1.087
26

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Naar een moderne democratie

Een plan om Nederland democratischer te maken, de bevolking meer invloed te geven en het vertrouwen in de politiek te vergroten

In de meeste westerse landen stamt de opzet van het democratisch stelsel uit de 19e eeuw. Er is sindsdien weinig veranderd, dat geldt ook voor Nederland. Afgezien van de invoering van het algemeen kiesrecht werkt onze parlementaire democratie nog vrijwel hetzelfde als toen deze in 1848 door Thorbecke werd ingevoerd.

Mededeling redactie Joop: In 2003 ontwierp Maurice de Hond een plan om de manier waarop Nederland bestuurd wordt te vernieuwen. Hij wil de democratie daarmee aanpassen aan de eisen van deze tijd. Van dat plan heeft hij nu een nieuwe versie geschreven en hij roept geïnteresseerden op nee te werken aan de verdere verbetering ervan via een zogeheten Wiki, een systeem waarbij iedereen wijzigingen kan brengen. Die Wiki staat hier.

Met enige tussenpauzen worden er veranderingen voorgesteld (o.a. vanuit ingestelde staatscommissies). Meestal stranden deze voorstellen in een rapport of worden ze ergens onderweg door de volksvertegenwoordigers tegengehouden (al is het maar met één stem in de Eerste Kamer).

Ook nu lijkt Nederland weer in een fase beland, waarin er roep is om staatkundige hervormingen. Er zijn inmiddels enkele voorstellen naar buiten gebracht. Net als de andere voorstellen uit de afgelopen 50 jaar vraagt men om aanpassing van – of een toevoeging aan – het bestaande stelsel. Zo stelt men voor dat we de premier rechtstreeks kunnen kiezen, of de formateur. Sommigen willen een kiesdrempel invoeren of een (partieel) districtenstelsel. Maar met dit soort voorstellen lost men de essentie van de problematiek van ons systeem niet op. De praktijk leert dat als men denkt met een verandering iets wat niet goed werkt te verbeteren, men daarmee meestal nieuwe problemen creëert. Het is inmiddels ruim 160 jaar gelden dat ons politiek stelsel werd ontworpen. De wereld is aanzienlijk veranderd en dat geldt ook voor onze samenleving. Mensen hebben de beschikking over media, vervoers- en communicatiemiddelen die er in 1848 nog niet waren. Zou het dan niet beter zijn om een modern democratisch stelsel te construeren dat aansluit bij 2010 in plaats van de wereld van 1848?

Tot 10 jaar geleden haalden CDA+PvdA+VVD zeker 70% van de stemmen, en was het altijd mogelijk een regeringscombinatie te maken met 2 van deze partijen, af en toe aangevuld door een derde partij. De afgelopen jaren ontstond er een sterke fragmentatie en zijn deze drie partijen onder de helft van de stemmen uitgekomen. Mede daardoor is het moeilijker om een stabiele regering te vormen. Tussen 2002 en 2010 zijn de drie aangetreden regeringen allemaal voortijdig gevallen (gemiddelde levensduur: iets meer dan 2 jaar). Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in de politiek en de politici af. Tot hoe ver gaat de kruik te water tot deze barst?

Als ik vanuit de burgers in de huidige Nederlandse samenleving naar het politieke systeem kijk signaleer ik een aantal belangrijke punten:

a. In steeds grotere mate is de persoon van de lijsttrekker belangrijker geworden (ook als premierkandidaat). Maar die lijsttrekker moet als hij in de regering zit steeds concessies maken met de andere twee (en straks misschien drie) partijen, waardoor het vertrouwen dat de kiezer in hem heeft gedurende de regeerperiode vrijwel altijd (fors) afneemt.

b. Trage besluitvorming en langzame uitvoering van die besluiten zorgen ervoor dat kiezers de politici gebrek aan daadkracht verwijten.

c. Last but not least: ten aanzien van de regeringssamenstelling, de premier, de leden van de Eerste Kamer, het grootste deel van de gekozen leden van de Tweede Kamer is er in Nederland sprake van een (zeer) indirecte wijze van kiezen. Ook kennen we in Nederland amper een vorm van referendum noch een directe keuze van de Burgemeester. (Ten aanzien van het Provincie- en Gemeentebestuur geldt minimaal dezelfde afstand).

