod over onverdoofd ritueel slachten is zo gepolariseerd en het wederzijds onbegrip zo groot, dat alles eigenlijk politiek geworden is, ook de ‘onafhankelijke’ onderzoeksrapporten. En hoewel Van de Kamp in vijf minuten kan uitleggen waarom het ritueel slachten door een sjocheet zeer zorgvuldig gebeurt en veel onnodig dierenleed wordt voorkomen, kan hij niet hardmaken dat deze manier diervriendelijker is dan het verdoofd slachten in een abattoir. Voor iemand die geen vooringenomen mening over deze ingewikkelde materie heeft, biedt het boek van Van de Kamp wel waardevolle inzichten in het standpunt van de voorstanders van de rituele slacht, maar niet een definitief antwoord. 

Naast een technische kant – de vraag of onverdoofd ritueel slachten al dan niet meer dierenleed veroorzaakt dan onverdoofd slachten – heeft de discussie ook een maatschappelijke kant. Is het voorkomen van dierenleed belangrijker dan het recht van minderheden om hun godsdienst in alle vrijheid uit te oefenen? En worden minderheden in Nederland verdrukt?  In ons land wonen enkele duizenden Joden en bijna een miljoen moslims. Zij beoefenen hun praktijk al eeuwen. Waarom moeten wij er nu pas bezwaar tegen maken? Bij de Joodse en islamitische minderheden in ons land bestaat nu soms het gevoel, dat het de voorstanders van een verbod op de rituele slacht helemaal niet te doen is om het voorkomen van dierenleed, maar om religieuze uitingen zo veel mogelijk uit te bannen. Van de Kamp verwoordt dit gevoel in zijn boek meerdere malen. Bij de seculiere partijen zou een sterk onbegrip ten aanzien van religie leven, en daarom is men niet bereid om naar de ander te luisteren. De confessionele partijen snappen daarentegen de religieuze bezwaren tegen het verbod wel, en stonden daarom open voor Van de Kamp cum suis.  Pas aan het einde van het boek komt Van de Kamp hierop terug, als blijkt dat D66 en GroenLinks wel bereid zijn om de dialoog aan te gaan. Het is allemaal niet zo zwart-wit, als Van de Kamp aan het begin denkt.

Ten slotte is er het verwijt van antisemitisme. Van de Kamp komt in zijn boek vaak met deze beschuldiging. Natuurlijk, de voorstanders van het verbod zijn geen antisemieten en al helemaal niet te vergelijken met de nazi’s, maar hun mening ten aanzien van de rituele slacht is dat wel. Van de Kamp trekt telkens in zijn boek de vergelijking met de Jodenvervolging van vroegere eeuwen. Elke keer zegt hij, dat de huidige tijd hiermee niet te vergelijken is, maar door telkens deze analogie te trekken maakt hij die vergelijking natuurlijk wel. Dit is ook de meest controversiële kant van het boek. Natuurlijk, we moeten rekening houden met de gevoelens van minderheden, ook van religieuze minderheden. Het is principieel verkeerd als deze minderheden het gevoel hebben, door de rest van de samenleving te worden weggezet als een stelletje onbeschaafde barbaren. De columns van professor Bob Smalhout in De Telegraaf en Joost Niemoller in De Dagelijkse Standaard die Van de Kamp in zijn dagboek heeft opgenomen liegen er inderdaad niet om. De wijze waarop zij vooral tekeer tegen de islamitische rituele slacht, die het toppunt van menselijke wreedheid tegen dieren zou zijn, geeft de kritische lezer heel sterk het gevoel dat niet de bewogenheid met dieren maar rabiate xenofobie hun eigenlijke motief is. Afgezien van de PVV hebben de seculiere partijen in het parlement niet een xenofobische agenda. Ze laten zich leiden door een rationalistische utilistische ethiek, die soms een beetje moeilijk te matchen valt met de religieuze Gesinnungsethik. Het gaat de Partij van de Dieren primair om de gevolgen voor het dier dat niet onnodig mag lijden, terwijl het Van de Kamp primair te doen is om de goede intentie van de rituele slachters die precies volgens de heilige voorschriften hun werk doen.     

Wat nodig is voor deze moeilijke discussie, is begrip. We moeten van onzinnige clichés af en elkaar wat meer leren vertrouwen. Geloof in de goede intenties van rituele slachters en schilder ze niet als barbaren af. En geloof ook in de oprechte bedoelingen van de voorstanders van het verbod op de rituele slacht, dat het niet hun doel is om religieuzen naar de seculiere slachtbank te brengen. Van de Kamp heeft een eerlijk dagboek geschreven. In het slotstuk komt hij ook terug op enkele vooroordelen, die hij aan het begin van zijn boek heeft gemaakt. Laten we deze uitgestoken hand vastgrijpen, en samen naar een constructieve oplossing zoeken. Er wordt in Nederland veel te veel gepolariseerd. We moeten nu onze mond open doen, om de dialoog aan te gaan.

N.a.v.: Lody van de Kamp, Dagboek van een verdoofd rabbijn. Persoonlijke notities bij een politieke aardverschuiving (Boekencentrum, Zoetermeer 2012). ISBN 9789023920434

Geef een reactie

Laatste reacties (17)