In het boek “The wisdom of Crowds” uit 2004 staat een leerzaam voorbeeld. In een fabriek waren arbeiders die aan een lopende band werkten ongelukkig met hun werk. Zij waardeerden het gemiddeld met een 5. De directie zocht naar een manier om de productie te verhogen. De snelheid van de lopende band werd met 10% opgevoerd, maar voor de werknemers werd een knop geïnstalleerd waarmee ze de lopende band als het moest eventjes wat sneller of langzamer konden laten draaien. De productie nam toe en de tevredenheid van de werknemers steeg naar een 6.5.

Bij de werknemers in dit voorbeeld nam de tevredenheid toe, omdat ze enerzijds meer invloed kregen op hun eigen lot en anderzijds zich realiseerden dat de werkgever bereid was meer verantwoordelijkheid bij zijn werknemers te leggen. 

Er is een vergelijking te maken met de huidige politieke situatie. De kiezers worden nu op grote afstand gehouden van het hele politieke stelsel. De invloed bij de verkiezing is indirect en in de periode tussen twee verkiezingen speelt het volk amper of geen rol. 

In de discussies over een grotere invloed van de kiezer door rechtstreekse keuze van premier en burgemeester en het invoeren van referenda, wordt vaak als tegenargument gebruikt dat kiezers dan foute keuzes maken of de complexiteit van wat er moet gebeuren niet doorzien. Daarbij vergeet men de essentie van de manier waarop “vertrouwen” werkt. Je krijgt vertrouwen als je ook vertrouwen geeft. Het is niet primair dat de kiezer geen vertrouwen in de politiek heeft, maar de politiek heeft geen vertrouwen in de kiezer. 

Een modern democratisch systeem, anno 2010, waarin het vertrouwen beide kanten op gaat, zou als volgt kunnen functioneren:

1. Eens per vier jaar worden verkiezingen gehouden waarbij de kiezers zowel de premier kiezen als de Kamer. De gekozen premier stelt zijn eigen kabinet samen. Dit mag hij zonder instemming van de Kamer. Hij begint één maand na de verkiezingen te regeren. De premier wordt met meerderheid van stemmen gekozen, indien dat niet in eerste instantie gebeurt dan komt een week later een stemming tussen de nummers 1 en 2 van de eerste ronde.

De Kamerleden worden gekozen door middel van een districtenstelsel. Nederland wordt opgedeeld in 20 districten. Uit elk daarvan wordt een dusdanig aantal gekozen zodat de Kamer met 100 leden wordt gevuld. Per district zijn er 5 volksvertegenwoordigers.

2. Zowel de Premier (met zijn kabinet) als de Kamer werken met een mandaat van de kiezers, dat echter niet onvoorwaardelijk voor vier jaar wordt gegeven. Als de Kamer in meerderheid tegen een voorstel van de premier of ministers is, kan door de premier besloten worden de kiezers te vragen of de premier of de Kamer het mandaat van de kiezers juist heeft geïnterpreteerd. Zij kunnen  dan via een referendum worden gevraagd of zij voor of tegen het voorstel zijn. Op deze manier kan voorkomen worden dat er een impasse ontstaat tussen de premier en de kamer. Tegelijkertijd zorgt de mogelijkheid tot een referendum ervoor dat de premier en de Kamerleden goed in de gaten houden wat de bevolking vindt. Zij zullen meer hun best doen om de kiezers mee te nemen in hun overwegingen en beslissingen, zodat het aantal stemmingen tot een minimum beperkt wordt. 

3. Als de Regering een voorstel doet dat door de Kamer wordt aangenomen kan dat nog worden herroepen door de kiezers. Het kan immers zo zijn dat beide instanties hun mandaat anders gebruiken dan de kiezers bedoeld hebben. Dat gebeurt dan via een speciale en hedendaagse versie van het correctief referendum. Binnen een maand na het aannemen in de Kamer dienen meer dan 1 miljoen mensen een correctief referendum aangevraagd te hebben, anders is de beslissing definitief. (In dit moderne systeem is er geen Eerste Kamer meer die het werk van de Tweede Kamer controleert). Als meer dan 1 miljoen mensen dit correctief referendum hebben aangevraagd dan is er nog een periode van 2 maanden waarbij de kiezers kunnen aangeven dat zij vinden dat de Premier èn de Kamer het mandaat verkeerd hebben gebruikt. Daarbij gaat het er niet om te weten hoeveel voor of tegenstanders er zijn. Het gaat er om dat meer dan de helft van de opgekomen kiezers van de laatste Kamerverkiezingen laten weten dat ze tegen zijn. Dus als er toen 10 miljoen mensen waren opgekomen, wordt het besluit van Premier en Kamer herroepen als minstens 5 miljoen (plus 1) kiezers aangeven tegen het besluit te zijn. Kiezers kunnen dat bijvoorbeeld doen via internet met behulp van hun DigId, of via het afgeven of insturen van een stembiljet bij het stadskantoor. Als er na 3 maanden minder dan het aangegeven aantal kiezers tegen blijkt te zijn, is dit voorstel alsnog aangenomen. 

Slechts als de bevolking massaal tegen is zal een correctief referendum dus de besluitvorming van Premier en Kamer tegenhouden. Als een kiezer niet tegen is – of het niet belangrijk genoeg vindt – hoef deze dus niets te doen. 

Omdat het voor de Premier en de Kamer in dit systeem belangrijk is te weten wat er onder de mensen leeft, wordt de kans klein dat ze bij hun besluitvorming keuzes maken die door middel van een correctief referendum toch weer onderuit gehaald worden. Dit zorgt er wel voor dat, omdat de kiezers samen in feite elk besluit zouden kunnen tegenhouden, ze impliciet medeverantwoordelijk worden voor alle beslissingen die genomen worden. (Zoals de “knop” van de werknemers aan de lopende band om de snelheid te kunnen beïnvloeden, waardoor hun tevredenheid aanmerkelijk stijgt).

4. Er worden alleen tussentijdse verkiezingen gehouden (maar dan van Premier en Kamer samen) als meer dan twee derde van de volksvertegenwoordigers dat willen of wanneer dat gesteund wordt door meer dan twee derde van het aantal opgekomen kiezers bij de laatste verkiezingen (net zoals bij het correctief referendum systeem).  

Dit moderne democratische systeem is slagvaardiger doordat de premier direct gekozen wordt, en het kabinet niet op basis van een coalitie is gevormd. De Kamer heeft een duidelijke controlerende taak, die niet wordt beperkt doordat men zich vooraf met andere partijen heeft vastgelegd in een regeerakkoord. De kiezer heeft bij de verkiezingen twee duidelijke keuzes (voor de Premier en de volksvertegenwoordiging). Premier en Kamer dienen bij hun besluiten altijd rekening te houden met de kiezers, om bij verschil van mening tussen Premier en Kamer nog voldoende steun van het volk te houden. Mocht het mandaat dat de kiezer aan de Premier en Kamer heeft gegeven op een ernstige mate worden geschonden, kunnen de kiezers dat zelf corrigeren. Het is een systeem dat ook vertrouwen stelt in de kiezer, die daarmee een werkelijke vorm van medeverantwoordelijkheid krijgt voor het functioneren van het politieke systeem. Een verantwoordelijkheid die anno 2010 noodzakelijk is gezien de ontwikkeling die het land en de bevolking sinds 1848 heeft doorgemaakt. Het wederzijds vertrouwen tussen politiek en kiezer is onmisbaar om belangrijke beslissingen snel en met een echt draagvlak te nemen en implementeren. Laat dit gepaard gaan met planvorming waar de burgers actief bij betrokken worden, door goed gebruik te maken van de beschikbare technologieën zoals crowdsourcing en sociale netwerken. Dan ontstaat er een systeem dat het – net zoals het vorige – ook weleens meer dan 100 jaar zou kunnen uithouden.

Ideeën? Doe mee in de Wiki 

Geef een reactie

Laatste reacties (26)